De euro bracht Grieken armoede, maar drachme-tijd was nog erger

In het voorbije jaar vroeg ik me geregeld af wanneer de kwade demonstraties op het plein voor het parlement in Athene zouden omslaan in weemoedige seances met kaarsjes bij het monumentje voor de drachme. Een vergrote koperkleurige uitvoering van de 1 drachme munt staat ongeveer een kilometer verder, ook in het centrum.

Het is een voor de hand liggende plek voor Occupiers, vlakbij de centrale bank en met een plein ruim genoeg voor een massale opkomst. Af en toe liep ik er voor de zekerheid langs, om te zien of er bloemen of briefjes lagen. Maar altijd was het er stil.

Er is weemoed naar de lage prijzen van voor de euro. Gesprekken gaan over de kilo’s fruit die je op de markt voor weinig kocht en over buitenlandse toeristen die dankzij de zwakke drachme op vakantie in Griekenland met geld konden smijten.

Opiniemakers fantaseren voortdurend over een terugkeer naar een eigen munt. En daarmee naar een tijd waarin Grieken nog het gevoel hadden baas in eigen land te zijn.

Toch klinken die scenario’s voor de meeste mensen eerder dreigend dan hoopgevend. Het is alsof de drachme weinig positiefs aankleeft. Het was de Duitse Mark of de gulden niet. De drachme was ook de valuta in tijden van armoede, wisselkoersschommelingen en in inflatie.

De komst van de euro een tastbaar bewijs van vooruitgang, als een fonkelende medaille. 77,2 procent van de Grieken wil de munt houden, werd zaterdag nog eens bevestigd in een enquête.

Maar die glans is er nu wel definitief af. In de wijk achter de centrale bank is de aftakeling zichtbaar. Bij rij voor de gaarkeuken groeit. De verhalen van de wachtenden gaan over baanverlies, stijgende belastingen, immigratie en botte pech. Hopelijk brengt het nieuwe jaar hen wat meer euro’s.

Marloes de Koning