President Nigeria kondigt staat van beleg af

President Goodluck Jonathan van Nigeria heeft de noodtoestand afgekondigd in delen van het land. De noodtoestand is volgens hem nodig omdat de gewelddadige aanvallen van de fundamentalistische islamitische sekte Boko Haram de nationale veiligheid bedreigen.

De grenzen met Niger, Tsjaad en Kameroen worden gesloten in de gebieden waar de noodtoestand is afgekondigd. Die geldt onder meer in de noordoostelijk staat Yobe en de centraal gelegen staten Plateau en Niger (niet de verwarren met het gelijknamige buurland). De grenzen worden weer geopend zodra de „normaliteit is teruggekeerd”. Ook komt er een speciale contraterrorisme-eenheid.

Volgens Goodluck Jonathan, die zaterdag op televisie de noodtoestand afriep, hebben de sektarische crises zich ontwikkeld tot een nationale crisis met een „terroristische dimensie”. Met de noodtoestand krijgen veiligheidsdiensten meer macht. Ze mogen nu arrestaties verrichten zonder bewijs en huiszoekingen doen zonder bevel van de aanklager.

Op eerste Kerstdag kwamen tientallen mensen om bij aanvallen door Boko Haram op een katholieke kerk in Madalla, ten westen van hoofdstad Abuja. In 2010 voerde de organisatie ook een aanslag uit tijdens Kerst. In augustus dit jaar kwamen 24 mensen om bij een aanslag op een VN gebouw.

Boko Haram, wat vrij vertaald ‘westerse opvoeding is heiligschennis’ betekent, wil zo bereiken dat Nigeria een islamitische staat wordt. In de noordelijke staten van Nigeria geldt al islamitische wetgeving. In het noorden van Nigeria wonen hoofdzakelijk moslims, in het zuiden vooral christenen.

Sinds 2009, toen Boko Haram vanaf motoren mensen neerschoot, voert de organisatie steeds beter georganiseerde aanvallen uit op kerken, banken en overheidsgebouwen. Daarmee groeien de etnische en religieuze spanningen.

De afgelopen jaren zijn duizenden mensen omgekomen in lokale gevechten. Zaterdagochtend kwamen ten minste 40 mensen om in de zuidoostelijke staat Ebonyi in een conflict tussen mensen van de Ezza en Ezillo volken. (AP, Reuters)