Voor internetkunst hoef je niet naar het museum

expo

The Greater Cloud.

T/m 5 febr in het Nederlands Instituut voor Mediakunst, Amsterdam. www.nimk.nl **

Kunstenaar David Horvitz (1980, VS) beweerde een verloren film gevonden te hebben van Bas Jan Ader, de Nederlandse kunstenaar die in 1975 verdween op zee en die vooral beroemd werd met 8mm-filmpjes waarin hij op verschillende manieren valt. Voor zijn verdwijning gaf Ader les aan de University of California in Irvine. Daar zou Horvitz op een werk van Ader gestuit zijn.

In 2007 zette Horvitz de Rarely seen Bas Jan Ader film op YouTube: een zwart-witfilm van nog geen minuut waarin een man op een fiets de zee inrijdt. YouTube verwijderde het filmpje omdat het inbreuk zou maken op auteursrecht. Natuurlijk was dit filmpje – best grappig maar ook nogal flauw – niet van Ader. Datzelfde filmpje wordt nu in het Nederlands Instituut voor Mediakunst vertoond.

In de expositie The Greater Cloud wordt getracht de invloed van het internet op hedendaagse beeldende kunst te laten zien. Er werd gekozen voor jonge kunstenaars die met meerdere media werken en hierop reflecteren. Vier curatoren vulden ieder een zaal. Voor het expositiebezoek bekijk ik thuis de websites van alle kunstenaars. Zodoende weet ik dat Horvitz gebruikmaakt van sociale media; hij zette foto’s op Flickr (bijvoorbeeld van zijn eigen hoofd in de ijskast) en vroeg mensen hetzelfde te doen. Ook werkte hij met collega’s aan lemma’s voor Wikipedia over kunst en kunstenaars.

Zijn filmpje hangt in een nogal rommelige zaal die samengesteld is door Petra Heck. In de hoek ligt een stapel goud geverfde cassettebandjes, een kleine sculptuur van gestapelde floppydisks staat op een sokkel, aan de muur ingelijste zwart-witcollages en wat foto’s. Een onduidelijk en willekeurig aandoend geheel.

Katja Novitskova koos voor de Nederlandse kunstenaar Harm van der Dorpel (1981). Het nadeel van de expositie: om enigszins te kunnen begrijpen wat de achterliggende gedachten van de kunstenaars en curatoren zijn, heb je uitleg nodig. Maar die uitleg op begeleidende A4’tjes bestaat uit cryptische, typische kunstenaarsblabla.

Op een blauw vloerkleed staan deurstoppers. Op de muur een video waarvan de voice-over is samengesteld door een tekstprogramma van de Kindle; in het beeld is gebruikgemaakt van online tekeningen van amateurs. Het levert een semi-intellectueel werk op. Interessanter zijn twee driedimensionale objecten, doorzichtige malle sculpturen die prikkelen door hun afzichtelijkheid.

Het lukt de curatoren en kunstenaars niet om een overtuigende expositie neer te zetten. Een gemiste kans, want de keuze van de kunstenaars is op zich niet slecht. Daar kom je helaas alleen maar achter door je in te lezen op internet, en daarvoor hoef je niet naar het museum.

Ine Poppe