Hbo nog lang in problemen

In 2016 moet minimaal tachtig procent van de hbo-docenten een masteropleiding hebben afgerond.

Dat gaat de capaciteit van veel docenten te boven.

In 2016 moet 80 procent van de docenten in het hbo een masterdiploma hebben. Die verplichting heeft staatssecretaris Halbe Zijlstra de hogescholen onlangs opgelegd. Dat wordt nog een hele klus. Op dit moment bezit ongeveer de helft van de docenten in het hbo niet meer dan een hbo-diploma. Daarmee is het hbo de enige onderwijssector waar docenten hetzelfde opleidingsniveau hebben als het niveau waar ze voor opleiden. Dit probleem blijkt nog veel ernstiger als we inzoomen op de onderwijsbevoegdheid van deze docenten. Ik beschik niet over gedetailleerde gegevens, maar ik durf de stelling wel aan dat het overgrote deel van deze docenten slechts een tweedegraads onderwijsbevoegdheid bezit. Dat betekent dat deze docenten bevoegd zijn om les te geven in het vmbo en in de eerste drie leerjaren van havo en vwo, maar niet in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Met andere woorden: de helft van de docenten in het hbo beschikt over onvoldoende vakkennis om les te geven aan havo-4! En het is juist deze helft die in het hbo de lessen verzorgt. Evenals in andere onderwijssoorten zijn het ook in het hbo met name de oudere, hoogopgeleide docenten die zich in coördinerende en bestuurlijke posities hebben gemanoeuvreerd, het primaire proces overlatend aan hun jonge, vaak ondergekwalificeerde collega’s.

Tweedegraads docenten hebben – als docent – niets te zoeken in het hbo. Toch zijn ze daar op grote schaal benoemd. De reden? Ze zijn goedkoop. De laatste jaren worden docenten in het hbo aangesteld in schaal 11 of zelfs schaal 10 (zoals bij Inholland). Ter vergelijking: ook vmbo-docenten zitten in schaal 10 en docenten in de bovenbouw havo zitten in schaal 12.

Hoe kun je, toegerust met de vakkennis om in de onderbouw van het voorgezet onderwijs les te geven, jezelf als docent handhaven in het hbo? Dat kan door je te richten op het leerproces van je studenten en de ‘competenties’ die zij dienen te verwerven. Je bent dan niet de erudiete hbo-docent, die zijn kennis enthousiast overdraagt en in staat is complexe materie helder uiteen te zetten, maar ‘coach’ van leerprocessen. De hoge vlucht die het competentiegerichte onderwijs in het hbo heeft genomen, is – naast ideologische verblinding – voor een groot deel het gevolg van het gebrek aan relevante vakkennis bij veel van de docenten. Als je geen inhoud te bieden hebt, moet je je wel op de vorm richten.

In het verleden kon een onderwijzer in het basisonderwijs een tweedegraads onderwijsbevoegdheid verwerven door een MO-A-akte in een bepaald vak te behalen. Dat betekende – in deeltijd – een studie van 3 á 4 jaar. Op basis van deze bevoegdheid kon de onderwijzer solliciteren naar een baan in de onderbouw van het middelbaar (voortgezet) onderwijs. Daar mocht hij zich ‘leraar’ noemen. Wie ook aan de bovenbouw les wilde geven, studeerde verder voor zijn eerstegraads bevoegdheid: de akte MO-B. Opnieuw een studie van 3 á 4 jaar. Op basis van deze bevoegdheid steeg de leraar naar salarisschaal 12. Heel ambitieuze leraren konden hierna hun opleiding in 1 á 2 jaar afronden aan de universiteit en daar hun doctoraaldiploma (master) behalen.

Alleen qua tijd al gaat het een tweedegraads docent die vandaag begint te studeren, dus niet lukken om in 2016 zijn masterdiploma te behalen. Maar los van de 5 á 6 jaar die met deze studie gemoeid is: dat elke tweedegraads docent in staat is een universitaire studie af te ronden, is een onbewezen en waarschijnlijk onjuiste vooronderstelling. Niet iedereen kan alles leren. Een groot aantal van de huidige tweedegraads docenten in het hbo zit waarschijnlijk aan zijn intellectuele plafond en mist de capaciteiten om een mastertitel te behalen. De meesten van hen hebben echter wel een vaste aanstelling en zullen de komende jaren dus vrolijk doorgaan met het ondergekwalificeerd lesgeven van hun studenten. Dat wil zeggen: hen lastig vallen met competenties, smart-leerdoelen, verbeterpunten en reflectieverslagen. En met heel weinig vakkennis.

Het komt voorlopig nog niet goed met het hbo.

Martin Slagter is mbo- en hbo-docent Nederlands, journalistiek en filosofie.