De Spaanse rekening loopt verder op

De nieuwe centrumrechtse regering van Mariano Rajoy rekent af met zijn voorganger Zapatero. Het kabinet moet laveren tussen de Spaanse kiezer en Brussel. Voor optimisme is even geen plek.

Maandenlang bleef Mariano Rajoy vaag over zijn plannen om Spanje uit de crisis te leiden. Maar sinds afgelopen vrijdag, de laatste werkdag van het jaar, schept de regering van de nieuwe centrumrechtse premier in rap tempo duidelijkheid.

Het kabinet nam vrijdag zijn eerste, onverwacht grote bezuinigingen aan: 8,9 miljard euro besparingen en 6 miljard lastenverzwaringen. Gisteren verschenen enkele ministers in de media om Spanjaarden voor te bereiden op nog meer ingrepen. Een verhoging van de btw is niet uitgesloten. Privatisering van de Staatsloterij en de luchtverkeersleider AENA zijn zo goed als zeker. Er zijn toenemende speculaties over invoering van een eigen bijdrage in de zorg.

Rajoy zelf blijft buiten beeld. Vrijdag liet hij de persconferentie na afloop van de wekelijkse ministerraad over aan zijn vicepremier en drie ministers. Zij spraken over „onvoorziene maatregelen”, die nodig zijn omdat de vorige, centrumlinkse regering een te hoog begrotingstekort nalaat. Dit zou in 2011 uitkomen op 8 procent (van het bbp), terwijl aan Brussel 6 procent is beloofd.

Het kon niet verhullen dat Rajoy, een week na zijn aantreden, meteen al de belastingen fors heeft verhoogd. Velen namen de toezegging dat hij dit níét zou doen niet serieus. Maar dat Rajoy zijn belangrijke campagnebelofte zo snel breekt, toont hoe acuut de crisis is. En hoe beperkt zijn politieke bewegingsvrijheid.

Net als zijn voorganger Zapatero zal Rajoy deze regeerperiode moeten laveren tussen enerzijds de Spaanse kiezer en anderzijds de internationale financiële markten en ‘Europa’. „Als wij deze beslissingen niet genomen hadden, dan had Brussel dat gedaan”, stelde Luis de Guindos, de nieuwe minister van Economie.

Rajoy wil zulke druk voor zijn. Op 30 januari mag hij voor het eerst aanschuiven op een Europese top van regeringsleiders. Met het pakket van vrijdag voorkomt hij dat zijn collega’s hem tijdens dit debuut meteen de duimschroeven aandraaien, zoals Zapatero sinds 2010 vaak overkwam.

De bezuinigingen zijn dan ook opgesteld in nauw overleg met Brussel en Berlijn, meldde de Spaanse pers de afgelopen dagen. Om de met Europa afgesproken begrotingsdoelstellingen te halen, moet Madrid dit jaar op een tekort van 4,4 procent uitkomen. Dit komt neer op 21 miljard euro bezuinigen – bovenop de bijna 15 miljard van vrijdag.

Rajoys grote voordeel is dat hij geen minderheidsregering leidt, maar kan bogen op een ruime meerderheid. Het stelt hem in staat een soberder toon aan te slaan. Zapatero begrootte de afgelopen jaren op basis van economische vooruitzichten die altijd rooskleuriger waren dan die van Brussel, het IMF, de OESO of zelfs de eigen centrale bank. Rajoy straalt meer realiteitszin uit. Gisteren bijvoorbeeld stelde zijn minister van Economie dat het tekort over 2011 „mogelijk” nog hoger zal blijken, „maar niet veel”. Het deed de beurzen even schrikken, maar het was geen schokkende onthulling.

De komende weken stelt de nieuwe regering de begroting voor 2012 op. Maar hoe groot de bezuinigingsoperatie uiteindelijk ook wordt; nu al staat vast dat ze elke groei effectief de kop zal indrukken. Begin vorige week meldde de regering Spanje weer in een recessie zit.

Met de bezuinigingen van vrijdag heeft Rajoy potentiële paniek over het hogere tekort in de kiem gesmoord. Maar als hij de economie – onder Europese druk – kapot bezuinigt, kan dit ook onrust veroorzaken. Net zo belangrijk als het snijden, worden economische hervormingen, die voor herstel op de middellange termijn moeten zorgen.

Dat Rajoy als economisch zwaargewicht Luis de Guindos heeft aangewezen duidt op een ambitieuze hervormingsagenda. De oud-bankier (Lehman Brothers) geldt als een apolitieke pragmaticus. Tot vorige maand doceerde hij aan een businessschool en werkte bij PricewaterhouseCoopers. Als minister is hij nu verantwoordelijk voor het herstructureren van de financiële sector.

Dit wordt een cruciale hervorming. Het werkelijke probleem van Spanje is namelijk niet de staatsschuld, maar de hoge particuliere schuldenlast die is opgebouwd tijdens de hausse op de huizenmarkt. Zo hebben sinds het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel alleen de banken al 176 miljard euro aan twijfelachtige leningen uitstaan. Dit zaait twijfel over de overheidsfinanciën en leidt tot kredietschaarste.

Zapatero en zijn ministers zagen de afgelopen crisisjaren regelmatig de eerste „groene scheuten” de kop op steken. Rajoy en zijn ploeg zijn zo wijs zich niet aan zulke voorspellingen te wagen. Nog voordat hij minister werd, legde De Guindos wel uit welke les hij uit de kredietcrisis trekt: „Financiële crises hebben een prijs”, zei hij in een praatje met journaliste. „We denken altijd dat deze prijs daalt, als je hem uitsmeert over de tijd. Maar dat is niet waar. De rekening loopt alleen maar op. Daarom moeten we snel handelen.”