Kunst alternatief voor aandelen

In 2011 trok de kunstmarkt weer aan, met een substantieel hogere omzet dan in 2010. Dat komt door nieuwe kopers, uit de financiële sector en opkomende economieën.

Veilingen voor hedendaagse kunst hebben in 2011 35 procent meer opgebracht dan vorig jaar. Rijke kopers lijken in de kunstmarkt een toevluchtsoord gevonden te hebben voor de financiële crisis.

De twee grote veilinghuizen, Sotheby’s en Christie’s, haalden gezamenlijk bij avondveilingen bijna 1,3 miljard euro op, zo rekende persbureau Bloomberg uit. Bij verzamelaars waren vooral gevestigde kunstenaars in trek, aangevoerd door de 79-jarige Duitser Gerhard Richter.

Hoewel de prijzen nog onder de records van het hoogtepunt in september 2008 lagen, zoeken steeds meer kopers uit de VS en ook opkomende economieën als Rusland en Azië hun heil in kunstaankopen.

„De kunstmarkt is tegenwoordig voor nieuwkomers”, stelt Christophe Van de Weghe, een New Yorkse handelaar. „Nieuwe kopers zoeken een alternatief voor aandelen. De verzamelaars die vijftien jaar geleden kochten, zijn niet bereid de hogere prijzen van nu te betalen.”

Kunst wordt steeds meer de alternatieve investeringsmogelijkheid. Veel nieuwe verzamelaars komen uit de financiële sector en uit de opkomende economieën, vertelt Hans Neuendorf, topman van Artnet, een online kunstdatabank en veilingsite. „Er zijn steeds meer verzamelaars, en die zijn bereid steeds meer te betalen voor kunst. Kunst als investering is pas de afgelopen jaren echt ontdekt.”

Werken van Damien Hirst en Andy Warhol zijn de afgelopen tien jaar dusdanig in waarde gestegen, dat ze beter presteerden dan de Standard & Poor’s 500-beursindex in de VS, zo rekende een nieuw vergelijkingsprogramma van Artnet uit. Sinds 2002 zijn de prijzen voor Hirst bijna drie keer zo hoog geworden. Warhols werk deed het zelfs nog beter en kost nu bijna het viervoudige van de prijs in 2002. De S&P 500 steeg 7 procent over dezelfde periode.

Damien Hirst is inmiddels een van de minder goed presterende kunstenaars in de lijst van 50 die Artnet heeft opgesteld. Hirst piekte in 2007, met een gemiddelde prijs van 901.214 dollar per werk, laten gegevens van Artnet zien. Op 15 september 2008 hield Hirst zijn Beautiful Inside My Head For Ever-veiling in Londen, die 126,6 miljoen dollar opleverde op dezelfde dag dat de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers faillissement moest aanvragen en daarmee de kredietcrisis inluidde.

„De markt hongert nu naar grote werken op het niveau ‘meesterwerk’”, denkt Mary Hoeveler, kunstadviseur in New York. „Er is gigantische rijkdom om meesterwerken te kopen. Nieuwe kopers verschuiven hun aandacht van traditionelere kunst naar moderne kunst. De vraag naar hedendaagse kunst is exponentieel gegroeid.”

Moderne klassiekers in bekende collecties trokken in 2011 veel aandacht. De verkoop van de collectie van Christian Dürckheim-Ketelhodt, topman van het Duitse farmaciebedrijf Axiogenesis, met werk van onder anderen Georg Baselitz en Sigmar Polke, leverde 72 miljoen euro op. Dat was bijna twee keer zoveel als waarop de verzameling geschat was.

Onder de nog levende kunstenaars is Gerhard Richter momenteel de grote ster. Voor zijn werk werden zowel bij Christie’s in oktober als bij Sotheby’s in New York in november recordbedragen neergeteld.

Kopers doen ook hun best de Richters van de toekomst in het vizier te krijgen. Een zilverkleurig minimalistisch abstract werk van de New Yorkse schilder Jacob Kassay (26) baarde opzien toen het in mei werd verkocht voor 290.500 dollar bij Phillips de Pury in New York, een veilinghuis gespecialiseerd in werk van opkomende kunstenaars. Het werk was tevoren geschat op tussen de 60.000 en 80.000 dollar.

„In het algemeen is de markt meer in balans en geconcentreerder dan bij de laatste boom”, zegt kunstadviseur Wendy Goldsmith in Londen. Artnet-topman Neuendorf gelooft niet dat de huidige kunstprijzen onhoudbaar zijn, ook al zijn ze „krankzinnig”. „De banken zijn gered, en de mensen die miljoenen verdienen zullen straks nog steeds miljoenen verdienen”, zegt Neuendorf. „Er klotst nog een heleboel geld rond de wereld dat geïnvesteerd kan worden. De absolute waarde en de kwaliteit van kunst doen er niet toe – alleen de relatieve waarde. Het is een wedstrijd tussen mensen die kunst als statussymbool zien.” (Bloomberg)