Een vader des vaderlands zonder nare bijsmaak

In de gewelddadige jaren negentig, toen Joegoslavië uiteenviel, was Kiro Gligorov een man van vrede, tegen extreem-nationalisme.

Belgrado. - De naam van Kiro Gligorov, de vader des vaderlands van Macedonië, is steeds uitgesproken zonder bijsmaak. Dat is op de Balkan uniek voor een ex-communist en oud-president. Toen Joegoslavië in de jaren negentig ontplofte, stuurden mannen in vergelijkbare posities aan op oorlog. Maar Gligorov, zondag op 94-jarige leeftijd overleden, was een man van vrede, een bedaarde en internationaal georiënteerde jurist die nationaal leider werd van een voormalige Joegoslavische deelrepubliek, maar weinig ophad met nationalistische extremisten.

Gligorov, geboren in 1917, heeft zowel bijgedragen aan de opbouw als aan de ondergang van Joegoslavië. Als jonge man vocht hij met de partizanen van maarschalk Josip Broz ‘Tito’ een guerrillastrijd tegen de nazi’s en hun bondgenoten. Hij was een van de grondleggers van het Macedonisch verzet en daarmee van een Macedonische republiek binnen de Joegoslavische federatie. Na de overwinning werd hij door Tito, de communistische leider van naoorlogs Joegoslavië, naar Belgrado gehaald en kreeg hij hoge regeringsfuncties.

In januari 1991 werd Gligorov bij de eerste democratische verkiezingen in Macedonië tot president gekozen. De republiek maakte toen nog deel uit van de Joegoslavische federatie. Een paar maanden later koos een grote meerderheid van de bevolking voor afscheiding. Gligorov bleef geloven in het federale Joegoslavië, dat hij zijn hele carrière had gediend, en waarschuwde tegen extreem nationalisme. Maar dienstbaar aan zijn functie zorgde hij ervoor dat het Joegoslavische Volksleger zich terugtrok uit het land. Macedonië was daarmee de enige van de zes Joegoslavische republieken die begin jaren negentig zonder bloedvergieten onafhankelijk werd.

De eerste paar jaar van het zelfstandige bestaan werden getekend door de gevolgen van de oorlogen in Joegoslavië en de hoogoplopende ruzie (die nog steeds niet is opgelost) met buurland Griekenland over de naam Macedonië. Griekenland eiste verandering van de naam, omdat ook een grote regio binnen Griekenland Macedonië heet en Griekenland territoriale claims vreest. Dat leidde een paar keer tot een economische boycot die veel pijn deed in het arme Macedonië. Maar nooit in Gligorovs tijd liepen etnische of sociale spanningen uit op geweld.

Zelf werd Gligorov wel één keer slachtoffer van geweld. Op 3 oktober 1995 ontplofte een autobom toen hij langsreed. Zijn chauffeur werd gedood en Gligorov liep zwaar hoofdletsel op – hij verloor zijn rechteroog en kreeg daarboven een groot litteken. Maar vier maanden na de aanslag pakte hij zijn werk als president weer op. Hij werd gekozen voor een tweede termijn, tot 1999, en bleef daarna Macedonische politici adviseren. Het is altijd een vraag gebleven wie er achter de autobom zat. Leden van de Albanese minderheid, die meer autonomie eiste en daarmee de door Gligorov bewaakte nationale eenheid bedreigde? Nationalistische Macedoniërs die hem concessies aan Griekenland verweten? Servische nationalisten? De aanslag is nooit opgehelderd.