Vliegende superhelden, van illustratie tot kunst

Expo

The Comic Side of Art. T/m 15 jan in NEST, Den Haag. Inl: nestruimte.nl ***

De illustratie of striptekening is niet ondergeschikt aan het schilderij, aan kunst met een grote K, menen de twee curatoren van expositie The Comic Side of Art. NEST-directeur Eelco van der Lingen en zijn co-curator, tekenaar Melle de Boer, ergeren zich aan Nederlandse kunstacademies, die de beeldtaal van de strip vakkundig uit het kunstdomein zouden weren.

Want wat is nou het grote verschil tussen strip en kunst? Waarom ís strip niet gewoon kunst? Het is onduidelijk of Van der Lingen en De Boer ijveren voor de emancipatie of juist de verheffing van illustraties. Maar de expositie wil in ieder geval ‘iets’ met de overgang of grens tussen strip en kunst. Daarom etaleert Nest een elftal kunstenaars – waaronder De Boer zelf – wier werk ‘stripachtige elementen’ herbergt.

In het geval van De Boer zijn het de superhelden uit de stripboekjes waar hij mee opgroeide. De Boer, overtuigd dat hij later een superheld zou worden, is teleurgesteld dat hij in zijn volwassen jaren nooit heeft leren vliegen. Half uit frustratie tekent hij nu vliegende superhelden, in de stijl van een gedreven 11-jarige.

Tekst is aanwezig in veel ‘stripkunst’. De grootste naam bij NEST in dit genre is de Amerikaan Raymond Pettibon. Hij schilderde een honkballer naast de woorden ‘his thoughts were always towards the far-flung’.

De bekendste naam van Nederlandse bodem is waarschijnlijk Martyn F. Overweel. Hij moet die overstap van illustrator naar kunstenaar nog maken. Aan Overweels muur een assortiment van ingelijste spotprenten. Overweel laat Hitler zich afvragen of hij moet overstappen op een brede jaren-70-pornosnor, om zijn kansen te vergroten bij bier schenkende Duitse dames.

Tamar Stelling