Net niet

Onder bijgelovige Nederlandse voetballiefhebbers is enthousiast gereageerd op het bericht dat Robin van Persie op Oudejaarsdag maar één keer had gescoord in de Engelse competitie. Hij had twee goals nodig om het recordaantal doelpunten (35) in één jaar te verbeteren.

Weer ‘net niet’ voor Van Persie. Het goede nieuws voor het Nederlands elftal: de voetballer moet zich nu bewijzen op het EK.

Arsenal-coach Arsène Wenger – beter in praten tijdens persconferenties dan het vullen van prijzenkasten – verwachtte dat de scoringsdrift van zijn spits in 2012 niet minder zal zijn.

Ik ben het niet vaak eens met de pedante Wenger, maar hier zou hij weleens gelijk in kunnen hebben. Van Persie is momenteel de beste voetballer van Nederland. Hij heeft in zijn carrière nog weinig gewonnen, mede omdat hij zijn club Arsenal zo trouw blijft. Het EK lijkt me dit jaar het ideale podium voor een hoofdprijs.

Wenger zei gisteren na het mislopen van het record: „Van Persie zal het niet toegeven, maar ik weet zeker dat hij teleurgesteld is.”

Ik ben het weer met Wenger eens.

Naarmate Van Persie ouder wordt, heeft hij zichzelf in en buiten het veld steeds beter onder controle. Hij is doordachter en rustiger geworden. Niet voor niets draagt hij de aanvoerdersband.

En toch, diep van binnen smeult een vuurtje. Er is maar een handvol droog sprokkelhout nodig om de vlammen op te stuwen. Van Persie smacht naar een prijs, een record, een titel. In hem huist een jongetje dat midden in de nacht uit bed wil stappen om een gewonnen beker op te poetsen met een beetje spuug en de punt van zijn laken.

Noem het eerzucht, een van de belangrijkste driften in de sport.

Ik herinner me hoe ik Van Persie voor het eerst zag op het complex Varkenoord, waar hij in jeugdelftallen van Feyenoord gave, egoïstische acties liet zien. Mijn mond viel open toen hij later in een volle Kuip als broekie een vrije schop nam terwijl specialist Pierre van Hooijdonk klaarstond om te trappen.

Hoeveel bewijsdrift kan een voetballer tonen?

Tijdens het WK 2010 was hij eerst de onomstreden spits van het Nederlands elftal. Zijn mindere vorm werd aanvankelijk gemaskeerd door de goede resultaten van het team. Pas later werd gezien hoe hij tevergeefs kilometers liep. Wesley Sneijder zag hem nog weleens over het hoofd.

Baas boven baas.

Ik moet eerlijk zijn; ik heb vaak getwijfeld of Van Persie een echte spits was. Ik ben er achter. Nee, dat is hij niet. Hij is geen echte spits, hij is een echte Van Persie. Hij is een uitzonderlijke voetballer die veelvuldig de bal moet krijgen, eigenlijk iedere keer als hij erom vraagt.

Er is een spannende taak weggelegd voor bondscoach Bert van Marwijk. Hij moet zijn spelende ego’s vertellen dat Van Persie net even beter is dan zij. Net zoals destijds bij Maradona, bij Zidane.

Bij dit Nederlands elftal moet Van Persie de maat slaan. Zijn ervaring en eerzucht doen de rest. Ik hef mijn glas met het laatste beetje futloze champagne uit de fles van het nieuwjaarsfeest en durf in stilte te toasten op EK-winst.

De overgebleven volle fles bewaar ik voor de zomer.