Republikeinse kandidaten eensgezind over belasting

Vandaag gaan in Iowa de Republikeinse voorverkiezingen voor het presidentschap van de Verenigde Staten van start. De kandidaten willen zich graag onderscheiden. Maar op het punt van de belastingen ontlopen ze elkaar niet veel. De koplopers willen de belastingen allemaal verlagen, waardoor de overheidsinkomsten zullen afnemen. Maar dat ondermijnt een ander verondersteld gemeenschappelijk doel: het terugdringen van het overheidstekort.

Vier kandidaten lijken momenteel kanshebbers: Newt Gingrich, Mitt Romney, Ron Paul en Rick Perry. Over het belastingbeleid hebben zij opvallend soortgelijke beloften gedaan. Hoewel ze allemaal de voorkeur geven aan een ‘vlaktaks’, willen ze ook allemaal de belastingverlagingen – die nog dateren uit de tijd van George W. Bush – verlengen, de meeste kapitaalwinstbelastingen en de successiebelasting afschaffen, en de ondernemingsbelasting verlagen.

Belastingverlagingen zouden de economische activiteit en de werkgelegenheid bevorderen, en de groei een impuls geven. Dat zou leiden tot hogere winsten, die vervolgens weer belast kunnen worden. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat dit alles de verdwenen inkomsten van de overheid als gevolg van de lagere belastingtarieven volledig zou compenseren – althans in eerste instantie. En sommige reducties die de kandidaten verlangen zouden rechtstreeks leiden tot hogere tekorten.

Neem de successiebelasting. Die is het afgelopen decennium steeds verder beperkt en geldt nu nog slechts voor nalatenschappen van meer dan 5 miljoen dollar. De Amerikaanse economie is als gevolg daarvan niet gaan bloeien – en omdat het gaat om een belasting die zich pas na de dood laat voelen – is het lastig vol te houden waarom dat wel zou moeten. Maar door het verlagen van deze belasting lopen de overheidsinkomsten terug. De successiebelasting bracht in de tien jaar tot 2009 jaarlijks ruim 20 miljard dollar op. De koplopers van de Republikeinen willen dit restant nu ook schrappen.

Zelfs kleine dalingen van de inkomsten hebben een cumulatief effect. En het voorkomen van grotere tekorten betekent dat op z’n minst gelijkwaardige bezuinigingen zullen moeten worden doorgevoerd. Het recente gevecht over een verlenging van de verlaging van de inkomstenbelasting heeft aangetoond hoe moeilijk het voor het Congres is om de uitgaven met maar 35 miljard dollar te verlagen. In plaats van een beetje te snoeien in het royale defensiebudget, heeft het Congres de kwestie onder het tapijt geschoffeld door de hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac te dwingen de komende tien jaar hogere vergoedingen in rekening te laten brengen.

Als een Republikeinse kandidaat in november de presidentsverkiezingen wint, lijken belastingverlagingen misschien makkelijk. Maar het overtuigen van partijgenoten om in de uitgaven te snijden, zodat de tekorten niet verder oplopen, kan wel eens een veel grotere opgave zijn.

Daniel Indiviglio

Vertaling Menno Grootveld