In tijden van crisis, lees Steinbeck en Fallada

Een fikse crisis is een goudmijn voor de literatuur. Wat leren we, zo vraagt Maartje Somers zich af, van romans uit de grootste depressie van de vorige eeuw? Het cliché dat een Slechte Jeugd een goudmijn is voor een schrijver, valt zonder veel problemen te transponeren naar een Slechte Tijd. Lees of herlees crisisromans uit

'De werklozen', een aquarel van George Grosz uit 1934

Een fikse crisis is een goudmijn voor de literatuur. Wat leren we, zo vraagt Maartje Somers zich af, van romans uit de grootste depressie van de vorige eeuw?

Het cliché dat een Slechte Jeugd een goudmijn is voor een schrijver, valt zonder veel problemen te transponeren naar een Slechte Tijd. Lees of herlees crisisromans uit de jaren dertig, de diepste depressie van de vorige eeuw, en je valt van de ene verbazing in de andere. Ook slechte tijden zijn duidelijk een goudmijn voor de literatuur. En nu sociale vangnetten scheuren leest literatuur uit een tijd dat sociale vangnetten nog niet bestonden, als pas geschreven.

De Duitser Hans Fallada ving bijvoorbeeld de taal van sanering in zijn roman Kleiner Mann, was nun (1932), onlangs in vertaling heruitgegeven. In de meststoffenhandel waar ‘kleine man’ Pinneberg voortdurend op de wip zit, zegt de opzichter dingen als: ‘waar er drie lui zijn, kunnen er twee ijverig zijn’. In The Grapes of Wrath (1939), John Steinbecks epos over pachters die tijdens de Grote Depressie de Dust Bowl ontvluchtten, maken zelfs de ‘mannen in de lichte pakken’, met macht en geld, zich zorgen over het systeem dat toch zo goed leek te draaien. Ze zijn ‘bezorgd omdat de formules niet langer werken’. Ze zijn ‘hongerig naar zekerheid, maar ze voelen hoe dit van de wereld verdwijnt.’

Abonnees lezen het complete essay hier.