Angst voor de toekomst

Weg met de euro en leve de punt?

De geruchten over de mogelijke herinvoering van een eigen nationale munt duiken in Ierland om de paar maanden hardnekkig op. En meestal zijn er genoeg economen die op opiniepagina’s en in talkshows met enkele eenvoudige verwijzingen naar Argentinië de discussie over punt & pences naar de prullenbak verwijzen.

Maar begin deze maand meldde zakenkrant The Wall Street Journal ineens dat de centrale bank een rampenplan had opgesteld voor het geval de euro zou instorten. Ambtenaren zouden al „voorbereidend” overleg hebben gevoerd. Haastig ontkenden de bank en het ministerie van Financiën dat er dergelijke plannen waren.

Een week eerder had de minister voor Europese Zaken in het Ierse parlement al gezegd dat de drukpersen „geen waardeloze punts aan het printen zijn”. Ze schetste hoe de Ierse levensstandaard eruit zou zien als de euro instort: „We gaan dan niet terug naar de jaren tachtig, maar naar de jaren vijftig of zestig.” En ze waarschuwde dat de lening van het IMF, de ECB en de EU onmiddellijk zou worden beëindigd, wat tot een financieringscrisis zou leiden. Gevolg: extra bezuinigingen, kapitaalvlucht en het opdrogen van buitenlandse investeringen in Ierland.

Zijn de Ieren ontevreden over de euro? In 2007, bij het vijfjarig bestaan van de munt, concludeerde de Europese Commissie dat de Ieren zich van alle Europeanen het prettigst voelden met de euro. Het verlangen naar de punt is dan ook vooral ingegeven door de onzekere economische toekomst.

Titia Ketelaar