Politiek gevecht om de 'zetel van de Zonnekoning'

Na het gedwongen vertrek van ‘Zonnekoning’ Nout Wellink bij De Nederlandsche Bank wordt de verhouding met Den Haag erg slecht. Deel 2: Hoe DNB de regie over zichzelf kwijtraakt .

Nederland, Amsterdam, 08-04-2009 Jeroen Kremers, Chairman of the Board van het 'Tinbergen institute' PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2008

De verhuisdozen staan klaar. In de lange ministersgang op het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout hangt een gespannen sfeer. In de sober ingerichte ministerskamer is Wouter Bos bezig zijn bureau leeg te ruimen. Een deur verderop zit staatssecretaris Jan Kees de Jager, sinds ruim een week demissionair minister van Financiën.

Het is dinsdag 2 maart 2010, twaalf dagen na de val van het vierde kabinet Balkenende. De PvdA, onder leiding van vice-premier Bos, stapte eruit. Formeel vanwege Uruzgan, informeel vanwege onoverbrugbare meningsverschillen in het vechtkabinet CDA, PvdA en ChristenUnie. CDA en ChristenUnie besturen het land tot er een nieuw kabinet zit.

De Jager zal de volgende dag zijn intrek nemen in de kamer van Bos, en de schilderijen van de Poolse schilder Caziel vervangen door zwart-wit foto’s van Rotterdam. Maar die dinsdag heeft De Jager andere zaken aan zijn hoofd. De dag ervoor heeft hij het rapport van de jurist Michiel Scheltema naar de Tweede Kamer gestuurd. Scheltema deed onderzoek naar de val van de DSB Bank van Dirk Scheringa. Het is een explosief rapport. Toezichthouder AFM vindt Gerrit Zalm – voormalig minister van Financiën, voormalig bestuurder bij DSB en nu bestuursvoorzitter van staatsbank ABN Amro – ongeschikt voor de financiële sector. De andere toezichthouder, De Nederlandsche Bank, vindt hem wel geschikt en mag in dit soort situaties het AFM-oordeel naast zich neerleggen. Dat deed DNB ook, maar dat had geheim moeten blijven.

De openbaarmaking van het AFM-oordeel over de VVD’er Zalm zorgt voor ophef. Zijn naam werd genoemd als opvolger van Nout Wellink, maar die kans is nu definitief verkeken. De ophef in de Tweede Kamer was voorspelbaar – er komen verkiezingen aan.

Ernstiger is de reactie van De Nederlandsche Bank. President Nout Wellink is woedend. De Jager ondermijnt het gezag van de toezichthouders door zo onzorgvuldig met de hem gegeven informatie om te springen. De minister overtreedt de juridische geheimhoudingsplicht van de toezichthouders. Juist nu, in crisistijden, moeten kabinet en toezichthouder eensgezind optreden.

Wellink begrijpt het oprecht niet. Met Bos had Wellink in de crisisjaren een goede verstandhouding opgebouwd. Ze spraken elkaar wekelijks om de stand van het land door te nemen, soms op DNB, soms op Financiën, maar vaak ook in Villa La Ruche, een restaurant in Voorburg. Daar had Wellink in juli 2008 voor het eerst aan Bos kenbaar gemaakt dat hij mogelijk langer wilde aanblijven, vanwege de bankencrisis en vanwege het grote aantal wijzigingen in de top van DNB. Hij liet zelfs een aanlokkelijk aanbod om bestuursvoorzitter van de Rabobank te worden schieten.

De kritiek van DNB op de faux-pas van De Jager met het rapport van Scheltema komt hard aan. Vanaf dat moment is de relatie met Wellink verstoord. De maanden daarna bereikt de kritiek op Wellink een hoogtepunt. De conclusies van de commissie-De Wit over het optreden van DNB in de bankencrisis zijn hard. De Tweede Kamer roept openlijk om het aftreden van de president.

De politieke druk op Wellink valt op Financiën in vruchtbare aarde. Ambtenaren hebben al langer moeite met ‘de Zonnekoning van het Frederiksplein’. Wellink is een instituut, hij heeft een enorme kennis van zaken, een enorm internationaal netwerk en veel invloed, maar hij is ook een eik, in wiens schaduw nog maar weinig groeit.

Secretaris-generaal Ronald Gerritse besluit in de zomer van 2010 een plan onder de aandacht van de minister te brengen dat al enige jaren op het departement circuleert. De kern daarvan: beperk het aantal termijnen van een directielid van DNB tot maximaal twee.

De ambtenaren pleiten voor twee keer zes jaar, maar De Jager realiseert zich dat Wellink dan in blessuretijd zou zitten en de kans bestaat dat de Kamer hem alsnog vroegtijdig laat opstappen. Zover wil De Jager het niet laten komen. Op 16 augustus 2010 stuurt hij de brief naar de Tweede Kamer waarin hij het aantal termijnen beperkt tot twee keer zeven jaar. Ter bescherming van de president, heet het op Financiën.

Maar dat is niet de perceptie op het Frederiksplein. Weer voelt Wellink zich gepakt door De Jager. Zijn argument om aan te blijven wordt niet gehoord, terwijl de noodzaak daarvoor groter is geworden. Wellinks kroonprins Hoogduin maakt in de ogen van de zittende president te weinig progressie. Wellink wil een jaar of twee extra aanblijven om de bank door de eurocrisis te loodsen. Maar Den Haag neemt de crisis onvoldoende serieus, vindt Wellink, en zet het eigenbelang – om de greep op de toezichthouders te vergroten – boven het internationale belang.

Wellink beseft dat het spel om zijn opvolging is begonnen. Formeel doet de raad van commissarissen van DNB de voordracht, samen met de president. De minister van Financiën benoemt uiteindelijk. Wellink is vastbesloten die juridische ruimte die de voordracht biedt, optimaal te benutten. Hij wil Den Haag geen millimeter speelruimte geven om met een eigen kandidaat te komen.

Het kabinet-Rutte is in de ogen van DNB toch al te anti-Europees. PVV-leider Geert Wilders laat geen gelegenheid onbenut om de Grieken onderuit de zak te geven. Daarbij verloopt de politieke discussie in Brussel over de redding van Griekenland dramatisch en de Europese Centrale Bank is het enige instituut dat nog met gezag aan crisisbezwering lijkt te kunnen doen.

Ook in Den Haag komt het spel rond de opvolging op gang. De Jager besluit in het najaar van 2010 in nauw overleg met zijn topambtenaar Ronald Gerritse dat oud-politici in principe geen aanspraak zouden moeten maken op de post. Daarmee vallen oud-premier Jan Peter Balkenende (CDA) en Wouter Bos (PvdA) af. De Jager krijgt daarin de steun van de premier. Ruttes partijgenoot Hans Hoogervorst, die weg wilde bij de AFM en zich in september bij de premier meldt voor de DNB-functie, is dan alweer afgevallen. Hij vertrekt naar Londen voor een baan bij de internationale accountantsorganisatie IASB. De ervaren politicus voorziet een moeizame benoemingsstrijd met een ongewisse uitkomst en kiest voor het zekere.

Midden in het proces voor de opvolging van Wellink probeert Rutte zijn partijgenoot Atzo Nicolaï nog naar voren te schuiven als opvolger van Hoogervorst. Maar De Jager kiest voor zijn topambtenaar Ronald Gerritse, die per mei 2011 Financiën verruilt voor de AFM. Gevolg van de overstap van Gerritse, die in februari 2011 bekend wordt, is dat zijn plaatsvervanger Klaas Knot de taken van thesaurier-generaal overneemt. Een daarvan is het vinden van een opvolger voor Nout Wellink.

De contacten tussen Den Haag en DNB over de opvolging verlopen stroef. Op Financiën laat De Jager al vanaf het begin weten dat er grote twijfels bestaan over de kandidatuur van Hoogduin. Ook Rutte heeft bezwaren. Niet alleen vinden ze dat Hoogduin te veel een exponent is van het ‘oude’ DNB, waarmee ze juist willen breken. Er is meer.

Premier Rutte heeft slechte herinneringen aan DNB-bestuurder Hoogduin. In het begin van de kabinetsformatie had Hoogduin in een confrontatie met CPB-directeur Coen Teulings een slechte indruk gemaakt. Op 21 juni 2010 had VVD-onderhandelaar Rutte samen met zijn collega’s Job Cohen (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Femke Halsema (GroenLinks) onder leiding van informateur Uri Rosenthal aangezeten bij een sessie met economen die ook in de zogenoemde Studiegroep Begrotingsruimte hadden gezeten.

In april van dat jaar had de Studiegroep – invloedrijke ambtenaren die over de financiële ruimte van een nieuw kabinet adviseren – unaniem geadviseerd minimaal 15 miljard, maar liever nog 18 miljard euro te bezuinigen.

In de sessie op 21 juni, waar de economen weer hun eigen organisatie vertegenwoordigden, had Teulings namens het CPB in een bevlogen betoog die 18 miljard in twijfel getrokken. Het risico was groot dat de economie kapot zou worden bezuinigd, meende Teulings. Hoogduin hield vast aan de 18 miljard. Maar Hoogduin maakte een ongeïnspireerde indruk, hij leek niet toegerust voor de politieke discussie. Rutte was onaangenaam verrast.

De 18 miljard was ‘heilig’ voor de VVD, het bedrag zou uiteindelijk het regeerakkoord halen. En hoewel Hoogduin inhoudelijk aan de zijde van Rutte stond, had Hoogduin het analytisch en vooral qua presentatie verloren. En nu zou diezelfde Hoogduin de belangrijkste Nederlander in de eurocrisis moeten worden? Dat nooit, vond de premier.

Het kabinet zette unaniem zijn kaarten op Kees van Dijkhuizen, nadat Jeroen Kremers (ex-Financiën, ex-IMF en thans Royal Bank of Scotland) zich medio april had teruggetrokken. Kremers (CDA) had moeite met het benoemingsproces. Hij had gesprekken gevoerd met de commissarissen van DNB, maar Kremers had onvoldoende vertrouwen in de procedure en de bereidheid tot verandering.

Kees van Dijkhuizen werd de tegenkandidaat van Lex Hoogduin. De financieel bestuurder bij de Haagse zakenbank NIBC paste perfect in de profielschets. Ruime internationale ervaring, kennis van monetaire zaken, groot netwerk, ervaring in het bankwezen. Leuk voor Rutte, maar bijzaak voor de prestigieuze post: Van Dijkhuizen is VVD’er. Gesprekken van De Jager en Rutte met de twee kandidaten sterkt de bewindslieden in hun keuze. Van Dijkhuizen is de man om Wellink op te volgen.

DNB-president-commissaris Fokko van Duyne en president Nout Wellink trekken zich niets aan van alle informeel geuite twijfels over hun kroonprins. Het belang voor DNB en voor Nederland is zo groot, vinden zij, Hoogduin moet het worden. Kees van Dijkhuizen vinden ze op het Frederiksplein te licht én hij is niet gepromoveerd.

Maar binnen de raad van commissarissen van DNB begint het verzet tegen Hoogduin te groeien. Commissaris en VVD’er Frits Bolkestein voert het verzet aan. Hij steunt Van Dijkhuizen. Wellink en Van Duyne zien de steun voor hun kandidaat afbrokkelen. Vier van de elf commissarissen keren zich aanvankelijk tegen Hoogduin, uiteindelijk blijft er één over.

Op vrijdag 29 april 2011, voorafgaand aan de ministerraad, zitten Rutte en De Jager in de werkkamer van de premier als Fokko van Duyne binnenkomt. Er wordt koffie geschonken in het Torentje. De heren willen de voordracht van De Nederlandsche Bank voor een nieuwe president met de president-commissaris bespreken. Voor het eerst formeel.

Informeel heeft het kabinet laten weten dat Lex Hoogduin op een blokkade kan rekenen. Om de druk op DNB op te voeren is een reeks andere mogelijke kandidaten geopperd. Theo Langejan, voormalig topambtenaar van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken, staat op de lijst. Rabo-topman Piet Moerland wordt gevraagd, maar bedankt. Dat geldt ook voor Hans Wijers, voormalig D66-minister van Economische Zaken en scheidend bestuursvoorzitter van verfproducent AkzoNobel.

Zo wordt de strategie van Wellink en Van Duyne doorkruist. Zij realiseren zich dat De Nederlandsche Bank de regie kwijt is. Om de impasse te doorbreken gaan ze op zoek naar een nieuwe kandidaat en komen uit bij iemand die op de eerste longlist stond, maar toen afviel wegens gebrek aan ervaring: Klaas Knot.

In het Torentje probeert Van Duyne op 29 april nog één keer de naam van Lex Hoogduin als opvolger van Nout Wellink, maar Rutte en De Jager wijzen hem formeel af. De president-commissaris vraagt of de premier en minister van Financiën een alternatief hebben. Dat hebben ze niet. Van Duyne speelt de DNB-troefkaart: Klaas Knot. De beide mannen reageren enthousiast, maar De Jager realiseert zich ook dat hij weer een topambtenaar op zijn departement kwijt raakt. Hij wil bedenktijd.

Van Duyne brengt Hoogduin op de hoogte van de blokkade. Hij rijdt naar Amsterdam om met hem te praten. En hij heeft een verzoek mee gekregen uit het Torentje: behoud Lex voor De Nederlandsche Bank.

Daarna gaat het snel. Op maandag 2 mei belt De Jager met Van Duyne om hem te laten weten dat DNB Knot kan voordragen. Van Duyne belegt een vergadering met de raad van commissarissen om de voordracht te formaliseren. Op 10 mei laat Nout Wellink in het Torentje weten dat hij Klaas Knot gaat voordragen als zijn opvolger. Na afloop loopt De Jager terug naar het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout en ontbiedt Knot op zijn kamer. Hij wordt direct van de benoemingsprocedure gehaald en in één adem vraagt De Jager hem – mede namens de raad van commissarissen van DNB, de DNB-directie, premier Rutte en zichzelf – of hij Nout Wellink wil opvolgen. Na een dag bedenktijd zegt hij ja.