Italië: euro voorkomt afglijden naar Afrika, pardon Griekenland

Wie tien jaar geleden in Milaan een pizza quattro stagioni bestelde betaalde tienduizend lire. Nu is dat tien euro; het dubbele. In de McDonald’s was je 4.900 lire kwijt voor een Big Mac. Dat was omgerekend 2,53 euro. Nu kost zo’n hamburger daar 3,50 euro.

Voor deze prijsstijgingen zijn meerdere verklaringen. De krant Corriere della Sera wijst ook op het gebrek aan concurrentie en de dure olie die moet worden ingevoerd. Maar veel Italianen zien de overgang van lire naar euro als de belangrijkste reden voor het koopkrachtverlies van de afgelopen jaren. Consumentenorganisatie Codacons, die in 2001 waarschuwde voor prijsstijgingen, haalt nu zijn gelijk. Sinds 2002 heeft het gemiddelde gezin maar liefst 40 procent van zijn koopkracht verloren, schrijft Codacons in zijn nieuwjaarsboodschap. Dan gaat het niet eens over de huizenprijzen. Die zijn door de invoering van euro geëxplodeerd: bij de notaris kwamen mensen met koffers vol bankbiljetten om nog even een fiscaal veilige investering in onroerend goed te doen.

Verdedigers van de euro bestrijden dit koopkrachtverlies niet. Maar Italië heeft ook veel profijt gehad van de euro. Oud-premier Romano Prodi wees er in een eindejaarsinterview op dat de euro de rente laag heeft gehouden, van vitaal belang voor een land met zo’n hoge staatsschuld als Italië. Zonder euro komen we weer in een draaikolk van inflatie en hoge rente, zei Prodi. De werkgeversorganisatie Confindustria waarschuwt dat instorting van de eurozone tot een productieverlies van wel de helft van het bbp kan leiden. En, heel belangrijk: voorkomen dat het land ‘afglijdt naar Afrika’ is al decennia een hoofddoel van de politiek. Al heeft premier Monti nu ‘Afrika’ vervangen door Griekenland.

Marc Leijendekker