Stiefzoon van Amerika

Antropologie Jim Thorpe is de enige indiaan die in de 20ste eeuw heldenstatus bereikte. Maar niet voor lang. Thorpe belichaamt Amerika’s meest gemarginaliseerde minderheid.

Jim Thorpe (1888-1953), athlète américain. 110 mètres haies. Meeting d'athlétisme avec les participants pour les jeux olympiques de 1912 à Reims. BRA-75991 Roger-Viollet

Het was een opvallende ontmoeting: de broodmagere Zweedse vorst, met knijpbrilletje, en de fors gebouwde, bronskleurige atleet in wit sporttenue, met de Amerikaanse vlag op zijn borst. Hun korte tweegesprek is vastgelegd. “U, mijnheer”, zei koning Gustav V, “bent de grootste atleet van de wereld.” De sportman antwoordde eenvoudig: “Thanks, king.”

De ontmoeting vond plaats op 15 juli 1912, tijdens de Olympische Zomerspelen in Stockholm. De koning reikte de medailles uit voor de tienkamp, die was gewonnen door de Amerikaan. Zes dagen eerder had hij al goud behaald op de vijfkamp. Winnaars krijgen wel vaker gelukwensen van royalty, maar dit koninklijke compliment gold een unieke prestatie. Deze kampioen had niet alleen twee gouden medailles in de wacht gesleept, hij was op acht van de 15 onderdelen als eerste geëindigd. De tijd waarin hij de 1.500 meter liep – 4 minuten en 40.1 seconden – zou pas zestig jaar later worden verbeterd door een Olympische tienkamper.

Heldere bliksemflits

De winnaar was niet zomaar een Amerikaan. Hij was in 1888 geboren in een blokhut in Indian Territory, later de staat Oklahoma, waar sinds 1830 reservaten waren ingericht voor indiaanse volken die waren verdreven van hun land ten oosten van de Mississippi. Zijn doopnaam luidde Jacobus Franciscus (‘Jim’) Thorpe, maar zijn vader Hiram Thorpe, een Sauk, gaf hem nóg een naam: Wa-Tho-Huk, ‘pad dat wordt verlicht door een heldere bliksemflits’. Oma van moeders kant was Potawatomi. Thorpe had ook Franse en Ierse voorouders, maar hij groeide op als reservaatindiaan. Vanaf zijn zestiende bezocht hij de Carlisle Indian Industrial School in Pennsylvania, een kostschool voor indiaanse kinderen, waar hij uitblonk in American football en honkbal.

Jim Thorpe werd bij zijn terugkeer gehuldigd met een ticker tape parade in de straten van New York. Hij is de enige indiaan die in de twintigste eeuw heldenstatus bereikte, maar niet voor lang. In januari 1913 schreef de Providence Times dat Thorpe in de twee zomers vóór Stockholm had meegespeeld met een professioneel honkbalteam in North Carolina, tegen een vergoeding van 2 dollar per dag. Leden van schoolteams deden dit wel vaker, meestal onder een andere naam. De Atletiek Unie (AAU) trok Thorpe’s amateurstatus in en verzocht het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hetzelfde te doen, wat later dat jaar ook gebeurde. Thorpe werd beschouwd als prof en moest zijn medailles inleveren. De AAU en IOC hielden zich overigens niet aan de regels. Die bepaalden dat bezwaren tegen medaillewinnaars binnen 30 dagen na de Spelen moesten worden ingediend. De twee organisaties deden dit pas een half jaar na dato.

Thorpe maakte daarna een glanzende carrière als American football–speler en honkballer. Hij speelde voor de New York Giants en de Boston Braves, maar ook in volledig indiaanse teams als de Oorang Indians uit Ohio. Hij beëindigde zijn sportieve loopbaan in 1929.

Werk buiten het speelveld viel hem zwaar en hij hield het nooit lang uit in één baan. Tijdens de crisisjaren speelde hij in Hollywood bijrolletjes in westerns, gewoonlijk als non-descripte indiaan. Verder werkte hij in de bouw, was hij uitsmijter en nachtwaker, groef hij greppels en voer hij op een koopvaardijschip. Hij trouwde drie keer en kreeg acht kinderen, van wie er één stierf als peuter. In 1952 werd een speelfilm gewijd aan zijn leven, Jim Thorpe – All-American, met de gewezen circusacrobaat Burt Lancaster in de titelrol.

In zijn latere jaren had Thorpe een ernstig drankprobleem. Hij stierf in 1953 aan hartfalen. Zijn derde vrouw, Patricia, was kwaad op de staat Oklahoma omdat die geen monument voor hem wilde oprichten. Toen ze hoorde dat een stadje in Pennsylvania wanhopig investeerders poogde aan te trekken, sloot ze een overeenkomst met het stadsbestuur. De gemeente kocht de overblijfselen van Thorpe, richtte een monument voor hem op en gaf het stadje zijn naam: Jim Thorpe.

In de loop der jaren hebben bewonderaars van Thorpe zich beijverd voor herstel van zijn Olympische titels. Maar Thorpe’s voormalige ploeggenoot Avery Brundage, IOC-voorzitter van 1952 tot 1972, hield dit tegen. Uiteindelijk herstelde het Amerikaanse comité Thorpe’s amateurstatus vóór 1913. Op 18 januari 1983 overhandigde het IOC twee kinderen van Thorpe, Gale en Bill, twee gouden herdenkingsmedailles. De originele plakken hebben jaren in een museum gelegen, maar werden gestolen en zijn nooit meer teruggevonden.

Indiaanse identiteit

De levensloop van Jim Thorpe tekent de positie van de indiaanse bevolking in de VS. Toen hij werd geboren, waren de indianenoorlogen voorbij. De overlevenden konden kiezen: opgaan in de Amerikaanse smeltkroes of vasthouden aan de eigen identiteit en een marginaal bestaan leiden in afgelegen reservaten. De ouders van Thorpe kozen voor het laatste. Maar op de kostschool in Carlisle werd de leerlingen voorgehouden dat er eigenlijk geen alternatief was voor assimilatie. Jim leidde zijn volwassen leven buiten het reservaat, maar zoals veel soortgenoten viel dat hem zwaar. Niet in de laatste plaats vanwege een diep geworteld racisme. Toen Thorpe besloot mee te doen aan de kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Spelen, kopte de New York Times: ‘Roodhuid van Carlisle dingt naar een plaats in het Amerikaanse team’ (28 april 1912).

Volgens de census van 2000 zijn in de VS 4,1 miljoen personen geregistreerd als ‘Native American’ en zijn er 562 door de federale overheid erkende indiaanse naties. Pas in 1924 kregen zij allen het Amerikaanse staatsburgerschap. Zij mogen in hun reservaten eigen regeringen vormen, de burgerlijke en strafwet handhaven en belastingen heffen. Die reservaten hebben de indiaanse identiteit in leven gehouden, maar de integratie van indianen in de Amerikaanse samenleving bemoeilijkt. Indianen zijn de enige minderheid in de VS die geen invloedrijke politici heeft voortgebracht. Russell Means, een Oglala Sioux uit het Pine Ridge reservaat in Zuid-Dakota en activist voor indianenrechten, wilde in 1987 presidentskandidaat worden namens de Libertarian Party, maar verloor van Congreslid Ron Paul.

De bekendste ‘Native Americans’ van nu spelen, net als Jim Thorpe, voor indiaan. Zo vertolkte Russell Means in 1992 de rol van Chingachgook in de speelfilm The Last of the Mohicans. Acteurs als de Cherokee Wes Studi (Magua in ‘The Last of the Mohicans’; de titelrol in Geronimo, an American Legend) en de Oneida Graham Greene (medicijnman in Dancing with Wolves) spelen vooral indianen. Historische, maar ook steeds vaker hedendaagse personages, met het reservaat als achtergrond. Want daar speelt zich het indiaanse leven af.

Jack Thorpe, een zoon van Jim, spande vorig jaar een rechtszaak aan tegen het stadsbestuur van Jim Thorpe, Pennsylvania. Hij wil het lichaam van zijn vader terugbrengen naar het reservaat in Oklahoma en herbegraven naast zijn familie, in indiaanse grond.

    • Dirk Vlasblom