Einde van Nationaal Historisch Museum

Het Nationaal Historisch Museum (NHM), dat nooit een eigen museumgebouw kreeg, bestaat nu ook als organisatie niet meer. De zeventien medewerkers hadden vrijdag hun laatste werkdag. Alleen algemeen directeur Erik Schilp werkt nog een paar maanden door aan de jaarrekening en het ontbinden van de stichting.

Van het NHM zijn alleen een paar websites over en de Nationale Automatiek, waaruit geen snacks kunnen worden getrokken maar voorwerpen die iets zeggen over het Nederlandse dagelijks leven in bepaalde periodes, zoals een 18de-eeuwse pijpenkop, Doe Maar-veters en het ‘kwartje van Kok’. Dit apparaat blijft behouden doordat het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen het heeft overgenomen. Voor de twee websites en een app voor de iPhone zijn nog geen nieuwe eigenaren gevonden.

Het Nationaal Openluchtmuseum krijgt mogelijk vanaf 2013 anderhalf miljoen euro van het kabinet voor digitale projecten om de Nederlandse geschiedenis te presenteren. Van dat geld zou de website innl.nl overgenomen kunnen worden, waarop verhalen over de Nederlandse geschiedenis staan en beschrijvingen van plaatsen, personen en gebeurtenissen. De site is bekroond met een Best of the Web Award. Maar omdat het kabinet pas op Prinsjesdag bekendmaakt of het Openluchtmuseum het geld ook krijgt, wordt de site nu in de lucht gehouden zonder dat de teksten worden vernieuwd.

Ook de 500.000 euro die het Openluchtmuseum zou krijgen voor een materiële presentatie van de historische canon is nog niet zeker.

In zijn essay Het museum dat alles goed moest maken, waarvan vandaag een verkorte versie op de opiniepagina’s van deze krant staat, constateert publicist Bas Heijne dat de mislukking van het Nationaal Historisch Museum model staat voor de huidige tijdgeest. Het museum was bedoeld om een diepliggend gevoel van crisis te bestrijden, maar werd symbool van diezelfde crisis. „Terugkijkend op het Nationaal Historisch Museum zien we ons huidige onvermogen in zijn volle glorie. We zien de onmacht om tot een gelijkluidende visie te komen, de onmacht om besluitvorming om te zetten in daadkracht, maar vooral de onmacht om goed naar onszelf te kijken.”

Opinie: pagina 15

De erfenis van het NHM: pagina 17