De verboden woorden van 2012. Let op, doorvergaderde kantooreikels

Foto Merlin Daleman

Het is maandag, de eerste werkdag van het jaar. Werknemers aller kantoren zullen elkaar weer doodvervelen met indicatorenrankings, toekomstbestendige transitieslagen, win-win-situaties, kwaliteitsimpulsen, speerpunten waarop de focus gelegd moet worden en transparante innovatieprocessen, die middels een participatiemodule tot een duurzaam eindproduct leiden.

Tijd om deze hardnekkige, overdraagbare taalaandoening voor eens en altijd uit te roeien. Je kunt in Nederland namelijk geen schop in de grond zetten voordat het idee getoetst is aan een benchmark voor integrale ontwikkelingslocaties met duurzaamheidsambities. Woorden die in wezen verhullen wat beleidsblaters of kantoorkrekels niet kunnen uitdrukken. Kappen met die onzin, zou een mooi voornemen kunnen zijn voor 2012. Bewaar die pochwoorden maar voor Wordfeud.

Kom eens tot de kern zonder die vermaledijde focus!

Rob Biersma, opinieredacteur van NRC Handelsblad, zette het probleem dit weekend op de agenda. In het artikel ‘Naar een transparante focus op kwaliteitsborging’ reeg hij de meest ergerlijke woorden aan elkaar. Woorden die hij vooral tegenkwam in opiniestukken over beleid, geschreven door doctorandussen die allergisch lijken voor woorden die iedereen begrijpt. Biersma persifleert dit gilde als volgt:

“Deze situatie staat haaks op het overeengekomen profieldocument, dat juist voorzag in beleidsprikkels die win-win-situaties moesten realiseren. Had de VBNU in april niet klip en klaar aangegeven dat de instellingen zelf hun ambities moesten terugkoppelen? Iedere instelling zou haar professionals verleiden tot een eigen kwaliteitsimpuls, waarna de prestatie-indicatoren gematcht zouden worden. De benchmark moest liggen op passie, transparantie en top-excellence. En heeft dit gewerkt? Ik dacht het niet. Met dit competitief beleidsplan komen wij nooit tot een uitdagende kwaliteitsfocus.”

Biersma geeft geen oordeel over dit taalgebruik. Maar de boodschap is duidelijk: u heeft geen idee wat hier staat, en waarschijnlijk de opsteller zelf ook niet. Wat zou er eigenlijk overblijven van al die epistels als ze gezuiverd zijn van pochwoorden? Wat is transparant, wat is duurzaam, wat is participatie, wat is klantgericht? Zelfs in rapporten waar deze begrippen in de titel samenklonteren – en dat zijn er nogal wat - wordt het niet uitgelegd. Komt een gemiddelde vergadering wel tot de kern als er continu ‘gefocust’ moet worden?

Mag ik het eigendomsrecht op een halfje bruin?

Gênant wordt het als organisaties persberichten in kantoorjargon de deur uitslingeren. In 2009 vestigde nrc.next-redacteur Stijn Bronzwaer de aandacht op zo’n taalgedrocht. “Werkgevers worden door de crisis geconfronteerd met een bi-directionele problematiek met betrekking tot hun HR-beleid”, citeerde hij uit één van de tientallen persberichten die dagelijks binnenkomen. “Aan de ene kant worden werkgevers gedwongen hun personeelsbestand drastisch te saneren dan wel te reorganiseren, aan de andere kant zijn er werkgevers welke door de crisis extra personeel behoeven. Tegenstrijdig, dat wel, echter, dit biedt nog enig licht in de duisternis.”

Tenenkrommend is een passage uit een nota van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: “De doelstelling van het baten-lastendienstmodel - de doelmatigheid van de bedrijfsvoering binnen de rijksdienst bevorderen - blijft onverminderd actueel. Er worden stappen gezet om deze doelmatigheid ook concreet zichtbaar te maken door betekenisvolle kengetallen van baten-lasten-diensten te ontwikkelen, geplaatst in meerjarig perspectief.”

Ze kunnen het heus wel, zegt neerlandicus Daniël Janssen in hetzelfde artikel. “Geen enkele ambtenaar zegt bij de bakker: ‘Met betrekking tot uw broodassortiment zou ik graag het eigendomsrecht verkrijgen op een half bruin.’” Een overdrijving natuurlijk, maar je zou de mensen niet de kost willen geven die privé hun baan niet kunnen uitleggen zonder te praten over het ‘invoeren van kwaliteitscriteria die het logistieke proces moeten stroomlijnen’.

Inwisselbaar kantoorfabricaat, dat is het

Wil je genezen van deze taalkwaal? Lees dan J. Kessels The Novel, een roman van P.F. Thomése waarin de “doorvergaderde bedrijfseikel” Berend de Bray tot de schoenveters afgefakkeld wordt. De Bray is het schoolvoorbeeld van een kantoorman die niets onderneemt voordat er synergie bereikt is, zaken zijn heroverwogen, er een plan van aanpak wordt geschreven, kennismanagement is gepleegd en een focusgroep op het plan heeft kunnen schieten. Van zulke lui heb je zo weer een nieuwe, stelt de verteller in de roman. Inwisselbaar kantoorfabricaat, is het. “Even de kop erop schroeven en rijden maar weer. Seriewerk.”

Kantoortaal is een groepstaal, beaamde Ton den Boon, hoofdredacteur van woordenboek Van Dale, in nrc.next. “Mensen imiteren elkaar en willen imponeren. De machtigste figuur op kantoor bepaalt welke woorden gangbaar zijn. Anderen bevestigen de relatie door het taalgebruik over te nemen. Als de manager het heeft over ‘flink doorpakken’, doet het lagere echelon het ook.”

Dat moeten we met zijn allen natuurlijk niet willen. Een remedie is de bullshitbingo. Vervang de cijfers op een normale bingokaart door tenenkrommend kantoorjargon. Hoe vaker het ‘bingo’ is in het verhaal van een collega, hoe minder serieus je hem hoeft te nemen. Ook handig bij het beoordelen van sollicitanten die zich aanbieden als “een echte teamplayer die zelfstandig, doelgericht en proactief zijn doelen weet te halen, geen 9-tot-5 mentaliteit heeft en zowel leergierig als competitief is ingesteld”. Wie selecteert aan de poort, handelt immers proactief.

Eerder in deze serie:
Mokkend personeel? Leer ‘mennen voor mensen’
Hé rapportschrijvers, de lezer is geen ploegpaard!
Er is werk zat. Maar workaholics slokken arbeidsplaatsen op
Waarom werkgelegenheid achterblijft bij economisch herstel
Supersize werving. McDonald’s zoekt 50.000 werknemers
Internetgeneratie ondermijnt traditionele bedrijfscultuur
Kantoor vol ongeleide projectielen
Werken totdat je er dood bij neervalt
Doodongelukkig in Mickey Mouse-pak
Held op Facebook: de erewacht die orkaan Irene trotseerde
Wat te doen aan de zelfmoorden bij France Telecom?
Solliciteren? Veroordeelden en verdachten, opgepast!
Waarom werken als je van studiefinanciering kunt leven?
Zo was het kantoorleven in 1961
Eigen mening? Pas op voor de baas
Slavernij op de werkplek