Een paar uur vegen, dan naar oma

Veel geslapen hebben ze niet, de jongens die op nieuwjaarsochtend een taakstraf moesten uitvoeren.

Maar hoe sneller een delict bestraft wordt, hoe effectiever.

Niet vaak stralen vijf jongens zoveel weerzin uit. De een heeft vier uur geslapen, de ander twee. En nu staan ze hier, op een verlaten feestterrein vlak tegen de duinen van Katwijk met een bezem in hun hand. Het is nieuwjaarsochtend, half tien.

Alle vijf staken ze een dag te vroeg vuurwerk af. Vier van hen hadden shocks, een soort minimortiertjes die hoog in de lucht flink knallen. Ze werden gesnapt en kregen via Bureau Halt een taakstraf. Halt legt jongeren van 12 tot 18 jaar alternatieve straffen op. In december 2010 kregen 1.635 jongeren een straf voor het te vroeg afsteken van vuurwerk. De cijfers voor afgelopen maand zijn nog niet bekend. Deze jongens konden meteen op nieuwjaarsochtend aan de slag. Hoe sneller de straf volgt op het delict, hoe effectiever, is het idee.

Dat klopt ook wel. Ze doen dit niet nog een keer, zeggen de jongens, leunend op hun bezem. Robin (16) en Rick (15) werden samen gesnapt door agenten die rondreden in een gewone personenauto. „Dus zie je ze niet aankomen”, zegt Rick. Hij neemt even pauze en rookt een sigaret. Hij moet vier uur vegen. Straks als hij klaar is, gaat hij naar zijn oma. Daar komt de hele familie, zoals altijd op nieuwjaarsdag. Gezellig, vindt hij dat.

Robin heeft pech. Hij moet vijf uur vegen omdat hij al zestien is.

Het feestterrein ligt bezaait met plastic bekers, flesjes, peuken, papier. Het was een gaaf feest, vertellen de jongens. En zij kunnen het weten, want ze waren er ook.

Sinds een aantal jaar is er op oudejaarsnacht een groot feest voor de Katwijkse jeugd naast jongerencentrum Scum. Op deze nieuwjaarsochtend staan er drie enorme lege feesttenten en tientallen stinkende mobiele wc’s. Een paar uur eerder dansten zo’n 4.500 jongeren op deep house, dirty house, hardcore, raw hardstyle en tech house.

Toen dat feest nog niet georganiseerd werd, zegt jongerenwerker Marcel van Tol, die toezicht houdt op de vegende jongens, „hadden we rellen en gedoe hier met de jeugd tijdens de jaarwisseling. Nu is dat nagenoeg verdwenen. Iedereen gaat hier uit z’n dak, niemand klooit op straat. Het is hier gezellig. Vrijwel iedereen kent elkaar. En veel jongeren helpen mee met de organisatie en tijdens het feest.”

Van Tol is al 24 uur onafgebroken in touw. Het is niet aan hem te merken. Hij veegt mee, want dan krijgt hij aan de hand van verpakkingen op de grond een idee van het druggebruik. Dit jaar viel het mee, zegt hij. „Maar dat komt wellicht door de populariteit van ghb. Dat smokkel je eenvoudig mee naar binnen, in een flesje water of zo.”

Keurig, roept Van Tol tegen de jongens. „Jullie vegen kéurig! Straks nog even die plees schrobben.” De jongens kijken verschrikt. Hij buldert van het lachen. „Kom op, mannen”, roept hij. „We gaan even een bakkie koffie halen. Wie lust er nog een oliebol?” Gelaten drentelen ze achter hem aan naar het jongerencentrum Scum.

Ik schrok me rot, zegt Bert (15) als hij in het keukentje staat. Hij werd aangehouden door agenten in burger. Hij had ze wel zien staan koekeloeren, maar het leek alsof ze op iemand wachtten. Ze wachtten tot hij vuurwerk aanstak, weet hij nu. Hij kreeg een politiepas onder zijn neus, en moest naam en adres geven. Zijn ouders werden later gebeld.

Dylan hoeft maar twee uurtjes te vegen omdat hij pas 12 jaar is. Hij stak een rotje af voor zijn huis. Een agent ging meteen met hem mee naar huis. Dylan lacht besmuikt. Zijn ouders zeiden zoiets van: eigen schuld, dikke bult.

Sommige ouders vonden het nogal overdreven, vertellen de jongens. Vuurwerk mag je pas afsteken vanaf tien uur op 31 december? Maar is het nou zo erg als dat wat eerder gebeurt? Uitvoerend Halt-medewerker Marlou van Elsen (Hollands Midden/Haaglanden) hoort vaak: ‘Heeft de politie niks beters te doen? Laat ze boeven gaan vangen.’ En dat snapt ze ook wel als je keiharde knallen van illegaal vuurwerk om je heen hoort en je zoon of dochter wordt opgepakt met een rotje. „Maar regels zijn regels. Lap je die aan je laars, dan kan dat gevolgen hebben”, zegt ze. „Dat kunnen kinderen beter vroeg leren.” Het begint klein, zegt ze. „Maar het rotje wordt een vuurpijl en dan sneuvelen de ruiten van een bushokje. Wij zijn dat graag voor.”

Het lik-op-stukbeleid van Halt heeft effect, denkt ze. Vorig jaar deelde Halt in de Duin- en Bollenstreek waar Katwijk onder valt, 48 taakstraffen uit voor het te vroeg afsteken van vuurwerk. Dit jaar waren het er 31.

Halt werkt in Katwijk graag samen met Marcel van Tol. Hij kan vaak een paar extra handen gebruiken en weet ook hoe hij met jongeren moet omgaan. Dit zijn jonkies, zegt hij. „Die zie ik waarschijnlijk niet meer terug.”