Koerden zijn de dupe van 'oorlog tegen terreur'

Een bombardement op 35 Koerdische burgers was niet zomaar een fout maar het gevolg van een ‘oorlog tegen terreur’. Onder die vlag zitten al ruim 8.000 Koerden vast en regeert paranoia het land.

Aan de andere kant van de cafétafel zit een journalist die de geschiedenis heeft gezien. De oorlogen in de regio, de rellen in alle uithoeken van Turkije, de twintig jaar van politieke veranderingen in dit land. Hij was degene die altijd vooraan wilde staan om het verhaal van Turkije te vertellen. Vanavond zegt hij bijna niks. Hij huilt.

Vier dagen bracht hij in het politiebureau door, tot ze hem lieten gaan. Die vier etmalen hebben hem gebroken. Hij wil zijn naam niet geven, noch de naam van zijn krant. Zelfs over zijn verhoor wil hij niet veel kwijt, uit vrees dat de politie zijn verhaal herkent en hem alsnog opsluit.

Op de dag van zijn arrestatie beukten agenten zich om vijf uur in de ochtend een weg naar binnen. Ze haalden zijn hele huis overhoop. Zijn kasten. Zijn computer. Op het politiebureau lieten ze hem slapeloos. Elke keer als hij aanstalten maakte om op zijn matras te gaan liggen, ging de deur weer open. Ze stelden dezelfde vragen steeds opnieuw. Hij moest zijn biografie schrijven, op de meest bizarre wijzen. Eens met zijn rechterhand, terwijl hij alleen op zijn linkerbeen mocht staan. Daarna moest hij het hele verhaal nog eens opschrijven, met zijn linkerhand, terwijl hij alleen op zijn rechterbeen mocht staan. Duizenden uitdraaien hadden ze in handen, van zijn telefoongesprekken, zijn sms-berichten, zijn chats op MSN. Ze wisten alles.

Hij is een van de 49 Koerdische journalisten die twee weken geleden werden meegenomen voor verhoor. 35 van zijn collega’s zitten nog vast op beschuldiging van lidmaatschap of steun aan een terroristische organisatie. Zij horen bij de groep van ruim 8.000 Koerden die de afgelopen twee jaar naar de gevangenis zijn afgevoerd. Burgemeesters, parlementariërs, academici, kunstenaars, activisten. Zo voert Turkije zijn eigen ‘oorlog tegen terreur’. Sinds 11 september 2001 werden wereldwijd 35.000 mensen gearresteerd onder verscherpte antiterreurwetgeving. Een derde van de verdachten zit vast in Turkse gevangenissen.

Die oorlog kreeg vorige week weer even aandacht van de wereldpers toen 35 Koerdische burgers omkwamen bij een bombardement van Turkse gevechtsvliegtuigen. Volgens Hurriyet columniste Nuray Mert zijn zulke fouten onvermijdelijk door de keuze van de regering voor „een militaire oplossing van het Koerdische probleem”. Het Turkse leger bombardeert het Noorden van Irak sinds augustus. Parallel aan die operaties wordt in de Turkse steden gejaagd op vermeende sympathisanten van de PKK. „Niet alleen zien legereenheden burgers aan voor PKK-strijders, maar de Turkse staat en de regering zien het Koerdische probleem als een terreurprobleem”, schrijft columnist Mert. „Dan wordt het wel erg moeilijk nog onderscheid te maken tussen de burgerbevolking en de Koerdische strijders. Dit probleem heeft tot rampen geleid in alle oorlogen tegen terreur.”

Dat onderscheid maken sommige Koerden zelf ook niet. Op de redactie van de Koerdische kranten Gündem en Aradiya Welat maken ze geen geheim van hun sympathieën: „We hebben geen kritiek op de PKK”, geeft politiek commentator Oguz Ender ruiterlijk toe. „De PKK arresteert toch geen journalisten? De PKK bombardeert zijn eigen burgers toch niet?” Hier lopen journalistiek en activisme probleemloos in elkaar over.

In deze lokalen overheerst de mening dat de Turkse regering vastbesloten is „alles wat Koerdisch is te vernietigen”. „Turkije wil als de grote overwinnaar uit de Arabische lente komen. Het grootste obstakel voor die ambitie zijn de Koerden. Daarom zien we nu deze massale arrestaties. We moeten uit de weg geruimd”, zegt Oguz Ender. Deze Koerdische journalist spelt zijn naam voor je. Hij is al zo vaak gearresteerd dat hij niets te vrezen heeft, zegt hij.

Aan de cafétafel verderop in de stad schudt de vrijgelaten journalist zijn hoofd. „In de jaren negentig verdwenen mensen gewoon, werden honderdduizenden verdreven. Allemaal onwettig. Nu gebruikt de staat de wet om hetzelfde probleem te bestrijden.” Het gros van de Turkse media tekende in november een code waarin ze beloven niet langer aandacht te besteden aan nieuws „dat haat en vijandschap zaait”. Lees: de Koerdische kwestie. Het afbranden van tientallen kantoren van de Koerdische partij BDP is al geen nieuws meer. Aanslagen en arrestaties worden in korte berichten weggestopt.

De arrestaties hebben zo hun eigen intimiderende werking. Toen vorige week honderden Koerdische jongeren de straat opgingen om te protesteren tegen de dood van de 35 tieners in het zuidoosten van het land, hield deze journalist aan de andere kant van de cafétafel het voor gezien. Na een half uur verslag proberen te doen van het protest, ging hij naar huis. De middag bracht hij door in de wasserette, om alles wat de agenten met hun handen hadden aangeraakt schoon te maken en te vergeten.