Vangnet voedselprijzen

Voedselspeculatie kan prijzen opjagen, maar ook laten instorten. Na de prijsstijging van 2008 volgde een periode met lage grondstoffenprijzen. Niet alleen consumenten, maar ook boeren ondervinden dus de gevolgen van toegenomen voedselprijsvolatiliteit. Speculatie speelt een rol, maar fundamenteler nog is de afbouw van landbouwbeleid. Garantieprijzen, exportsteun en importheffingen zijn verlaagd. De voedselmarkt is één mondiaal systeem geworden. Resultaat: meer marktwerking en meer bewegingsruimte van prijzen. Brussel houdt geen buffervoorraden meer aan. Deze grotere volatiliteit trekt handelaren aan.

Eén miljard mensen hebben structureel tekort aan voedsel, maar prijzen zijn te laag – of de onzekerheid hierover te groot – om productie te stimuleren. Voedsel heeft een prijs. Boeren leven al generaties met onzekerheid – weer, ziekten en markten – maar ze willen enige afzetzekerheid voordat ze zaaien, poten en planten.

Marktturbulentie neemt echter toe, veroorzaakt door bevolkings- en welvaartsgroei, extremer weer, hoge energiekosten en speculatie. Kredietverleners worden voorzichtiger. Landbouwbeleid moet daarom een prijzenvangnet blijven bieden, en kaders voor goed gereguleerde termijnmarkten, waar boeren prijsrisico’s kunnen afdekken.

Nederlandse boeren en tuinders hebben zich op grote schaal verenigd in coöperaties, om risico’s beter het hoofd te bieden. Deze coöperaties zullen bij een terugtredende overheid zelf actiever marktinformatie moeten verzamelen en prijsrisico’s afdekken om zo namens hun leden greep te houden. Nederlandse pensioenfondsen en banken moeten opener zijn over hun financiële belangen in voedselmarkten, maar Nederland is natuurlijk geen eiland. Belangrijker is dat grote internationale investeringsbanken en private handelspartijen zullen bijdragen aan grotere transparantie op de internationale voedselmarkt.

Klaas Johan Osinga

Leeuwarden