'Help, waarde vriend van het orkest'

Vriendenverenigingen geven vanouds morele steun aan muziekgezelschappen. Maar kunnen ze, in tijden van subsidiekortingen, ook voor harde euro’s zorgen?

De operaliefhebbers zijn op zondagochtend meteen herkenbaar. Terwijl een team jonge hockeyers op het Amsterdamse Stadionplein de auto’s inlaadt, staat iets verderop een verzorgd groepje mensen van gevorderde leeftijd gereed om de bus naar Essen te nemen. Daar wacht Les Contes d’Hoffmann van Offenbach, een opera die bij enkele deelnemers dierbare herinneringen oproept. „Ik zag de opera op mijn zeventiende in de bioscoop”, vertelt Irene (75). „Dat was de eerste date met de man die later mijn echtgenoot werd.”

De operareis wordt georganiseerd door de Vrienden van De Nederlandse Opera. Organisator Fred Lingen is er druk mee. „Hoewel het minder wordt”, signaleert hij. „Dit seizoen organiseren we zeven reizen, toen we begonnen in 1992 waren dat er nog 32. Het nieuwe is eraf, de financiën gaan een woordje meespelen en de opera’s worden nu ook in de bioscoop vertoond.”

Een dergelijke excursie behoort, net als lezingen, ontmoetingen met musici en het bijwonen van repetities, tot de traditionele activiteiten van vriendenverenigingen van muziekgezelschappen. Maar gelijktijdig met het veranderende culturele klimaat, waarin ‘cultureel ondernemerschap’ steeds meer de plaats van overheidssubsidies dient in te nemen, verandert ook het karakter van veel vriendenorganisaties. Ging het vroeger vooral om binding met het trouwe publiek, het vasthouden van abonnementhouders en het organiseren van speciale concerten, tegenwoordig wordt op de Vriend ook een steeds grotere druk als structurele geldschieter uitgeoefend.

‘HELP!’ staat er dikgedrukt in het programmaboekje bij een concert in het Muziekgebouw aan ’t IJ. „Amsterdam Sinfonietta kan niet alleen heel mooi spelen maar ook heel hard schreeuwen.” Het strijkorkest, dat nu al 60 procent eigen inkomsten genereert maar ook afhankelijk is van het Fonds Podiumkunsten, wordt vanaf 2013 met circa 30 procent gekort. Een tekort van 200.000 euro. Op de concertbezoeker wordt een beroep gedaan om Vriend te worden. „Niet alleen wij, álle muziekensembles zijn keihard getroffen door de bezuinigingen”, zegt zakelijk leider Joost Westerveld. „Natuurlijk kan dat gat nooit alleen door vrienden worden opgevuld, maar alle beetjes helpen. De donatie stond vroeger op het tweede plan, nu worden ook de kleine bijdragen veel crucialer.”

Hij hoopt dat de nieuwe Geefwet, die giften aan culturele instellingen voor 125 procent aftrekbaar maakt, mede helpt om concertbezoekers tot schenkingen te verleiden. Westerveld: „We waren al vóór dit nieuwe kabinet bezig om de inkomsten uit particuliere giften meer prioriteit te geven. Zo hebben we de Club van 100 opgericht, voor zeer betrokken particulieren, die 1.000 euro of meer per jaar schenken.” De inkomsten uit bijdragen van de 700 vrienden ligt bij Amsterdam Sinfonietta nu rond de 5 procent. „De kracht van het geven is positief, het publiek kan een directe bijdrage leveren en het bestaansrecht van de klassieke muziek bekrachtigen. Maar overschat het niet: in Nederland is nog zeker geen geefcultuur zoals in de VS.”

Bij de Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest lijkt de ‘geefbereidheid’ niettemin toe te nemen, constateert bestuursvoorzitter Bert Meerstadt. „Onze Nieuwjaarsactie vorig jaar leverde in totaal liefst een ton aan giften op. Dit jaar hopen we weer zo’n bedrag binnen te halen, bedoeld voor onderhoud van het Maarschalkerweerd-orgel en voor de Orkestacademie van het Concertgebouworkest. Onze trouwe bezoekers haken in op het sentiment in de samenleving, en leveren nu vaker een hoge eigen bijdrage.”

Een kleine steekproef onder achthonderd vrienden, die op woensdagochtend een besloten repetitie van het Concertgebouworkest bijwonen, lijkt dit te bevestigen. „Ik ben vier jaar geleden lid geworden omdat ik wil dat dit orkest blijft bestaan”, zegt fysiotherapeute Ria van de Graaf (59). Ze is in het uiterste geval bereid het jaarlijkse minimumbedrag van 30 euro te verdubbelen, „al mag een particuliere donatie niet de plaats van subsidies innemen, zo’n orkest is immers algemeen goed”.

Elizabeth Bijleveld (69), vroeger zelf werkzaam in de culturele sector merkt aan de bedelbrieven „dat ze ons steeds harder nodig hebben”. „Ik geef 70 euro per jaar. Maar daar krijg je mooie dingen voor terug. Zoals deze repetitie, een kijkje in de keuken.”

De Vrienden van Concertgebouw en Concertgebouworkest telt 17.000 leden, jongerenvereniging Entrée nog eens 7.000. Entrée Next, voor de ondervertegenwoordigde dertigers en veertigers, is in de maak. „We zijn de grootste culturele club van Nederland”, zegt Meerstadt. „Dat is tevens een politiek instrument, want we hebben ook invloedrijke leden met bestuursfuncties. Ik stel mij voor dat we hen steeds vaker mobiliseren, hen oproepen om hun invloed ten gunste van de muzieksector te doen gelden.”

Het Gelders Orkest werd in 1889 opgericht als de Arnhemsche Orkestvereeniging. „Dat was een burgerinitiatief”, aldus directeur George Wiegel. „Dus is het mooi dat we een vriendenvereniging van zo’n 2.100 leden hebben die morele steun leveren.” En ja, ook daar wordt nu een groter beroep op gedaan. Wiegel: „De vereniging was vrij stil maar wordt nu actiever. Vrienden hebben altijd voorrang gehad bij de zaalindeling van de abonnementen, maar moeten daar meer voor gaan betalen. En we willen groeien door ook meer buiten de vijver van ons eigen concertpubliek te zoeken, waarvan de gemiddelde leeftijd immers vrij hoog is.”

Terug uit Essen vertelt operavriend Michael Eisenblätter (69) dat Les Contes d’Hoffmann door het gezelschap gemengd is ontvangen. „Het was een moderne en kille enscenering, die bij ons conservatieve reisclubje niet altijd in de smaak viel.” Of hij bereid is de vriendenbijdrage aan De Nederlandse Opera (DNO) te verhogen? „Misschien. Maar de prijzen van de abonnementen zijn ook al fors gestegen. Als de contributie omhooggaat moet de Vriendenvereniging ook beter gehoord worden door het operabestuur. Neem de Kerstmatinee, vooral bedoeld voor een publiek van vrienden – het is bijna altijd een productie waarvan men verwacht dat het anders toch weinig losse kaarten verkoopt. Daarover mogen we meer inspraak krijgen, als vertegenwoordigers van het publiek.”

Vroukje Boenk, manager Fondsenwerving en Relatiebeheer van DNO en tevens bestuurslid van de Vrienden, reageert: „De artistieke keuzes moet je niet willen uitbesteden. Maar we zetten zeker in op meer samenwerking met de Vrienden bij het binnenhalen van donaties.” Vooral de morele steun van de Vrienden vindt ze erg belangrijk, ook al is de financiële vriendenbijdrage ten opzichte van de totale exploitatie van DNO uiteindelijk bescheiden. Boenk: „De giften van de Vrienden besteden we vooral aan educatie en participatie, zoals laatst de kleuteropera PoY! Zo krijgen giften die met liefde zijn gegeven een bijzondere bestemming.”