Duitse D-mark-nostalgie is als heimwee naar de paardentram

In Duitsland is de geldrevolutie van tien jaar geleden nog steeds niet helemaal verwerkt. Volgens de Bundesbank, de Duitse centrale bank, was er eind 2011 nog voor ruim 13 miljard euro aan Duitse marken in omloop, in munten en papiergeld. Er zijn bovendien veel winkels die de ooit zo populaire D-mark als betaalmiddel accepteren. Bij de vijfhonderd C&A-filialen in de Bondsrepubliek kun je er mee betalen. Iedere maand wordt voor ongeveer 150.000 mark ingekocht. Het wisselgeld is in euro’s.

Ook na een decennium van wennen is er geen sprake van liefde tussen de Duitsers en de euro. In opiniepeilingen zegt steevast 60 procent van de ondervraagden dat de invoering van de Europese eenheidsmunt geen goed idee was. Maar als wordt doorgevraagd, blijkt dat een grote meerderheid van de Duitse bevolking de euro niet wil afschaffen. De nieuwe munt is niet geliefd maar dwingt vertrouwen en respect af. De D-mark-nostalgie is als heimwee naar de paardentram.

Belangrijkste factor is de stabiliteit van de euro. Duitsland heeft een historische afkeer van inflatie. De achterliggende tien eurojaren bedroeg de geldontwaarding gemiddeld 1,6 procent per jaar. In de tijd van de D-mark was dat gemiddeld 2,6 procent. De Duitse consumenten lijken dat te beseffen. Ook wordt inmiddels algemeen erkend dat de Bondsrepubliek als exporterend industrieland sterk profiteert van de relatief goedkope euro.

Tien jaar euro heeft Duitsland muntstabiliteit, een spectaculair stijgende uitvoer en groeiende welvaart opgeleverd. Daaraan heeft ook de schuldencrisis weinig veranderd. Zo lang de Duitse economie goed blijft draaien en zolang de Duitsers vertrouwen in de euro hebben, is er hoop voor de eenheidsmunt. In die zin wordt 2012 ook voor Duitsland een sleuteljaar.

Joost van der Vaart