Hevigste etnisch geweld in jaren in Zuid-Soedan

Zesduizend jonge leden van de Nuerstam in Zuid-Soedan doden sinds enkele dagen honderden rivalen van een andere stam. In het meest grootschalige tribale geweld sinds jaren namen ze op oudejaarsavond het stadje Pibor in. Duizend soldaten van de Verenigde Naties en honderden regeringssoldaten konden niets uitrichten.

De vredesmacht van de VN opereert in Zuid-Soedan onder een mandaat dat het mogelijk maakt militair te interveniëren om burgers te beschermen. Hilde Johnson, hoofd van de VN-missie, zei vorige week: „De regering moet nu in actie komen om een grote tragedie te voorkomen.” Johnson liet 1.000 extra soldaten in Pibor loopgraven aanleggen. Maar toen de Nuers zaterdagmiddag om vier uur aanvielen, kwamen zij niet in actie tegen de overmacht van de tribale militie. Ook het Zuid-Soedanese leger bood geen verzet.

De Nuers staken een kliniek van Artsen zonder Grenzen in brand, waarna de medewerkers, inclusief vele buitenlanders, de bush invluchten. Duizenden inwoners van Pibor deden hetzelfde, nadat de Nuerstrijders huizen in brand hadden gestoken en geplunderd. Er bevonden zich 16.000 vluchtelingen in Pibor na eerdere tribale gevechten. Ook zij trokken in paniek weg.

De Nuers kwamen in actie tegen de Murles nadat deze eerder bij een actie 700 Nuers hadden gedood, 8.000 huizen vernietigd en 38.000 stuks vee gestolen. Nuerjongeren zwoeren wraak. Zuid-Soedans vicepresident Riek Machar en hoge geestelijken trokken vorige week de bush in om dat te voorkomen, maar net als bij de VN weigerden de opgewonden Nuerjongeren naar buitenstaanders te luisteren.

Met de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan kwam vorig jaar een einde aan een van Afrika’s oudste conflicten. Ruzies tussen stammen en clans waren daarmee nog lang niet opgelost. Tijdens de oorlog hadden de strijdgroepen wapens uitgedeeld aan geallieerde stammen en na de vrede zijn deze niet geconfisqueerd door de overheid.

De Murles, die tijdens de oorlog deels aan de zijde van de Noord-Soedanese regering vochten, hebben om onduidelijke redenen een gebrek aan kinderen en stonden tijdens de Britse koloniale periode bekend als een stam die bij aanvallen om vee te stelen ook kinderen van naburige stammen meenamen.