Column

Verkeerd verbonden

In de trein naar Groningen zat een man hard te schreeuwen in zijn telefoon. Zakelijk gewauwel. De ander moest erop letten dat iedereen de beoogde resultaten ging halen, er moest bijtijds gerapporteerd worden en het financiële plaatje moest gezond zijn. Het ging allemaal om veel geld. Ik vermoedde overheidsgeld. De tonnen vlogen door de trein. Heel af en toe luisterde de man een paar seconden om daarna weer los te barsten. De crisis kwam langs, milieukwesties, targets, hij wilde graag zijn ding doen, transparantie was vereist en hij ging graag tegen de stroom in. Uiterlijk was hij een en al confectie. De man schreeuwde het allemaal schaamteloos uit. Ik keek hem lang aan, maar dat hielp niet. Ik wisselde blikken met andere reizigers en genoot van een mevrouw die de telefoonmeneer attendeerde op zijn hinderlijke gekrijs. Hij zei haar dat hij aan de telefoon was. Dat zag zij toch ook wel? En hij ging verder. Vond ik grappig.

Dus ik pakte mijn telefoon en begon er ook in te krijsen. Ik loeide dat ik het zielig voor de dolfijnen in Harderwijk vond dat Frans Bauer daar tussen Kerst en Oud & Nieuw kwam zingen. Als mens kan je vluchten of de radio uitzetten of niet naar het dolfinarium gaan, maar een dolfijn kan dat niet. Die moet lachend zijn kunstjes vertonen aan gezinnen die zich door de vrije dagen van de kerstvakantie worstelen door zich een tijdje te vermaken in een snikheet dolfinarium en dat allemaal terwijl Frans zingt. Een dolfijn heeft ook geen vingers die hij in zijn oren kan stoppen. Hij kan natuurlijk onder water blijven, maar dan krijgt hij geen visje als beloning. Ik schreeuwde ook dat de andere mensen in de coupé helemaal geen last van mijn telefoongesprek hadden omdat het heel gewoon was om heel hard te telefoneren in de trein. De man vroeg of ik wat zachter kon praten omdat hij aan de telefoon was. Ik schreeuwde dat ik me aan hem aanpaste. Ik vervolgde mijn zogenaamde gesprek en vroeg aan mijn telefoon of onze vaste parenavond van de dinsdag naar de woensdag kon en of de porno vanaf nu wat harder mocht. De mevrouw, die net de man geattendeerd had op zijn asociale gedrag, had nu door dat ik niemand aan de lijn had en pakte geamuseerd haar mobieltje. Ze deed of ze haar dove tante Frida aan de lijn had en begon een appeltaartrecept te krijsen. Alle ingrediënten werden drie keer herhaald, net als het aantal graden van de oven en de duur van de baktijd. De man werd nu boos en vroeg of we allebei wat zachter konden praten. Hij voerde een belangrijk gesprek. Ik zei dat onze gesprekken ook belangrijk waren. Appeltaart is zeker net zo belangrijk als harde porno. Hij had het alleen maar over werk! De man ging verder over haalbaarheidscijfers, droomambities en een zekere Van der Staaij die zijn hand overspeelde en zichzelf nog wel tegen zou komen in 2012. Een meisje nam nu ook haar telefoon en begon tegen een imaginaire vriend keihard een nummer van Adele te zingen. Ze vroeg aan haar telefoon of hij het kende. De man schreeuwde nu met zijn hand op zijn mobiel of iedereen gewoon kon doen omdat hij aan het telefoneren was. Hij vloekte hartgrondig. Het meisje begon nu nog harder te zingen en de appeltaartmevrouw dreunde een oud rijtje plaatsnamen op. Ik begon mijn oudejaarsavondgastenlijst op te sommen. Dries Roelvink, Bonnie St. Claire, Albert Verlinde, Steven ten Have, Paul Römer, hooligan Wesley, Britt en monseigneur Gijssen. De man vroeg weer of het zachter kon. Het meisje vertelde hoeveel kilo illegaal vuurwerk ze op de kop had getikt.

Toen hing de man op. Boos en plotseling. Ook wij stopten onmiddellijk met praten en borgen onze telefoontjes op. Zelden iemand zo mooi radeloos zien kijken.