Megasubsidie voor blutte banken

De Europese Centrale Bank leende een recordbedrag uit aan banken die krap bij kas zitten. Ze betalen een zeer lage rente. Wie betaalt de onzichtbare rekening?

De Europese Centrale Bank is een ziekenhuis waar honderden banken aan het geldinfuus hangen. Op 21 december verstrekte de ECB een recordlening van 489 miljard euro aan precies 523 Europese banken, tegen een zeer lage rente.

De looptijd van de lening – drie jaar – is ongekend lang. Normaliter leent de ECB louter voor de korte termijn. Maar door de eurocrisis hebben banken moeite om private financiers te vinden. De ECB neemt nu de financiering van een deel van de banken over van de markt, waar ze veel meer rente zouden moeten betalen voor een lening.

Het is een ongekende reddingsactie waarmee de ECB geld kan creëren. Is dit dus gratis geld om de banken te redden? Of moet iemand een onzichtbare rekening betalen?

Stel twaalf economen deze vraag, en je krijgt dertien verschillende antwoorden. De een -– bijvoorbeeld Paul de Grauwe van de Katholieke Universiteit Leuven – zegt: niemand betaalt de rekening, want er is geen rekening. De ander – bijvoorbeeld Sweder van Wijnbergen van de Universiteit van Amsterdam – riposteert: natuurlijk is er een rekening. Dit is een megasubsidie aan de banken, en daar betalen jij en ik voor.

Hoe zit het? Voordat we over rekeningen praten, willen de economen één ding duidelijk maken. Wat de ECB deed, was noodzakelijk. Het voorkwam een grote vertrouwenscrisis tussen de banken. Daarvan profiteert elke burger. Het alternatief – banken stoppen met lenen – kost meer. Wat de rekening ook is, het alternatief is duurder. De rekening in vijf delen:

1 Subsidie aan de banken

De ECB leent tegen een zeer lage rente (1 procent) aan banken die op de markt alleen tegen een hoge rente kunnen lenen, als ze al kunnen lenen. Het verschil tussen de rente die de ECB vraagt en die van de markt, is de risicopremie. Die krijgen de banken dus cadeau van de ECB. De rekening daarvoor komt ooit terecht bij belastingbetalers, bijvoorbeeld in de vorm van een lagere winstafdracht van De Nederlandsche Bank (DNB) aan de schatkist. Vorige week maakte DNB bekend 575 miljoen euro minder winst af te dragen dan verwacht. Reden: dit soort reddingsoperaties. Oud-DNB-president Nout Wellink noemt de lening vanochtend in Het Financieele Dagblad „een douceurtje.”

2 Sparen levert niks op

Sinds het begin van de crisis in 2007 doet de ECB er alles aan geld lenen voor banken zo goedkoop mogelijk te maken. De rente is daarom al jaren laag. Dit geeft banken de tijd om aan te sterken. Ze lenen goedkoop van de ECB en maken direct winst door het duurder uit te lenen aan bijvoorbeeld de Duitse overheid.

De prijs voor dit beleid betaalt de (pensioen-)spaarder. Al jaren verdient hij niet of nauwelijks op zijn spaargeld. Van Wijnbergen: „Ultralage rentes zijn in feite een belasting op sparen.” Raghu Rajan, gezaghebbend hoogleraar aan de University of Chicago, denkt dat de lage rente ervoor kan zorgen dat spaarders en gepensioneerden zich arm voelen, daardoor minder uitgeven en zo de economische groei drukken.

3 Risico op nieuw wangedrag

Banken schuilen nu al lang onder de paraplu van de ECB en de staat. De reddingen hebben banken tot nu toe eerder beloond dan gestraft voor het nemen van overmatige risico’s. Wat houdt ze tegen opnieuw te veel risico te nemen met het reddingsgeld van de ECB? Voorbeeld. De redding van 2008 moedigde banken aan staatsobligaties te kopen van landen als Griekenland. Daar konden ze mooi op verdienen. Nu kampt Europa met de gevolgen van die aankopen.

4 Inflatie

In de huidige economische omstandigheden zijn weinig economen bang voor inflatie. Banken hamsteren geld. Inflatie ontstaat pas als zij enthousiast gaan uitlenen. Er komt echter een moment dat het beleid van de ECB wel voor inflatie kan zorgen. De ECB moet dan de leningen aan banken terugdraaien. Dat kan. Grote vraag: ziet de ECB dat op tijd?

5 Minder economische groei

De ECB leent 489 miljard euro uit om te voorkomen dat banken minder krediet verstrekken en de recessie verdiepen. Een directere manier om de banken te steunen, is dat overheden hen een permanente kapitaalinjectie geven, op kosten van belastingbetalers. Dat neemt in één keer het wantrouwen weg. Door het huidige beleid herstellen banken slechts langzaam. Dat kost economische groei:het wantrouwen blijft.

Dit is hét punt van de invloedrijke studie This time is different naar 800 jaar financiële crises van Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart. Hoe sneller de verliezen worden genomen en overheden banken van kapitaal (eigen vermogen) voorzien, des te kleiner de schade. Als de banken in 2008 kapitaal hadden gekregen, dan kwakkelde Europa misschien niet nu al zo lang.

Het is nu nog te vroeg om te beoordelen of de redding werkt. En of de actie van de ECB te duur is. Van Wijnbergen denkt dat de opbrengst groter is dan de rekening. Volgens Paul de Grauwe is de redding zelfs gratis. Hij redeneert als volgt: banken en hun financiers wantrouwen elkaar, maar dat wantrouwen is overdreven. Dat kan de ECB zonder al te veel kosten wegnemen. Vergelijk het met een voetbalstadion, waar een paar mensen gaan staan om de wedstrijd beter te zien. Uiteindelijk staat iedereen. Niemand ziet beter en iedereen is minder comfortabel. De overheid is dan degene die omroept: luister, we gaan over drie tellen met zijn allen zitten. Zo is het ook met de ECB.

Volgens Van Wijnbergen is dat alleen waar als banken louter last zouden hebben van onterecht wantrouwen, maar banken hebben ook een echt probleem: te weinig eigen vermogen. Dat maakt de lening van de ECB risicovol en dus niet gratis.