Meer poep dan o-la-la

Bruidegom Doug bezoekt voor zijn vrijgezellenfeest met drie vrienden Las Vegas. De volgende ochtend ontwaken ze in de nasmeulende ruïne van een orgie. Ze missen een enkele voortand, maar zijn wel eigenaar van een droge mond, een kip, een piramide flessen, een politieauto, een tijger en een baby. Doug is spoorloos.

Dat is het uitgangspunt voor een gesmeerde mannenkomedie annex whodunit waarin drie vrienden op zoek naar Doug een nacht reconstrueren waarvan niemand zich nog iets herinnert. Het boeit driekwart film lang.

Regisseur Todd Philips (Old School, School of Scoundrels) toont zich in The Hangover opnieuw vakman in komedies over mannen die even jochies willen zijn, bevrijd van vrouw en verantwoordelijkheid. Er valt daarbij eerder te grinniken om poep-en-plas-grappen dan om o-la-la-grappen. Het gaat immers niet over mannen op zoek naar seks, maar over mannen op de vlucht voor seks.

De toon in zo’n komedie luistert nauw: niet te cynisch, zoetig of melig. The Hangover vindt die toon met zijn cast van prachtige clichémannetjes: de dikke loner Alan voor de ‘harige kont’-grappen, nerd Stu die zijn academische harpij zo omruilt voor het hoertje met het gouden hart.

Een film strikt voor mannen.

Coen van Zwol