'Ideeën zijn nutteloos wanneer ze in mijn hoofd blijven steken'

De Armeense kunstenaar Ani Eloyan (23) opende haar eerste solotentoonstelling bij galerie Gerhard Hofland in Amsterdam. In 2010 studeerde ze af aan de Gerrit Rietveld Academie. Ze woont al sinds haar achtste in Nederland. „Maar vind je het erg als ik alles in het Engels doe? Nederlands is een mooie taal hoor, alleen een beetje beperkend voor mij.”

Wat betekent tekenen en schilderen voor je?

„Schilderen gaat voor mij om het maken van een gebaar; een gebaar naar de realiteit, want je kunt haar toch niet vangen zoals ze is.”

Hoe zou je je werk omschrijven?

„Hmm. De realiteit kan vreemder zijn dan fictie. Dat is denk ik wel een hoofdthema in mijn werk. En dat druk ik uit in mixed media collages, met acryl, krijt, karton, gouache of Oost-Indische inkt. Vaak zet ik stripfiguurtjes in als visuele metaforen, als referenties aan politieke spotprenten. Ik vind het fascinerend hoe een cartoon je bij voorbaat toestemming geeft om te lachen, vooral als het aangesneden onderwerp heel gevoelig ligt. Of zoals Horace Walpole zei: ‘Het leven is een drama voor degenen die voelen, maar een komedie voor hen die denken.’ Humor wordt onderschat.”

Pas je in een traditie, zo ja, welke?

„Misschien bij het expressionisme? Het hokje waar een kunstenaar in hoort is afhankelijk van hoe hij zichzelf ziet. Ik zit meer op een filosofisch niveau, zie mezelf als een kritisch denker. Je kunt veel zeggen over filosofie, maar het gaat nooit over de oplossing van het een of ander. Dat is precies wat ik doe, vragen stellen. Ik ben niet geïnteresseerd in antwoorden.”

Wat was het beste advies dat je ooit kreeg?

„Dat was nog op de Rietveld Academie. Roos Theuws zei tegen me: ‘zie alles als een experiment’. Toen gebeurde er iets met de manier waarop ik naar dingen keek. Ik leerde hoe ik actief beelden neer kon zetten. Ideeën zijn nutteloos wanneer ze in mijn hoofd blijven steken. Je begrijpt ze op een andere manier wanneer je ze visueel maakt.”

Wat was de belangrijkste gebeurtenis in je carrière tot zover?

„Dat het Gemeentemuseum in de zomer van 2010 een schilderij van mij kocht, getiteld No more Friday the 13th. Het is een heel groot werk met een zwarte kat centraal, die net bevallen is van drie spierwitte kittens. Directeur Benno Tempel kende het van m’n afstudeerexpositie.

„En hij kende mij nog uit 2008, voordat hij directeur was, toen ik een gezamenlijke expositie had in het GEM met m’n tweelingzus Nare. Tempel vertelde me dat hij genoot van de humor in het werk.”

Wie is je grote voorbeeld?

„Raymond Pettibon. Hij maakt ook strip-gerelateerde werken. Ik houd van zijn lijnenspel, de snelheid ervan, en hun ritme – niet zozeer van de achterliggende boodschap.”

Waar haal je je inspiratie vandaan?

„Als ik werk heb ik veel verschillende inspiratiebronnen. Mijn werk is een collage van fragmentarische narratieve structuren. Ik kan denken aan Schopenhauer, Poesjkin of Bataille, gelijktijdig met Snoopy en Hello Kitty. Ik houd ook van film noir en oude shows, zoals The Dick Cavett Show uit de jaren zeventig. Het heeft een interessante kwaliteit, kwaliteit in communiceren – een interessante vorm van intelligentie.”

Kun je al van je werk leven?

„Nee, ik heb er een baantje naast, bij de kledingzaak COS. Mijn kunst ontstaat niet om economische of financiële redenen. Zelfs als ik helemaal niks verkocht zou ik ermee doorgaan.

„En stel, ik kon wel van de kunst rondkomen dan zou ik nog steeds een baan willen. I like to work. Ik houd van de vastigheid – opstaan, naar werk gaan en weer thuiskomen. Koffie met sigaret in de ochtend met collega’s.”

Waar wil je graag nog doorbreken?

„In Londen.”

Tamar Stelling