Het is schaken op topsnelheid

In de bekroonde roman De Nederlandse Maagd staat de schermsport centraal.

Schrijfster Marente de Moor heeft er drie jaar aan gewerkt, inclusief research.

Marente de Moor danst over het parket van de schermzaal in de Amsterdamse Palmstraat. Een paar kleine stappen naar voren, gevolgd door een uitval: een been driekwart op de vloer, het andere been zo ver mogelijk naar voren, lichaam kaarsrecht, gestrekte armbeweging met de floret. Eén keer, twee keer, tien keer. Dan stopt ze, abrupt. „Ik ben er zo uit”, zegt ze. „Ik heb in geen honderd jaar een uitval meer gemaakt.” Ze vergelijkt de oefening met een sprint om de trein of tram te halen. Een korte, extreme krachtsexplosie.

Vier jaar geleden verhuisde De Moor van Amsterdam naar een huis op de Schweiberg in Zuid-Limburg. Een tijd lang pendelde ze heen en neer. „Mijn schermmaître was heel goed. Het onderhouden van die relatie was belangrijk.” Daar kwam bij dat er in haar nieuwe woonomgeving geen schermzaal was. „Daarvoor moest ik over de grens, naar Aken. Maar Duitsers zijn zo serieus, zo fanatiek. Veel schermers beoefenen hun sport daar vanaf hun jeugd. Ik ben er relatief laat mee begonnen, was begin dertig toen ik voor het eerst een floret vasthield.”

In Limburg ontdekte ze wielrennen. „Het verschil met schermen is groot. Schermen is schaken op topsnelheid. Je hebt combinaties eindeloos getraind, maar in wedstrijden nemen reflexen het over. Aan pure kracht heb je niets. Het is katachtig. Zo zouden katten elkaar te lijf gaan als ze een wapen zouden kunnen vasthouden. Als je wapen het verlengde is van je arm scherm je goed.”

Met fietsen heeft ze een haat-liefdeverhouding: „Als ik een paar bergen heb beklommen, gloeit mijn hele lijf van de krachtsinspanning. De uitdrukking ‘het snot voor m’n ogen’ gaat ook voor mij op.” Voordeel is de scheiding van lichaam en geest die fietsen toelaat: „Ik kreeg wel eens een inval voor mijn boek, een idee als ik er even niet meer uit kom. Schermen laat die ruimte niet. Je moet focussen, anders ben je verloren.”

Vanaf haar tiende doet ze aan paardrijden. Later ging ze op atletiek. „In het begin kon ik de jongens bijhouden, vanaf mijn zestiende jaar veranderde dat. Veel vrouwen herkennen het moment dat je het als puber aflegt tegen jongens omdat zij lichamelijk sterker worden.” Ze legt zich er als wielrenner niet bij neer. „Het is een moment van triomf als ik mannen in een midlifecrisis, van die wild uitgedoste paradijsvogels, voorbij fiets en dan zo neutraal mogelijk ‘hallo’ zeg. Dat is het jongetje in mij, op dat vlak wil ik niet verliezen.”

In haar met de AKO-literatuurprijs bekroonde roman De Nederlandse Maagd staat de schermsport centraal. De Moor heeft er drie jaar aan gewerkt, inclusief research. Het boek speelt op een landgoed in Duitsland in het interbellum van de vorige eeuw. Een jonge Nederlandse vrouw wordt in de schermsport en de liefde ingewijd door de Duitse eigenaar van het kasteel.

Gevraagd naar de autobiografische elementen van die relatie reageert ze fel. „Seks met mijn maître heb ik niet gehad. Er is gezegd: ze wil zelf graag genomen worden door een van haar romanpersonages. Wat een onzin! Echt een opmerking die getuigt van een vileine oppervlakkigheid. In de Nederlandse commentaren wordt alles persoonlijk gemaakt. In de Belgische en Duitse pers is mijn boek beter gerecenseerd. Het is geduldig geschreven en verdient geduldig te worden gelezen. Het boek gaat over veel meer dan een kalverliefde van een meisje voor haar maître. Ik wil de lezer niet met nadrukkelijke, grote gebaren bij de hand nemen. Om bij de schermsport te blijven: wat koop je voor gooi- en smijtwerk, voor wapengekletter, als juist onverwachte, delicate bewegingen dodelijk zijn?”

Schermen is volgens haar geen erotische sport. „Je bent vormloos in een pak. Het is wel esthetisch aantrekkelijk, voor een buitenstaander heeft het iets van ballet. En er is de trots en traditie van het duel, waarop de sport is gebaseerd.” In haar boek speelt dat militaire element een dominante rol. ‘De Mensur’, het ritueel waarbij Duitse jongens bij het schermen een gehavend gezicht oplopen, beschrijft ze gedetailleerd.

Afweren heeft ze moeten leren. „Aanvallen zit in mijn karakter, maar schermen is omzeilen, de kunst van schijnbewegingen. Alleen aanvallen is voorspelbaar voor je tegenstander.”

„Als je lang schermt, kun je je beter verdedigen, kun je de lichaamstaal van een ander beter beoordelen. Je eigen reactievermogen gaat erop vooruit, je bent niet vingervlug, maar handvlug. Dat heeft mij buiten de zaal geholpen. Ik voelde mij veiliger op straat. Na het paardrijden, als ik vanuit Osdorp in het donker terugfietste naar de stad, had ik een rijzweepje in mijn hand. Dan dacht ik: kom maar op.”

Marente de Moor: De Nederlandse Maagd. Uitgeverij Querido. Prijs: 18,95 euro.