Otterspeer wil nu ook WK-medaille

Stefan Groothuis en Margot Boer wonnen de NK sprint. Hein Otterspeer (23) werd tweede, maar was uitblinker van het toernooi.

In zijn eerste emotie sprak schaatser Hein Otterspeer van „frustratie” en „balen”, nadat hij op de afsluitende 1.000 meter de nationale sprinttitel nog had verspeeld aan zijn directe tegenstander Stefan Groothuis. „Als je met 0,85 seconden voorsprong begint, mag het eigenlijk niet meer mis gaan”, stelde de 23-jarige sprintbelofte van de bescheiden ploeg iSkate-APPM. Maar toen hij tien minuten later zijn ijzersterke optreden op de andere drie afstanden had geanalyseerd, moest de conclusie wel positief zijn. „Ik heb wat ik wilde. Een tweede plek op de NK sprint is gewoon top.”

De nationale titel van Groothuis (30) was op zichzelf geen verrassing. De sprinter uit de Control-ploeg van coach Jac Orie, eerder dit seizoen ook internationaal uitblinker op 1.000 en 1.500 meter, won de NK sprint voor de vierde keer op rij en voor de vijfde keer in totaal. Zoals ook bij de vrouwen de derde achtereenvolgende sprinttitel voor Margot Boer (26) niet uit de lucht kwam vallen. Maar Groothuis kon er niet gerust op zijn, nadat hij gisteren fors verloor op de tweede 500 meter. „Dat was niet best. Dan denk je: je ligt eruit.”

De muziek van Rage Against the Machine moest er aan te pas komen om alsnog in de mood te komen voor een ultieme aanval op de eerste plaats van de tot dan toe oppermachtige Otterspeer. „Geen bullshit, rammen met die handel, geen gelul maar hakken”, omschreef Groothuis na afloop lachend wat er in zijn oren dreunde voor de beslissende rit. „Ik heb mezelf pislink gemaakt, ben helemaal agressief geworden.”

Al op de eerste 200 meter deelde hij de minder ervaren Otterspeer een dreun uit, waardoor de 1.93 lange sprintreus kleine foutjes maakte en nooit in zijn eigen ritme kwam. Door bij de laatste baanwissel vanuit de buitenbocht vlak voor Otterspeer langs te kruisen, haalde Groothuis alsnog de titel binnen. „Stefan reed ontzettend agressief”, keek Otterspeer terug. „De eerste 200 meter is mijn zwakke punt. Ik heb geforceerd om hard te rijden en nog kwam hij onderdoor. Ik schrok daarvan en werd uit mijn comfortzone gehaald. Als ik te hoog ga zitten, kan ik mijn lange benen niet meer gebruiken.”

Tot de slotafstand reed Otterspeer een perfect toernooi. Na een ijzersterk persoonlijk record op de 1.000 meter (1.08,82) leidde hij na de eerste dag, 0,01 vóór favoriet Groothuis. En passant deelde hij na afloop verbaal even een tik uit aan de dure TVM-ploeg, die hem vorig jaar ondanks een geslaagde stage geen contract gaf en hem onlangs weer als stagiair dacht in te lijven voor een trainingskamp in Erfurt. „Ik kon mijn ploeg niet in de steek laten”, zei Otterspeer. „Dat heet solidariteit.”

Juist zijn ploeg is cruciaal in het huidige succes. „Een warm nest”, zo omschrijft Otterspeer de ploeg van coach Gerard van Velde. De olympisch kampioen op de 1.000 meter van 2002, precies even lang als zijn kopman, heeft dit jaar zijn sprintersploeg opnieuw sterker gemaakt. Naast Otterspeer – afkomstig uit het gewest Zuid-Holland van trainer Wim den Elsen – reden ook Sjoerd de Vries, Michel Mulder en Jesper Hospes een opvallend NK. De Vries eindigde als derde en plaatste zich daarmee voor de WK sprint in Calgary. Net als Mulder en Hospes kwalificeerde hij zich ook voor het tweede deel van het wereldbekerseizoen.

„Met vier schaatsers hebben we onze doelen gehaald”, zei De Vries. „Het snelste team ter wereld? We schudden die gasten van Control in elk geval goed wakker.” De sprintgrootmacht van coach Orie, waar sponsor Control na dit seizoen stopt, reed een minder fonkelend NK dan andere jaren. Kjeld Nuis plaatste zich door een val niet voor de WK, voor Mark Tuitert is het seizoen voorbij na een achtste plaats. Daar stond een sterk optreden tegenover van de jonge Pim Schipper, die zich met vier persoonlijke records en een vierde plaats verzekerde van WK-deelname.

Uitblinker Otterspeer kijkt alvast reikhalzend uit naar de WK op 28 en 29 januari. „Als ik nu met Groothuis meekan en hij is daar medaillekandidaat, dan ben ik dat ook.”

    • Maarten Scholten