De andere kant van Iowa

Vanuit Nederland kijken we naar Iowa als een licht absurdistische staat waar nu de Republikeinse voorverkiezingen worden gehouden via notabene een 18e eeuws systeem, de caucus. Voor Nederlanders is Iowa vooral concervatief en achterlijk. En ongetijfeld is dat waar  in sommige opzichten. Men is er tegen abortus, homorechten, de verzorgingsstaat en alles wat in Europa als toetssteen van beschaving dient. Er is in de hoofdstad Des Moines een piepklein boekwinkeltje. Maar er is ook een andere kant van Iowa, een kant van ongekende vrijgevigheid en medeleven.

Al sinds jaar en dag kom ik een tot twee keer per jaar in Iowa. Het was, met Kansas, zelfs de eerste Amerikaanse staat die ik ooit bezocht, midden jaren tachtig. Dat komt omdat Iowa het hart is van de Amerikaanse landbouw. Nergens zijn de farms uitgestrekter, de combines machtiger, de boeren rijker. Hier zetelt de landbouwlobby die blijft ijveren voor subsidies. Maar hier  wordt ook heel goede, toegepaste wetenschap bedreven die geen nationale kranten haalt met spectaculaire successen, maar soms het verschil kan betekenen tussen honger en een beetje honger in de wereld.

En daarin schuilt nu net het geheim van Iowa. Elk jaar wordt daar de Wereldvoedselprijs uitgereikt, een initiatief van Nobelprijswinnaar Norman Borlaug die een aantal belangrijke families achter zich kreeg.

Het is een gebeurtenis waar jonge mensen uit de hele wereld worden utigenodigd voor symposia, belangrijke toespraken worden gehouden, bijvoorbeeld door Bill Gates, maar vooral mensen worden onderscheiden die echt iets betekend hebben voor het uitroeien van de honger in de wereld, zoals bijvoorbeeld Dr Ejeta uit Ethiopie, (full disclosure: ik zit sinds een paar jaar in het comité van adviseurs).

Goed, van dat soort gebeurtenissen zijn er misschien meer in de wereld, maar ik ben iedere keer verrast over  de overtuiging waarmee daar in Iowa de halve universiteit mee helpt als stageaire gedurende de week van de Prize, de vlaggen in Des Moines uitgaan, en keer op keer de grote families van de staat zich uitspreken over hun plicht om iets voor anderen te doen juist omdat zij kansen hebben gekregen die elders niet bestaan. De vanzelfsprekendheid waarmee deze toch vrij geisoleerde boeren allerlei mensen verwelkomen uit andere delen van de wereld en oprecht trots zijn op prijswinnaars uit welke windstreek dan ook, is hartverwarmend. In die zin kunnen we van Iowa nog wel wat leren.

Nu moeten  zien hoe de farm lobby uit deze zelfde staat de Republikeinse kandidaten beinvloedt.