Elk jaar een advertentie met een wens voor de eenzamen

Het is een klein berichtje, elk jaar, begin januari. Met een nieuwjaarswens voor „mensen die alleen zijn”. Wie plaatst die advertentie? En waarom?

„Alle mensen die alleen zijn, wens ik een gelukkig nieuwjaar.” Meer stond er niet, in de ingezonden mededeling gisterochtend onderop de pagina familieberichten van de Volkskrant en Trouw. Wie schrijft zo’n advertentie? En waarom?

Maandag, IJsselmuiden. Mirjam van der Hall opent de voordeur. Een statig huis, in de gang ligt rood karpet. „Wil je koffie?” vraagt ze. Van der Hall opent de deur naar de keuken. Daar, aan de keukentafel, zit een man, haar echtgenoot.

Nee, Mirjam van der Hall (61) is zelf niet alleenstaand, laat staan eenzaam. „Tussen die twee zit trouwens een groot verschil”, zegt ze terwijl ze de koffie inschenkt. „Ik krijg brieven van mensen met een partner die zich toch eenzaam voelen.”

Op de salontafel ligt een stapeltje post. Het zijn brieven uit december. „Dat zijn de mensen die schrijven of ik alsjeblieft de advertentie dit jaar weer in de krant wil zetten.”

Voor de 36ste keer staat de nieuwjaarswens voor alleenstaanden dit jaar in de krant. Altijd in de eerste week van januari. Soms op maandag, soms op zaterdag – wat vaak meer post oplevert. Initiator was Jan van der Hall, de vader van Mirjam. Een schooldirecteur, woonachtig in een van de schaarse eengezinswoningen van de door hoogbouw gedomineerde wijk Kanaleneiland, Utrecht. Met plompe flats, voor en achter.

Toen zijn vrouw in 1976 een hartoperatie moest ondergaan, gingen buren hem uit de weg. Gewoon uit angst, angst voor de dood. En, toen zijn vrouw kort daarna overleed, opnieuw, uit angst voor verdriet. Jan van der Hall voelde zich eenzaam, bedacht dat meer mensen zich zo moesten voelen en plaatste de nieuwjaarswens voor alleenstaanden in de krant. Na zijn dood bleef Mirjam de advertentie plaatsen.

De reacties van al die jaren zitten inmiddels in plakboeken en dozen. Zo’n 2.500 stuks in totaal. Veel brieven komen van mensen die haar een hart onder de riem steken. ‘Goed dat u dit doet!’ Veel brieven zijn van ouderen die hun partner overleefden. Zij schrijven dat hun kinderen hen nooit meer bezoeken. „Mijn vader kreeg ook veel brieven van eenzame jongeren”, zegt Van der Hall. „Zoals een jongen die zijn ouders niet durfde te vertellen dat hij homo was.”

Een bloemlezing uit de reacties van vorig jaar: „Ik ben alleen op de wereld. Geen partner, geen broers en zusters, geen kinderen. Per jaar eet ik ca. 1.000 keer alleen.” En: „Op de dag dat mijn relatie onverwacht voorbij is, staat uw advertentie in de krant.” En: „Al jaren prik ik uw advertentie op een prikbord. Het geeft mij het hele jaar kracht.”

Eén keer stond een eenzame man voor deur. Ze heeft hem vriendelijk afgewimpeld. Haatbrieven heeft ze nooit gehad. „Blijkbaar kun je in deze tijd nog best met je adres in de krant.” Maar terugschrijven doet ze niet. „Want wie wel en wie niet? Met zeventig brieven per keer is daar geen beginnen aan.”

Opvallend: veel brieven gaan vergezeld van een foto met een poes. En jaarlijks krijgt ze gemiddeld drie brieven van mannen die er vooral een contactadvertentie in zien.