Europa terugveroveren

In het boek In Europa (2004) waarschuwde Geert Mak dat het met de Europese Unie mis kon gaan als het echt zou ‘stormen’. Nu het door de schuldencrisis stormt, komt Mak met een lang pamflet: De hond van Tišma. „We moeten Europa met hand en tand verdedigen.”

Hij zat er bepaald niet op te wachten. Geert Mak schrijft een boek over Amerika, dus Europa was een beetje naar de achtergrond geschoven. Maar toen het Duitse weekblad Die Zeit vroeg waarom de Europese intellectuelen zo stil waren, schreef hij De hond van Tišma. Wat als Europa klapt? Het is een pamflet in de geest van Gedoemd tot kwetsbaarheid, zijn reactie op de moord op Theo van Gogh. De hond van Tišma is een somber boekje. Met de Europa-historicus Norman Davies komt Mak tot de conclusie dat de decembertop van de Europese regeringsleiders zijn laatste hoop de bodem inboorde. „Ik vrees dat het voorbij is.”

Het is het verhaal van too little too late. Te weinig geld voor het noodfonds, te weinig sanctiemogelijkheden, te weinig visie en uiteindelijk te weinig Europees leiderschap. Het Duitsland van Merkel, schrijft Mak, mist een historische kans om de echte leider van Europa te worden. Uit angst voor het verkeerde spook, het spook van de inflatie, duwt Duitsland Europa in een recessie. Fout, zegt Mak. Laat liever de geldpers draaien. En knijp het Zuiden niet kapot.

„Vroeger bepaalde de as Berlijn-Parijs wat er in Europa gebeurde”, zegt Mak. „Nu hebben we Merkozy, maar Merkel is de baas, of ze wil of niet. Frankrijk is zwak. Maar eigenlijk wil Duitsland dat leiderschap niet. Generaties lang hebben de Duitsers heel veel aan Europa gegeven uit schuldgevoel. Dat is voorbij. Nu zouden ze iets moeten willen geven uit grootsheid. Pas dan toon je je een echte leider.

Die angst van Merkel is wel begrijpelijk. Zodra ze de macht naar zich toe trekt, krijst iedereen over het Dictaat van Duitsland.

„Het probleem is dat Duitsland op deze manier eenzijdig de Duitse angst voor inflatie aan Europa oplegt. Met een krimpende economie en gebrek aan geld is de kans op inflatie niet erg groot. Toch geeft Duitsland de Europese Centrale Bank niet de ruimte om als echte Europese bank te fungeren. Om bijvoorbeeld euro-obligaties uit te geven. Je moet leider willen zijn van álle Europeanen. Echt leiderschap hebben bijvoorbeeld de Amerikanen laten zien na de Tweede Wereldoorlog: zij legden de Duitsers geen herstelbetalingen op, maar kwamen met de Marshallhulp, die de Duitse economie er weer bovenop hielp. Amerika is daardoor in Europa twee generaties lang op handen gedragen. De Duitsers missen die grootsheid en dat is doodzonde.”

Er zijn anders zat economen die tegen euro-obligaties zijn. Dat is juist het probleem: elke oplossing die de politiek aandraagt wordt onmiddellijk door economen onderuit geschoffeld.

„Wat mij betreft is het helemaal niet onduidelijk wat er moet gebeuren. Europa moet doen wat elk land in zo’n situatie te doen staat: de drukpers aanzetten en de economie weer op gang brengen. Euro-obligaties zijn een ideale oplossing om landen te disciplineren, maar ook te belonen. Als je je braaf gedraagt en het gaat goed, dan krijg je eurobonds. Misdraag je je, dan wordt die mogelijkheid ingetrokken. Inderdaad, je moet uitkijken met inflatie. Maar nu wordt alles gedaan om spaarders en beleggers te beschermen, ten koste van de jeugd. Door dit verkrampte beleid ontstaat in Zuid-Europa een recessie die enorme sporen na zal laten. Vooral de jongeren met hun flexibele banen worden daarvan de dupe. In Spanje is de jeugdwerkloosheid 47 procent. Zo kan een griezelige kloof tussen de generaties ontstaan. En het leidt op de lange termijn tot een blokkering van allerlei vormen van vernieuwing. Brussel heeft een blinde vlek voor dit soort langetermijneffecten.”

Maar hoe hou je in Europa de solidariteit overeind? Griekenland is een failed state, schrijf je. Een arme Slowaak wil niet opdraaien voor een Grieks pensioen.

„De Grieken kunnen het probleem niet zelf oplossen. Natuurlijk moet de disciplinering veel beter, maar wees reëel. Je kunt in Griekenland niet in zes maanden tijd tien grote privatiseringen doorvoeren. Het is een land van cliëntelisme en nepotisme. Dat geldt ook voor Spanje en Italië. Je moet er met volle kracht tegenaan, maar je kunt dat niet in een half jaar regelen.”

Maar je roept zelf om Duits leiderschap. De Duitsers passen nu eenmaal braaf op de centen en hebben een hekel aan de zuidelijke mentaliteit.

„Dat noordelijke moralisme is zo hypocriet, daar kan ik me kwaad om maken. De Grieken hebben zich vreselijk misdragen, maar tegenover elke losgeslagen lener staat een losgeslagen geldschieter. Over het totaal onverantwoordelijke gedrag van de Duitse en Franse banken hoor je hier niemand. Wat naar de Grieken toe wordt geschoven, komt via een omweg grotendeels weer terug bij de Duitse banken. Het is een verkapte reddingsoperatie, het rondpompen van geld. Een kind kon zien dat het in Griekenland een rommelboeltje was en dat je terughoudend moest zijn met investeren. Als de bankiers hun werk naar behoren hadden gedaan, was dit probleem nooit ontstaan. De Duitse banken hebben tientallen miljarden in Griekenland gestoken, en in de IJslandse luchtballonnen of de gammele Ierse huizenmarkt. Je gelooft je ogen niet.”

Europa moet terugveroverd worden op het geld, schrijf je. Maar hoe dan? In 1989 overwon het vrije Westen het communisme. En liet het casinokapitalisme gierend uit de hand lopen.

„Als je zaken doet, neem je risico. Je kunt beloond worden, maar het kan ook misgaan. Dat weet iedere marktkoopman. Maar de marktwerking is verstoord door de banken, die bijna een anti-democratische revolutie zijn begonnen. Ze hebben de macht naar zich toe getrokken. Iedereen komt zwaar beschadigd uit deze crisis, behalve de veroorzakers. De banken lopen geen enkel risico en de publieke sector betaalt de prijs. Ik was laatst op een bijeenkomst waar een Chinese topeconoom en een Afrikaanse centralebankier een groep Europese specialisten uit de financiële sector de les lazen. Een interessante historische omslag. De Afrikaan zei: jullie banken zitten vol met zeer bekwame mensen, maar ze hebben alle fouten gemaakt die je bedenken kunt. Dat valt alleen te verklaren als andere factoren bij hun beslissingen de doorslag hebben gegeven. In Afrika noemen we die andere factoren corruptie. Het werd stil in de zaal. Hij doelde op de bonussen en hij had volstrekt gelijk.”

Europa was een poging om democratie boven de nationale grenzen uit te laten stijgen. Kan de democratie de ontketende wereldmarkt niet aan?

„Dat is waar ik zo treurig van word. Mét al haar gebreken, met al haar butsen en deuken, is de Europese Unie een fantastisch experiment op dit vlak. Daarom moeten we haar met hand en tand verdedigen. De EU zou het model moeten zijn dat in de woeste 21ste eeuw iets van democratische waarden overeind houdt. Valt dat weg, dan springen anderen in dat vacuüm. De Amerikanen, de Chinezen, de Brazilianen, de Russen.”

De EU is een typisch product van geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Krijgen de populisten nu toch gelijk? Het werkt niet?

„Nee. Ze hebben één punt: over Europa hangt als een mist een gevoel van onbehagen. In Nederland is dat gevoel heel sterk. Andere landen knorren nog tevreden. Populisten vertolken dat onbehagen. Ik snap de kritiek op Europa. Maar je terugtrekken op jezelf is magisch denken. Een nationale mythe is ongelooflijk verleidelijk. Soms denk ik ’s avonds in bed ook weleens: laat ik eens een kwartiertje rechts zijn. Zalig!”

Dat ongemak is voelbaar in je boek. Je bent Europeaan in hart en nieren, je kijkt met de blik van de historicus. Maar je komt er niet uit. Je moet toegeven dat het niet werkt.

„Hoe treurig ook, ik was niet verbaasd. In het slothoofdstuk van mijn boek In Europa schreef ik al dat het scheepje heel onevenwichtig is opgetuigd met 27 kapiteins op de brug. Bij storm gaat dat hele grote problemen geven, voorspelde ik. En nu stormt het.”

De discussie in de pers is goeddeels financieel-economisch en nauwelijks politiek. Voor de burger moeilijk te volgen.

„Ik heb inderdaad grote problemen met die eenzijdigheid. De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt wees er in zijn laatste boek op dat na de oorlog economische problemen uiteindelijk ook vertaald werden in ethische termen. De discussie over de werkloosheid ging niet alleen over cijfers, maar minstens zo sterk over de morele en sociale gevolgen daarvan. Dat gold voor links én rechts. Ik zag onlangs een debat terug tussen Kennedy en Nixon, uit 1960. Ook Richard Nixon had het steeds over de ethische kant van armoede. Die toon moet terug in het debat.”

Intussen zitten we in Nederland met een gedoogkabinet dat totaal gespleten is over Europa. Kan dat voortbestaan?

„In het huidige Nederland is alles mogelijk. Op een dag zal meneer Wilders zijn knopen tellen. Als het electoraal gunstig voor hem is zal hij het kabinet laten vallen. Ons probleem is dat we iemand in het centrum van de macht hebben toegelaten die zich absoluut niet interesseert voor het oplossen van deze crisis en daar ook geen seconde over nadenkt. Als een paus produceert hij zijn dagelijkse tweet en een groot deel van de journalistiek holt er achteraan. Het is of ze hun ziel verkocht hebben voor een goede quote.”

Als het kabinet valt, worden de centrumpartijen weggevaagd. Wordt Wilders onze eerste anti-Europese premier?

„Dat is de verantwoordelijkheid van de andere partijen. Moet driekwart van de burgers lijden onder de dictatuur van een kwart? Wilders premier, Friesland scheidt zich af. Dan gaan we Hongarije achterna: nationalisme, beperking van vrijheden. In de rest van Europa zullen ze de wenkbrauwen fronsen en bezorgd zijn.”

Je boekje eindigt somber. Wat is je hoop voor 2012?

„Dat Mark Rutte, Ben Knapen en nog paar mensen om hen heen in de eerste week van januari één goed voornemen maken: Nederlands klassieke rol van bruggenbouwer herstellen. De Duitsers houden van ons omdat we zo degelijk zijn. Tegelijkertijd willen wij mét de Fransen de gemeenschappelijke instituten overeind houden, omdat dat de enige goede politieagenten zijn in Europa. Komend jaar gaat het om de vraag hoe Europa eruit komt te zien. Blijft het een communautair systeem onder leiding van een sterke Europese Commissie of wordt het een gedecentraliseerd intergouvernementeel systeem, wat de Duitsers willen. Nederland kan daar een bemiddelende rol in spelen. Wij zijn niet zo dogmatisch als de Duitsers. Laten we die rol op volle kracht spelen, puur uit eigenbelang. Want wij zijn en blijven een internationaal georiënteerd land.”

Laura Starink

Geert Mak: De hond van Tišma – Wat als Europa klapt? Atlas-Contact, 96 blz. € 7,50. De groot afgedrukte citaten op deze pagina zijn afkomstig uit het boekje. Een recensie van het nieuwe boek van de Europa-historicus Norman Davies, aan wie Mak refereert, staat komende vrijdag in Boeken.