Limburgse uitblinker in Alpen

Wie gaat er uitblinken deze sportzomer? Tweede deel van een serie waarin redacteuren vooruitblikken op de Tour, EK of Zomerspelen. Vandaag Wout Poels, die dé bergrit in de Franse ronde gaat winnen.

De zon brandt bij de start in Albertville op de renners, als het Tourpeloton die donderdagochtend 12 juli 2012 op weg gaat voor een gevreesde Alpenetappe over vier cols, met aankomst op La Toussuire. Alle ogen zijn gericht op Andy en Frank Schleck, die een paar dagen eerder in de tijdrit een eerste tikje hebben gekregen van Alberto Contador en Cadel Evans. Volgt vandaag een vroege aanval op de voorlaatste col, de Croix de Fer, zoals vorig jaar op de Izoard? Ploegleider Johan Bruyneel heeft zijn donkerste zonnebril op. Wie weet. Daar meldt Radio Tour al de eerste ontsnapping. Natuurlijk zit Johnny Hoogerland er bij, de Franse held Sylvain Chavanel met wat onbekende landgenoten. En nog een tweede renner van Vacansoleil. Toch niet Poels? Jawel, Wout Poels!

„Wat doet hij”, vragen de wegkapiteins van de grote ploegen aan ploeggenoten van Poels in het peloton. Col de la Madeleine, Croix de Fer, Col du Mollard en La Toussuire. Het is veel te vroeg voor een aanval van een goede klimmer als Poels, die stiekem ambities heeft voor een kort klassement. De kopmannen blijven liever nog even op hun gemak, geletruidrager Edvald Boasson Hagen laat zijn ploeg een lekker tempo onderhouden. Die Hoogerland mag op de eerste klim gerust wat punten pakken voor de bolletjestrui. Chavanel en de Fransen is een beetje publiciteit best gegund. Zo’n vaart zal het niet lopen. Kijk maar, in de eerste meters op de Madeleine komen de eerste vluchters al teruggewapperd. En zo ‘vergeet’ het peloton voor even Poels.

Natuurlijk, als ze goed nadenken kennen de toppers hem allemaal. Bruyneel zag de jonge Limburger al schitteren in de Ronde van Zwitserland van 2010, toen hij de afscheid nemende Lance Armstrong voor bleef in de tijdrit. Frank Schleck had zich in de Ronde van Luxemburg van 2011 al eens aan hem geïrriteerd. Wilde hij zich op de klimmetjes rustig warm rijden voor de Tour de France, demarreerde Poels elke keer achter zijn rug vandaan en moest hij zich weer forceren om terug te komen. Ook Cadel Evans had eerder dat jaar het achterwiel van de klimmer van Vacansoleil gezien in een sprint bergop in Tirreno-Adriatico, waar Poels alleen Philippe Gilbert voor zich moest dulden. En zijn naam was voorgoed gevestigd toen hij aan het einde van het seizoen in de Vuelta voor de tweede keer als tweede eindigde in een bergrit, nog wel op de steile Angliru.

„Een begenadigde klimmer”, noemt zijn persoonlijke trainer en bondscoach Aart Vierhouten de 1.83 meter lange en nauwelijks 65 kilo lichte Poels. Als renner van P3 Transfer-Batavus geloofde de ex-prof zijn ogen niet, toen op een trainingskamp in 2008 een twintigjarig jochie bergop de hele ploeg aan gort reed. Hoe langer de klim hoe beter. Hadden de scouts van de befaamde Rabo-opleidingsploeg zitten slapen dat ze dit toptalent over het hoofd hadden gezien? Of had de jonge Poels geleerd van de valkuilen van zijn oudere broer Norbert, die in het strakke keurslijf van de Raboploeg de top niet had weten te halen? Hij moest in elk geval niets hebben van testen en metertjes, ging vooral af op zijn gevoel. „Voor een renner van zijn leeftijd kent hij zijn lichaam behoorlijk goed”, stelt Vierhouten.

Zijn vroege aanval in de eerste zware bergrit van de Tour 2012 is geen toeval. Zie hem in de kopgroep vliegen over de Madeleine, waar Michael Boogerd in 2002 het verschil maakte op weg naar ritwinst op la Plagne. Op de Croix de Fer – waar Gert-Jan Theunisse in 1989 als eerste boven kwam tijdens zijn winnende solo van 130 kilometer naar Alpe d’Huez – laat Poels zijn medevluchters staan. Hij dendert over de Mollard. Ploeggenoten Hoogerland en Rob Ruijgh drukken het tempo in de groep met achtervolgers.

In Nederland is het stil op straat als Poels die twaalfde juli even na vieren begint aan de slotklim. Thuis in het Limburgse dorpje Blitterswijck houden ze de adem in. Achter de eenzame koploper loeren de favorieten naar elkaar. Ze beseffen dat La Toussuire eigenlijk niet de ideale klim is voor een aanval, want relatief vlak in de laatste kilometers. En zo wint, tien jaar na Boogerd, weer een Nederlandse renner een Tourrit in de Alpen. Wout Poels.