Strafbaar gedrag is alleen een sociale afspraak

Dit najaar zag ik op Canvas een herhaling van The Fog of War, Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara. In deze bekroonde documentaire uit 2003 vertelt de Amerikaanse oud minister van Defensie onder meer over zijn ervaringen bij de luchtmacht in de Tweede Wereldoorlog. Als jonge stafofficier hielp hij de bombardementen voorbereiden

Dit najaar zag ik op Canvas een herhaling van The Fog of War, Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara. In deze bekroonde documentaire uit 2003 vertelt de Amerikaanse oud minister van Defensie onder meer over zijn ervaringen bij de luchtmacht in de Tweede Wereldoorlog. Als jonge stafofficier hielp hij de bombardementen voorbereiden op 63 Japanse steden. Hierbij werd met voorbedachte rade de Japanse burgerbevolking door de Amerikanen vermoord vanuit de lucht, met brandbommen. Grote steden werden soms bijna geheel verwoest. Heel precies werd uitgerekend hoe hoog er gevlogen moest worden voor een maximaal dodelijk effect. McNamara herinnert zich dat zijn generaal ervan overtuigd was dat hij zou worden vervolgd wegens genocide als de Verengde Staten de oorlog zouden verliezen. De Amerikanen wonnen. Er gebeurde niets.

Bekijk hier het bedoelde fragment uit de documentaire, les vijf  ‘Proportionality’. Bij 3.15 zegt McNamara dat hijzelf en zijn commandant zich als oorlogsmisdadigers hebben gedragen

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=hOCYcgOnWUM[/youtube]

 In de collegebanken krijgen rechtenstudenten bij criminologie te horen dat strafbaar gedrag altijd een sociale afspraak is en dus conjunctuurgevoelig, afhankelijk van tijd en plaats. Het klassieke voorbeeld is inderdaad moord. In tijden van vrede is dit de hoogst denkbare inbreuk op de rechtsorde, maar in tijden van oorlog wordt schieten op de medemens, mits in uniform en op bevel, een rechtsplicht. Zelfde samenleving, zelfde normen, andere tijd, andere uitkomst.

Ook moreel is er dan geen verwijt, althans niet officieel. Het is vers twee of de dader kan leven met zijn eigen geweten. McNamara is het gelukt, maar dit is een individuele kwestie, geen staatszaak. Het strafrecht doet een stap opzij. De rechtsorde is tijdelijk geherdefinieerd. Japanse burgers telden niet mee als mensen, dus mocht het. Strafbaarheid is een sociale afspraak naar de moraal van het moment – geen absoluut gegeven, geen onbeweeglijke, magnetische pool van het recht.

In vredestijd is strafrecht er voor vergelding van sociaal onwenselijk gedrag, voor preventie en afschrikking, en wel van wat op dát moment niet wordt gewenst. De dader moet iets worden afgeleerd. Anderen moeten worden ontmoedigd. Het slachtoffer krijgt genoegdoening. De rechtsorde is hersteld. Strafrecht brengt de balans terug, voor het oog, en binnen de sociale conjunctuur van het moment.

Aan strafwaardig gedrag is per definitie nooit gebrek. Al het gedrag is relatief, ook het schuldige. Maatschappelijke opvattingen zetten de toon. ‘Nemen we’ dat nog, vuurwerkoverlast, voetbalrellen of huiselijk geweld? Vroeger hoorde het er op een of andere manier bij. We haalden onze schouders op. Nu kun je de crimibarometer zien verschuiven. Hetzelfde geldt voor bonusbankiers, pedofielen, benzinedieven of pooiers. Daarom volgt de ene nieuwe strafmaatregel de andere op. De bewindslieden Opstelten en Teeven verschillen daarin niet veel van hun voorgangers – hooguit in dienstbaarheid aan het sentiment.

De omvang van strafbaar gedrag volgens de burgers zelf is werkelijk gigantisch. In enquêtes meldt de bevolking jaarlijks 8,5 miljoen delicten. De politie registreert 1,2 miljoen misdrijven. Hiervan worden er maar 275.000 opgehelderd. Het Openbaar Ministerie schrijft er 231.000 in en de strafrechter behandelt er 130.000. Dit is zo’n laag aantal dat de samenleving eigenlijk ontwricht zou moeten zijn, afgaand op de veiligheidsretoriek. Ophelderingspercentage, pakkans, strafkans – het lijkt nergens naar, tenzij we natuurlijk concluderen dat ‘crimineel’ gedrag misschien wel als strafbaar te definiëren valt, maar overigens niet als bijzonder afwijkend. Het laagje beschaving is maar dun.

Justitie en politie doen vooral symbolisch werk. Kennelijk is het voldoende. De gerapporteerde criminaliteit daalt al tien jaar. De straffen en dus de strafdreiging gaat jaarlijks 3 procent omhoog. Het aantal gedetineerden daalt. Gevangenissen moeten worden gesloten. Burgers voelen zich ook persoonlijk steeds minder onveilig.

Alleen denken steeds meer burgers dat de criminaliteit stijgt en dat anderen meer worden bedreigd. Ze zijn dus niet bezorgd over zichzelf, maar over de ander. Het zou met de samenleving slechter gaan.

Een interessante paradox – de individuele burger, zelf gelukkig, redelijk welvarend en tamelijk veilig, denkt dat de samenleving meer wordt bedreigd. Daarom dendert de sanctiemachine van de staat door.

Straffen en boetebedragen gaan omhoog. Verjaring wordt deels afgeschaft. Er komen strafverzwaringsgronden bij. Heropening van strafzaken is vergemakkelijkt. De toegang tot en de vrijheid van de strafrechter is ingeperkt. De Staat straft steeds meer zelf. De rechter zit op de reservebank.

De verharding gaat door. Om de angst te bestrijden, voor iets wat kennelijk alleen anderen bedreigt? Sentiment, het is alles sentiment.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma