Hongaren: democratie is in gevaar

In Hongarije groeit het verzet tegen de „eenpartijdictatuur” van premier Orbán. Gisteren werd er betoogd. Prominente intellectuelen noemen hem „een provinciaalse tiran”.

Hongarije ontwikkelt zich in snel tempo tot democratisch zorgenkind van Europa. Nadat de Europese Commissie en de Amerikaanse regering al maanden hun zorg uitspraken over het democratische gehalte van de nieuwe grondwet, die sinds deze week van kracht is, loopt het verzet in Boedapest op. Gisteren trokken tienduizenden betogers de straat op, ongekend veel voor Hongaarse begrippen. Ook een groep prominente Hongaarse intellectuelen heeft alarm geslagen.

De democratie staat op het spel, schrijven zij in een ‘nieuwjaarsboodschap’: „De liberale democratie zoals die is vormgegeven in het Westen is ten einde gekomen, de autonomie van machtscentra is een formaliteit geworden.” Ondertekenaars zijn onder anderen de schrijvers György Konrad en György Dalos en de historicus Janos Kenedi.

In een dramatische analyse van een reeks wetswijzigingen en maatregelen schrijven zij dat premier Viktor Orbán, die vorig jaar van de kiezers een tweederdemeerderheid kreeg, „met steeds hogere snelheid een eenpartijdictatuur aan het bouwen” is. Zij roepen de EU op harder stelling te nemen en zich niet te laten „gijzelen door een achterhaalde, provinciaalse tiran”.

Zowel de Europese Commissie als de Amerikaanse regering heeft bezwaar aangetekend tegen bepalingen in de nieuwe grondwet en andere wetten en maatregelen van Orbán. Zo is de onafhankelijkheid van zowel de centrale bank als van de magistratuur ingeperkt en is de politieke controle op de media versterkt.

Orbán en zijn rechts-nationalistische Fidesz-partij zeggen dat de wetswijzigingen passen in een proces waarin het land definitief zijn communistische verleden achter zich laat, na jaren van halfslachtig en vaak corrupt bestuur door de socialistische partij. Gisteravond vierden zij feest in de Opera van Boedapest, terwijl buiten betogers hun ongenoegen over ‘Orbanistan’ uitten.

Sommigen droegen tekstborden mee waarop de hulp van de EU werd ingeroepen. Konrad en zijn geestverwanten doen dat nadrukkelijk ook. Zij zeggen dat niet alleen economische problemen kunnen leiden tot desintegratie van de Europese Unie, maar ook antidemocratisch beleid.

Tegelijkertijd is dit een waarschuwing, schrijven zij. „Hongarije is een triest voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer [...] wordt geprobeerd de problemen die zijn veroorzaakt door een economische en sociale crisis, op te lossen met autoritaire middelen en een beleid van nationalistisch isolement.”

De Europese Commissie is met kerstreces en heeft na eerder kritisch commentaar nog niet gereageerd op de aanvullingen en wijzigingen in de grondwet die er in de laatste dagen van het jaar doorheen zijn gejast. Linkse oppositiepartijen klagen dat er van het parlementaire debat weinig overblijft en dat regeringspartij Fidesz haar tweederdemeerderheid misbruikt om zonder discussie wetten door te drukken.

„Onder zulke omstandigheden zou Hongarije in 2004 geen enkele kans hebben gehad om lid te worden van de Europese Unie, de gemeenschap van westerse democratieën”, schrijven zij in hun mafinest.