Een opwindende sportzomer

Zelden was een antiheld in de sport zo populair als Eddie Edwards. Schansspringer ondanks zichzelf. Totaal ongeschikt voor zijn sport: te zwaar, gemankeerde motoriek, geen techniek. Zijn spectaculaire duikvluchten leverden de Brit in de jaren tachtig de bijnaam Eddie the Eagle op. Daarmee hield elke overeenkomst met de roofvogel op. Eddies zware en beslagen brillenglazen verduisterden elk zicht op zijn doel, ergens op de witte piste in de verte. Doodsverachting was zijn enige talent. En iedereen genoot ervan.

Gisteren miste ik een soort Eddie the Eagle bij het skispringen in Garmisch-Partenkirchen op Nieuwjaarsdag. Het is niet de sport maar het morning after-gevoel dat van het wintertoernooi het enigszins saaie begin van een sportjaar maakt. Want of we het nu leuk vinden of niet, ‘Garmisch’ blijft traditiegetrouw het gedempte startschot van een nieuwe sportcyclus. De inleiding van een reeks wedstrijden, evenementen en toernooien. Van Milaan-Sanremo tot de New York Marathon. Van de Engelse Cup Final tot de TT in Assen.

Wat 2012 bij voorbaat tot een opwindend sportjaar maakt, is de warme zomer: de combinatie van het Europees kampioenschap voetbal en de Olympische Spelen die zich eens in de vier jaar voordoet. In juni gaat het in Europa, eurocrisis of niet, maar om één vraag: wint Oranje het EK? Duizenden supporters reizen af naar Polen en Oekraïne, in eigen land zal er geen ander gespreksonderwerp zijn. Zijn we in staat het succes van 1988 te herhalen? De recente nederlaag tegen Duitsland heeft het optimisme enigszins getemperd.

Een maand later duelleren zo’n 10.000 olympische sporters in Londen om goud, om een heldenstatus. Haalt Nederland zoveel medailles dat het in de toptien van het medailleklassement komt? Veel hangt af van de vorm van zwemster Ranomi Kromowidjojo, de hockeyvrouwen, judoka Henk Grol. Geen sportevenement waar moment en detail zo bepalend zijn voor winnen of verliezen: de seconde, de millimeter, de perfecte choreografie.

Er staat bij deze toernooien veel op het spel dat de sport zelf overstijgt: geld, internationaal prestige, media-aandacht.

In het afgelopen sportjaar waren het vooral de incidenten rondom de velden die de herinnering bepaalden. FIFA-baas Sepp Blatter in het nauw door corruptie, wielrenner Johnny Hoogerland in het prikkeldraad, Ajax in de greep van een revolte.

Nieuw sportjaar, nieuwe kansen. Iedereen mag weer dromen over heldendom en medailles. Over een reprise van 1988, over Robert Gesink in het geel.

En Nederland droomt over Olympische Spelen in 2028. Dit voorjaar moet gekozen worden tussen Amsterdam en Rotterdam als kandidaatsstad.

Volgens de logica van de internationale sportmarketing kan er na Peking, Londen en Rio maar één Nederlandse stad serieuze kanshebber zijn. De sportredactie heeft er nu al zin in en vertrekt na de zomer met alle NRC-collega’s alvast naar het Rokin.

Harry Meijer is chef Sport