Weinig bereikt, maar Polen blijft geloven in meer Europa

Polen kijkt tevreden terug op zijn EU-voorzitterschap.

Geen van de hoofddoelen is bereikt. Maar leiderschap toonde Polen wel. ‘Polen heeft het hem geflikt.’

Ook in een bijrol kun je schitteren, weet de Poolse regering sinds kort. Het afgelopen half jaar was Polen voorzitter van de Europese Unie, een functie die sinds het Verdrag van Lissabon (2007) is uitgekleed. Maar de Polen wilden desondanks laten zien dat hun land een leidende natie is geworden in Europa. Een grootmacht die niet meer onder hoeft te doen voor Frankrijk en Duitsland. En volgens Poolse media en Brusselse politici zijn ze daarin geslaagd. Een commentaar in de Gazeta Wyborcza, de Poolse kwaliteitskrant, luidde: ‘Polen heeft het hem geflikt.’ Ook Commissie-voorzitter José Manual Barroso toonde zich lovend.

Dat is opvallend. Want strikt genomen was het voorzitterschap niet heel succesvol. In de behandeling van een aantal taaie dossiers (waartoe het voorzitterschap nu vrijwel is beperkt), zoals het Schengendossier, is eigenlijk geen vooruitgang geboekt.

Maar de Polen wisten andere manieren om ‘het te flikken’. Tijdens zijn voorzitterschap wierp Polen zich op als hoeder van Europa en daarmee oogstte het veel sympathie. Want het Europese project is allang niet meer zo evident in deze tijd.

Vanaf het begin, toen in Brussel nog koortsachtig werd vergaderd over de eerste miljardenlening aan Griekenland, riep premier Donald Tusk op om nationale belangen niet te laten prevaleren boven het gemeenschappelijke. Hij riep op tot eendracht, solidariteit in Europa.

En ook daarna volgde een constante stroom van soortgelijke oproepen, culminerend in de hartenkreet van minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski eind vorige maand. Hij riep Duitsland op om nu eindelijk de leiding te nemen en niet langer te talmen om binnenlands-politieke redenen. Want alleen Duitsland kon Europa redden.

Dat waren bijzondere woorden voor een Pool. Veel Polen zien Duitsland nog altijd als erfvijand nummer twee (na Rusland). Oppositieleider Jaroslaw Kaczynski noemde Sikorski een „verrader”, die pleitte voor oprichting van een „Vierde Rijk”. Maar Sikorski vreesde „nog eerder Duitse inactiviteit dan Duitse macht”.

De meeste van deze oproepen werden weliswaar buiten het voorzitterschap om gedaan – zo hield minister Sikorski zijn toespraak in Berlijn, op een bijeenkomst die geheel losstond van de EU. Maar het voorzitterschap gaf er wel „extra gewicht” aan, aldus Piotr Kaczynski, een Poolse analist voor de Brusselse denktank Centre for European Policy Studies.

Het Poolse euro-enthousiasme is begrijpelijk vanuit Pools perspectief bezien. Zijn huidige voorspoed – de drijvende kracht achter zijn assertiviteit – heeft Polen aan Europa te danken: het land is de grootste netto ontvanger van EU-subsidies.

Maar toch is het euro-enthousiasme ook gemeend, los van materieel gewin. Veel Polen geloven oprecht in de Europese droom. Driekwart van de Polen is positief over ‘Europa’ – percentages die politici in Den Haag en andere West-Europese regeringscentra al lang niet meer hebben gezien. Dat heeft te maken met het feit dat de Polen nog vers in het geheugen staat hoe het was vóór Europa. Én wat het betekent als een systeem ten onder gaat.

Soms draafden Polen door in hun Europese aspiraties. Polen is geen lid van de eurozone en mag daarom niet bij crisisvergaderingen van eurolanden zitten. Maar de Poolse minister van Financiën Jacek Rostowski, een politicus die in het Europarlement wenkbrauwen deed fronsen door te waarschuwen dat een nieuwe continentale oorlog dreigde als de eurolanden hun problemen niet oplosten, deed dat toch. Diverse keren.

Al was dat niet altijd even slim: op een van de toppen waar hij wilde aanschuiven, stak een geërgerd Frankrijk daar een stokje voor. „Het was een klap in het gezicht van het voorzitterschap. Polen werd op zijn plek gewezen”, zegt analist Kaczynski.

In strikte zin werden wel enkele successen geboekt. Mede dankzij inspanningen van Polen werd de zogeheten Six Pack-wetgeving aangenomen – een set regels die over begrotingsdiscipline gaan en feitelijk de inhoud vormen van het deze maand gesloten nieuwe ‘Europese Verdrag’.

Maar de hoofddoelen die Polen zich had gesteld, zijn vrijwel geen van alle gerealiseerd. Polen wilde nieuw momentum geven aan het Oostelijk Partnerschap, het samenwerkingsverband van de EU met Oost-Europese landen zoals Oekraïne en Wit-Rusland. Maar die dreven juist verder van Europa af, al kon Polen daar weinig aan doen. Ook het Schengendoel werd niet verwezenlijkt – minister van Europese Zaken Mikolaj Dowgielewicz spreekt van „de grootste mislukking van het voorzitterschap”. Polen wilde dat Roemenië en Bulgarije zouden toetreden tot de vrijreizenzone, maar dat gebeurde niet. Omdat Nederland bleef dwarsliggen.

Deze mislukkingen moeten ook worden toegeschreven aan de eurocrisis, die alle aandacht van Europese leiders opslokte – en opslokt. Dat weten de Polen. Vooraf werd de crisis door Warschau zelfs de meest „complicerende factor” genoemd. En toch heeft het voor enige teleurstelling in Warschau gezorgd.

Het overheersende gevoel is niettemin tevredenheid. Polen heeft zich laten zien in Europa en „daar denken ze nu veel positiever over Polen dan zes maanden geleden”, zegt Kaczynski. Ook na het voorzitterschap zal Europa nog dit geluid uit Polen blijven horen, zegt hij. „Waarschijnlijk alleen maar meer.”