Grillig griezelige mannetjes in duister en licht

Tala Madani – The Jinn, t/m 5 februari in het SMBA, Rozenstraat 59, Amsterdam. Di-zo 11-17u. www.smba.nl ****

Politieke tegenstellingen in Iran liepen vorig jaar op toen ultraconservatieven enkele medewerkers van president Ahmadinejad betichtten van tovenarij, van het aanroepen van djinns – geesten. De president sprak alles tegen, vicepresident Rahimi vroeg zich boos af hoe mensen dat überhaupt voor zich zagen: een land regeren met tovenarij? Kun je met djinns satellieten de lucht in sturen?

Dat geeft een extra lading aan de tentoonstelling The Jinn van Tala Madani. Madani, zelf van Iraanse komaf, exposeert video’s en schilderingen waarin personages geplaagd worden door zwarte schaduwen, vermoord worden door kwaadaardige dwergen en aangevallen worden door bloeddorstige vleermuizen. In Arabische verhalen, inclusief de Koran, zijn djinns wezens die bezit kunnen nemen van mensen.

Het zijn niet per se boze geesten, maar de djinns van Madani hebben weinig goeds in de zin. Een van haar inkttekeningen toont een nachtkastje met een fotootje dat tot leven komt, grijparmen ontwikkelt, en de man wurgt die in bed lag te slapen.

Het zal geen fotootje van Madani zelf zijn geweest, want de kunstenaar laat zich niet fotograferen. Haar verschijning mag niet afleiden van haar kunst. Die krijgt veel belangstelling. Ze verkoopt zo goed dat de expositie vers van de pers is, letterlijk: het zijn deels reproducties van ouder werk van haarzelf, ingelijst of bewerkt met inkt. Die populariteit dankt ze aan Lord Saatchi, een mecenas die onlangs nog in het nieuws kwam met een tirade tegen de hausse van neoconceptualisme. Hij beschuldigt kunstkopers ervan te veel te kijken naar het idee achter het werk, en niet naar het werk zelf.

Madani biedt inderdaad genoeg om naar te kijken. Zelfs in de kopieën, computerprints van schilderingen, blijft haar beeldtaal overeind: contrasten tussen zwart en wit, duister en licht, die elkaar in een strijdbaar evenwicht houden. Het mooist zijn haar brandende huizen. Terwijl al het materiële in vlammen opgaat, in rookpluimen door de ramen richting hemel verdwijnt, zie je over de aarde zwarte schaduwen wegkruipen.

Het zijn beelden die zo uit nachtmerries lijken te komen. Toch schijnt Madani allesbehalve getormenteerd te zijn, aldus samensteller Jelle Bouwhuis. Djinns zijn voor haar een onderzoeksthema waarbij Madani het geluk heeft dat ze dat neer kan zetten met schwung die verraadt dat ze ergens een donker randje moet hebben, maar wie heeft dat niet.

Madani’s expositie maakt deel uit van het Project 1975, een langer lopend thema van het SMBA over de postkoloniale wereld. In 1975 werd Suriname onafhankelijk, maar veel Nederlandse en Europese kunst is naar de eigen ismes blijven navelstaren alsof de rest van de wereld niet bestaat.

Madani heeft een islamitische thematiek, Nederlandse opleiding en woonde in de VS. Als je dat niet zou weten, zou je haar grillig geschilderde mannetjes onderbrengen in het groteske, de grillige lelijkheid die sinds Goya de westerse ismes bezighoudt. Maar het is meer dan dat. Haar cartooneske figuren maken al het griezelige acceptabel, net als hoe beeldcultuur alle tragiek vervlakt. Het zijn mannelijke djinns, wat een feministische inslag verraadt.

En het werk wint door de Iraanse politiek aan betekenis. Zo kunnen concepten over goed en kwaad vanuit een wereldperspectief ineens flink aan actualiteit winnen.