De rechtbank verliest haar trouwste dienaar

De laatste dag van Hein Verbeek is het einde van een tijdperk. De rolwaarnemer, die de voortgang van rechtszaken regelt, is ingehaald door de computer.

In het kale kantoortje staan alleen nog een bureau en drie bureaustoelen, waarvan wat wieltjes missen. Aan de lege, witte muur hangt een kleurrijke klok met daarop een afbeelding van een Afrikaanse vrouw die een kokosnoot vasthoudt.

Het is het kantoortje van rolwaarnemer Hein Verbeek (57). Kamer 1.65, in toren E van de Amsterdamse rechtbank. Een rolwaarnemer regelt namens een cliënt de voortgang van een rechtszaak bij de kantonrechter, die onder meer gaat over huur en arbeidsrechtelijke kwesties. Verbeek ziet onder meer toe op juiste naleving van de stadia van een rechtszaak: de vordering op tijd graag, het verweer van de tegenpartij uiterlijk vóór deze datum. Hij is een bijzondere vakbroeder: hij is de laatste rolwaarnemer van Nederland, voorzover bekend. Het vak is ingehaald door de digitalisering. Verbeek is de laatste die toeziet op de ‘rol’: het pak papier dat tezamen de agenda beschrijft van rechtszaken. En Verbeek stopt ermee. Hij gaat vroegtijdig met pensioen na 35 dienstjaren sinds hij het werk van zijn vader overnam, die het weer van zíjn vader overnam. Verbeek heeft onlangs zijn laatste werkdag gehad.

Negen uur ’s ochtends. Een uur voor Verbeeks laatste zitting. Verbeek neemt de rol door. En hij pakt nog meer stapels papieren uit zijn enorme tas: elke zaak heeft weer zijn eigen pak papier met bewijsstukken, bezwaar- en verweerschriften. Niets mag ontbreken, de rechter wil straks over elk papiertje beschikken. En dat regelt Verbeek. Voor wie maar wil, van deurwaarders tot advocaten, het zijn allemaal Verbeeks cliënten.

En ze zijn hem allemaal trouw gebleven. Behalve de grote advocatenkantoren, want sinds een paar jaar bestaat er een ‘elektronisch roljournaal’, waardoor alle informatie over de voortgang van civiele zaken met een muisklik op te vragen is – tot ontevredenheid van sommigen. „Het digitale systeem loopt soms vast, mist soms informatie en neemt geen lastminuteverzoeken aan. Alles waar je met Verbeek geen last van hebt”, zegt advocaat Paul Smits, „een fan” van Verbeek. Wat er gebeurt als Verbeek niet alles in de gaten houdt? Een zaak kan langer duren dan noodzakelijk, vertelt Smits. „Bovendien heeft hij advocaten vaak behoed voor een claim. Advocaten vergeten nogal eens stukken op tijd in te dienen.”

Verbeek werkt voor een tarief van 3,15 euro per zaak. „Ongelofelijk, toch?”, zegt Smits. „Ik heb zo vaak gezegd dat hij zijn tarieven moest verhogen.” Zzp’er Verbeek zegt dat hij het moet hebben van kwantiteit: vele duizenden zaken per jaar.

Bij de kantonrechter zit een twintigtal mensen te wachten tot ze door Verbeeks favoriete rechter naar voren worden geroepen, Rijk van der Linde. De rechter noemt een rolnummer op, Verbeek vindt de zaak op zijn rol. Een man in bouwvakkerskleding is aan de beurt. Hij loopt met grote passen naar voren, stof dwarrelt van zijn werkschoenen. De rechter: „U hebt een bedrag open staan bij zorgverzekeraar Agis. Klopt dat?” De man knikt. „Ik zit in de schuldhulpverlening, maar ben van plan deze maand te betalen”, zegt de man. „Goed. 16 januari volgt de uitspraak.” Verbeek noteert de datum voor cliënt Agis. „Dit soort zaken maakt mijn werk interessant. Die man was op weg naar zijn werk om brood op de plank te krijgen. Helaas heeft hij toch schulden”, zegt Verbeek.

Kwart over twaalf. Advocaten en rechters stormen de rechtszaal binnen. Rechter Van der Linde neemt het woord. „Verbeek. Hoe vaak hij mij wel niet gered heeft. Het is niet eenvoudig te voorzien in de leemte die nu ontstaat.” Deken Germ Kemper: „Het tijdperk van een instituut is voorbij.”