Vertrouwen in 'verloren continent'

Deze krant besteedde dit jaar veel aandacht aan de crisis in Europa. Positievere ontwikkelingen elders in de wereld sneeuwden onder. Ook de opstanding van Afrika, dat gold als ‘verloren continent’.

A gold miner smiles as he climbs down into a mine shaft in Manica Province, near the Zimbabwe border, September 18, 2010. Hundreds of miners work in individual claims rented from local landowners. REUTERS/Goran Tomasevic (MOZAMBIQUE - Tags: EMPLOYMENT BUSINESS IMAGES OF THE DAY SOCIETY) REUTERS

Vertrouwen in de toekomst is behalve voor individuele mensen ook voor landen en beschavingen van levensbelang. Dat schreef Dominique Moïsi, Frans expert op het gebied van internationale betrekkingen, drie jaar geleden in zijn boek De geopolitiek van emotie. Vertrouwen, niet te verwarren met overmoed, is een van de belangrijkste elementen van een goede gezondheid van de wereld, schreef hij met Franse zwier.

Maar vertrouwen is een schaars goed, en ongelijkmatig over de wereld verdeeld. Europa en Amerika worstelen met een ongekende schuldencrisis en ondervinden nu hoe moeilijk het is om verloren optimisme te hervinden.

Maar er zijn aanknopingspunten om uit het dal te komen. Zonder de indrukwekkende opkomst van Azië, en de zeker zo opmerkelijke opstanding van Afrika, zou de situatie voor Europa en de Verenigde Staten nog heel wat somberder zijn.

Hoop en optimisme zijn vooral te vinden in de opkomende economische en politieke grootmachten China en India. Nog altijd zijn daar massa’s mensen straatarm. Maar hun situatie is niet bepalend voor de koers en het humeur van het land, om met Moïsi te spreken.

Zó groot is in Azië het zelfvertrouwen, schreef hij, dat een Franse minister die er op reis was bij terugkeer ontnuchterd constateerde: „Ze behandelden me er net zo als wij hen vroeger behandelden!”

Met Afrika zat Moïsi in 2008 nog in zijn maag. Hij wist niet hoe hij het continent op zijn ‘wereldkaart van emoties’ moest inkleuren. Daarom bracht hij Afrika (‘tussen hoop en wanhoop’) onder in het hoofdstuk ‘De niet-classificeerbaren’ – samen met Rusland, Iran, Israël en Latijns-Amerika.

Maar in korte tijd raakte die indeling achterhaald. Inmiddels kan niemand nog om een Afrikaanse opleving heen. Decennialang werd Afrika – het ‘verloren continent’ – geïdentificeerd met dictaturen, burgeroorlog, honger en hiv/aids. Maar de afgelopen tien jaar stonden zes Afrikaanse landen in de toptien van landen met de hoogste economische groei in de wereld. „Afrika heeft een serieuze kans in de voetsporen van Azië te treden”, schreef The Economist deze maand in een omslagartikel met de kop Africa rising. Net als dit jaar verwacht het IMF voor 2012 een groei van 6 procent.

Ook de politieke en maatschappelijke vooruitzichten voor Afrika zijn het afgelopen decennium radicaal verbeterd, constateerde het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. Het democratisch gehalte van veel Afrikaanse landen is er sterk op vooruitgegaan, net als het onderwijs, de gezondheidszorg en het gebruik van nieuwe technologieën, terwijl „de vrijheid van de media ongekend is”.

En de rest van de wereld krijgt dat in de gaten. De correspondent van deze krant in Zuid-Afrika berichtte dit voorjaar over een conferentie van het World Economic Forum in Kaapstad: „Nadat de Chinezen in hun honger naar grondstoffen de mogelijkheden in Afrika al zo’n tien jaar geleden ontdekten, staan nu ook westerse bedrijven in de rij om te investeren.”

Daarmee is Afrika niet uit de problemen. De meeste Afrikanen moeten nog altijd rondkomen van minder dan twee dollar per dag. Corruptie ondergraaft in een groot deel van Afrika nog altijd het gezag van vrijwel alle autoriteiten. En hoe bestendig is de economische opleving?

Dat kunnen we pas zeggen na de eerste grote neergang van de grondstoffenprijzen, zei een Amerikaanse econoom op de conferentie van het World Economic Forum in Kaapstad. Als Afrikaanse landen hun economieën niet snel diversifiëren, blijven ze erg kwetsbaar voor zo’n daling.

Maar voorlopig profiteert Afrika van de hoopgevende trends. De emotionele wereldkaart van Moïsi kan dus worden opgefleurd. Ook de Arabische wereld is na de opstanden van dit jaar niet meer te bestempelen als regio zonder hoop.

Of de stagnatie van de laatste decennia daar daadwerkelijk is doorbroken, is ondanks de val van autoritaire regimes nog onduidelijk – in Egypte bijvoorbeeld heeft het leger de macht nog stevig in handen. Maar op zijn minst heeft het ‘Arabisch ontwaken’ eindelijk gezorgd voor enig perspectief op verandering.

Verandering betekent niet altijd vooruitgang, is de harde les die de betogers in de Arabische wereld nu leren. Maar stilstand is op den duur een recept voor uitzichtloosheid en ellende. Een slechte situatie met hoop op verbetering, is vaak te verkiezen boven een comfortabeler bestaan zonder perspectief.

Perspectief is ook waar de tienduizenden Russen naar verlangen die de afgelopen weken de straat op zijn gegaan om te demonstreren. Ook zij nemen geen genoegen meer met politieke stilstand, belichaamd door Vladimir Poetin, die zich middels frauduleuze verkiezingen opmaakt voor één en mogelijk twee nieuwe presidentiële ambtstermijnen.

Europa maakt een moeilijke overgangstijd door. De Europeanen werden dit jaar gedwongen hun problemen onder ogen te zien. Onder druk van de angst economisch volledig terug te zakken, kiest Europa nu eieren voor zijn geld. De onhoudbaarheid van het Griekse economische model kan niet meer onder het tapijt worden geveegd. De onbetrouwbare Italiaanse premier Berlusconi is vervangen. In Duitsland begint het besef door te dringen dat het land zijn verantwoordelijkheid in Europa moet nemen. En de weeffouten van de euro zijn aan het licht gebracht en nu onderwerp van breed politiek debat.

Europa, dat door de Europeanen zo lang als gaapverwekkend onderwerp is gezien, is een volwassen politiek thema geworden – omstreden en fel bediscussieerd, maar onontkoombaar. De cultuur van de angst die Moïsi in 2008 waarnam krijgt nu weerwerk – al is het met de moed der wanhoop.

In de Verenigde Staten volgde op de hoop waarmee Obama tot president werd gekozen, snel ontnuchtering. Alleen in het veiligheidsbeleid en de buitenlandse politiek is, na de fixatie op de terreurdreiging van de Bush-jaren, angst niet langer de drijvende factor. De kille verhoudingen met Moskou zijn verbeterd en er is een nieuw verdrag van nucleaire wapenbeheersing gekomen.

Nu zijn het economische problemen die, ook voor de Amerikanen, de grote bedreiging vormen. En niet alleen voor individuele Amerikanen die hun hypotheken niet kunnen betalen of geen pensioen hebben. De staatsschuld is dit jaar officieel bestempeld tot de grootste bedreiging van de nationale veiligheid.

Tegen die achtergrond treft het dat er in 2012 presidents- en Congresverkiezingen zijn. In een verkiezingsjaar komt er meestal weinig terecht van noodzakelijke compromissen tussen Democraten en Republikeinen. Maar als pepmiddel voor voor hoop en vertrouwen, gaat er niets boven een spannende campagne. Amerika is op optimisme gebouwd. Bij de verkiezingen in november staat vooral op het spel of het land een president kiest die ook buiten de eigen aanhang tot optimisme kan inspireren. Gebeurt dat, dan kan ook de rest van de wereld daarvan profiteren.

    • Juurd Eijsvoogel