Gelukkig nieuwjaar, betoger. En nu doorlopen!

Wat te doen? Betogers staan in Moskou voor de eeuwige Russische vraag, maar het is ook vakantie. ‘Luister eens, nu zijn we allemaal moe.’

En ineens is Rusland stilgevallen, zoals altijd in de eerste week van het nieuwe jaar. Tot 9 januari verschijnen er geen kranten, sluimeren de nieuwssites op internet, zijn overheidsinstellingen en banken gesloten. Maar voor het eerst kan ik het niet begrijpen, nu zoveel Russen de afgelopen maand tegen de machthebbers hebben gedemonstreerd en er voor 4 februari een nieuw massaprotest op de rol staat.

„Je zou toch denken dat er juist nu kranten moeten verschijnen en de oppositie druk bezig is met het maken van nieuwe plannen”, zei ik tegen mijn assistente Joelia, toen die zich vrijdagmiddag opmaakte om een week met haar gezin als spinnende poezen voor de kachel te gaan liggen. „Luister eens, we zijn allemaal moe”, antwoordde ze. „Nu even tien dagen niets. Daarna zien we wel verder.”

„Maar jullie vreedzame revolutie dan?” vroeg ik schertsend.

„Ook de oppositie viert vakantie. Je denkt toch niet dat Nemtsov en Navalny doorwerken? Jij ook altijd met je westerse werkethos.”

Ik wilde een opmerking maken over de onuitputtelijke Lenin, die in 1917 dag en nacht bezig was met het plannen van zijn staatsgreep en vroeg me af wat premier Poetin en de FSB dezer dagen bezighoudt. Maar ik besefte dat het zinloos was en zweeg.

Die naderende winterslaap viel al op bij de demonstratie op Oudejaarsavond, op het Moskouse Trioemfalnaja-plein. Er waren weliswaar 35.000 politiemannen opgetrommeld voor het geval de verboden betoging – waarin eerbiediging van grondwetsartikel 31 (vrijheid van bijeenkomst) wordt geëist – uit de hand zou lopen, maar het was al gauw duidelijk dat noch de betogers noch de agenten er zin in hadden.

Een agent wenste alle voetgangers op het plein met zijn megafoon gelukkig nieuwjaar en sommeerde hen vervolgens om door te lopen. De tientallen betogers onder hen, die het nog konden opbrengen om hun 31ste-ritueel op te voeren, riepen om vrijheid, maar lieten zich zonder veel verzet arresteren. Als gebaar van goede wil werden ze nog voor middernacht vrijgelaten.

Aan de rand van het plein ontdekte ik mijn Tsjechische collega Lenka. Samen probeerden we te verzinnen hoe het nu verder moest met de demonstranten als de regering niet op hun eisen ingaat, waar het toch echt naar uitziet. „Ze zullen dan met iets nieuws moeten komen, want anders verdampt hun protest”, zei Lenka. „Ze kunnen toch niet eindeloos de straat op blijven gaan, als ze niet worden gehoord.”

Wat die uiterste stap is, laat zich raden: een serieuze revolutie. En dat is precies wat de meeste betogers niet willen. „Zelfs één dode, aan welke kant dan ook, is teveel”, zegt mijn Joelia altijd.

Dat ‘Sjto delat?’( Wat te doen?), de klassieke vraag uit de gelijknamige roman uit 1863 van de revolutionair Tsjernysjevski, houdt me permanent bezig. Ik hoop het antwoord van Russische vrienden te krijgen. Maar die zijn onderling zo verdeeld, dat het me duizelt. Joelia vindt Navalny een gevaarlijke nationalist, die absoluut niet aan de macht mag komen.

Journaliste Marina bekent dat ze in maart op Poetin stemt, omdat hij tenminste voor een beetje stabiliteit zorgt en de oppositie aan de macht nog meer chaos betekent. Irina en haar vader vrezen dat in maart een revolutie uitbreekt, met kans dat Poetin verdwijnt. Zoja denkt dat Poetin zo’n opstand zal neerslaan. Sergej herhaalt dat uit ieder scenario alleen maar onheil voortkomt, omdat Rusland nu eenmaal vervloekt is. En Alla lacht erom, want in haar mooie ogen stelt het huidige protest te weinig voor om echt iets te kunnen veranderen. Met die wirwar aan meningen ga ik het nieuwe jaar in.

Michel Krielaars