Internetcensuur is goede business

Dictators pakken dissidenten op dankzij software die het Westen levert.

Aldus internetexpert Morozov op hackersfestival van de Chaos Computer Club.

Elk jaar organiseert de Duitse Chaos Computer Club in Berlijn een hackersfestival: het Chaos Computer Congres. ‘Behind Enemy Lines’ was dit jaar het thema. Veel aandacht ging uit naar beveiligingssoftware: software die al je stappen op internet kan volgen. Een beproefde repressiemethode in dictaturen, bleek afgelopen jaar.

Over het gebruik van deze – vaak westerse – software is nog veel te weinig bekend, vonden veel sprekers op het congres. Zoals Roger Dingledine en Jacob Appelbaum, van The Onion Router (Tor), een netwerk voor anonieme communicatie. Zij waarschuwden het publiek voor bedrijven als Cisco, Blue Coat, Vodafone, Siemens of Nokia. Die zouden onder meer websites uit de lucht hebben gehaald of gegevens over internetgebruik doorgegeven hebben aan dictaturen. Applebaum: „Dat kan toch niet! Dat westerse bedrijven geld verdienen aan een dictatuur? Ik zat eens in een discussiepanel met mensen van Nokia, Vodafone en telefoonmaatschappijen uit Egypte en vroeg ze of ze wilden stoppen met het censureren van het internet. Ze zeiden: ‘Het is niet aan ons om te bepalen wat een goed of een fout land is. Ik ben geen politicus, ik ben een zakenman’.”

Het afgelopen jaar gingen Dingledine en Appelbaum onder meer naar China, Iran, Egypte, Libië en Syrië om te vertellen over Tor. Het systeem maakt het moeilijk om de activiteiten en IP-adressen van internetgebruikers te achterhalen. Appelbaum: „Als ik het aan mijn moeder moet uitleggen, zeg ik altijd dat TOR voor mij dezelfde functie heeft als een gordijn in haar leven: ik hou er mijn privéleven mee binnenshuis.”

Hackergemeenschap Telecomix werkt op een andere manier aan vrij internet: zij bedacht een methode om met behulp van oude modems en met internationale internetaanbieders, waaronder XS4ALL, een ouderwetse inbelverbinding op te zetten in Egypte. „Elk mens heeft recht op vrije communicatie”, zegt Stephan Urbach van Telecomix. „Daarom zetten we allerlei soorten internetverbindingen op in landen waar dit geen vanzelfsprekendheid is, zoals Syrië, Tunesië, Kazachstan en Egypte. Ook als we daarmee zelf gevaar lopen.”

Prominente spreker op het congres was de Wit-Rus Evgeny Morozov, auteur The Net Delusion, How Not To Liberate The World (2011). „We kunnen nog lang niet zeggen dat de Arabische Lente geslaagd is, aangezien het filteren van het internet is toegenomen, met behulp van westerse software. In Amerika is het verboden om software direct te leveren aan dictaturen. Maar dankzij organisaties als Telecomix hebben we ontdekt dat de software via westerse distributeurs wel degelijk geleverd is aan dictaturen. Dat is alsof je raketten verkoopt en dan niet verantwoordelijk bent voor hoe ze gebruikt worden”.

Kunnen we westerse bedrijven dan niet gewoon verbieden om zulke technologie te leveren aan dictaturen? Morozov: „Er lopen allerlei rechtszaken van mensenrechtenorganisaties tegen Cisco, omdat ze routers verkocht hebben aan China waarmee dissidenten werden afgeluisterd. Ondanks dit alles heeft Cisco een prijs gekregen van de Amerikaanse overheid voor hun goede beveiligingssoftware.”

Volgens Morozov leveren veel Israëlische bedrijven software aan Europese bedrijven, die de software vervolgens verkopen aan dictaturen als Iran. Volgens de schrijver heeft het Israëlische beveiligingsbedrijf Athena voor de Nederlandse markt software ontwikkeld waarmee openbare informatie, zoals Twitter, automatisch wordt gescand op ‘afwijkende patronen’.

Volgens Stephan Urbach van Telecomix worden deze filters gepresenteerd als middelen tegen terrorisme en kinderporno, terwijl de risico’s niet voor iedereen duidelijk zijn. „Want het grootste voordeel van deze software is dat een overheid legaal al jouw gegevens kan inzien. We moeten oppassen voor een nieuwe technologische elite.” Morozov beaamt dat: „Dit soort software wordt aan burgers uitgelegd alsof het ons beschermt en iets goeds is. Maar het is een vergroting van politiemacht en we moeten de individuen achter deze operaties goed in de gaten houden – ook als het je eigen overheid is.”