Mitt Romney, de man die niemand écht wil

U.S. Republican presidential candidate and former Massachusetts Governor Mitt Romney speaks during a rally in Greenville, South Carolina December 16, 2011. REUTERS/Chris Keane (UNITED STATES - Tags: POLITICS) REUTERS

Willard Mitt Romney (Detroit, 1947) heeft geld, en ervaring met het harde vak van campagne voeren. Zijn standpunten schrikken zwevende kiezers het minst af. Alleen hij, redeneren de prominenten in de Republikeinse partij, heeft een goede kans om Barack Obama te verslaan. De een na de ander gaat in strak geregisseerde bijeenkomsten achter Romney staan: Chris Christie, de populaire gouverneur van New Jersey, de conservatieve oud-kandidaat Tim Pawlenty, oud-president George H. W. Bush.

En toch wil het de droomkandidaat niet lukken om de vonk bij de kiezer over te laten slaan. Peilingen geven hem al maanden tussen de 20 en 25 procent van het Republikeinse electoraat – veel te weinig om zeker te zijn van de nominatie. Misschien wordt hij gewantrouwd om zijn verleden als gouverneur van de staat Massachusetts, waar hij een liberaal abortus- en homobeleid voerde. Misschien wordt hij niet aardig gevonden. ‘Why don’t they like me?’ stond vorige week op de cover van Time. Romney kreeg die tijdens een campagnebijeenkomst in New Hampshire onder ogen en kraste twee letters door: ‘Why dó they like me?’

Misschien is het omdat Romney een rol speelt die hem niet past. Hij presenteert zich als een conservatieve zakenman, een anti-politicus. Maar in werkelijkheid groeide Romney op met politiek. Zijn vader, zakenman George Romney, was gouverneur van de staat Michigan. In 1968 verloor hij de Republikeinse nominatie van Richard Nixon.

Mitt Romney groeide op in een steenrijk en vroom mormoons gezin. Hij werd missionair werker in Frankrijk en ging economie en rechten aan Harvard studeren. Het geloof van de familie is een heikel onderwerp, waarover Romney alleen in algemeenheden over praat. Zijn voorouders deden nog aan polygamie. De geheimzinnige kerk Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen groeit hard in de Verenigde Staten, maar wordt door veel evangelische christenen in de partij gezien als duivels.

Toen een politieke doorbraak in 1994 mislukte – Romney verloor de Senaatsverkiezingen in Massachusetts – maakte hij naam als consultant en kreeg hij in 1999 de taak de Olympische Winterspelen te organiseren in Salt Lake City. Op de vleugels van dat succes werd hij gekozen tot gouverneur in Massachusetts. Die vierjarige periode achtervolgt Romney nu nog. . Hij zou illegalen zijn tuin hebben laten opknappen. Hij zou in de jaren tachtig het gezin hebben meegenomen naar Canada en de hond op het dak van de auto gebonden. Het bleek half waar: de hond zat daar in een kooi.

Boven alles is er zijn staat van dienst als politicus: hij ontpopte zich in de liberale staat tot een pragmatisch bestuurder. Hij steunde de ruime abortuswetten in de staat, en kwam, zegt hij nu, pas later tot het inzicht dat abortus verkeerd is. Nu is hij ‘pro-life’.

Dit is de kern van het probleem dat veel kiezers met Romney hebben. Hij verandert van gedachten, en dat is geen deugd in een partij waar dogmatiek wordt gewaardeerd. Zo moet Romney zich in bochten wringen om zijn zorgstelsel in Massachusetts uit te leggen. Hij voerde een stelsel in dat de basis vormde voor het gehate zorgplan van Obama. Romneycare, schreef Romney in een boek, zou een voorbeeld kunnen zijn voor de Verenigde Staten. De zin verdween uit latere drukken. Romney moet nu uitleggen dat zijn zorgplan geweldig is voor Massachusetts, maar heel slecht voor Amerika.

Romney heeft het voordeel dat hij aan zijn antwoorden heeft kunnen slijpen. In 2008 deed hij een vergeefse gooi naar de Republikeinse nominatie. In het boek Game Change van Mark Halperin en John Heilemann wordt beschreven hoe de kandidaten begin dat jaar in een urinoir staan. De mannen staan naast elkaar en maken Romney-grappen. Als Romney binnenloopt, vallen de gesprekken stil.

Romney gokt op zijn staat van dienst, niet op zijn populariteit. Hij geeft nauwelijks interviews. In debatten verliest hij snel zijn zelfbeheersing. Bij de minste kritiek spert hij de ogen wijd open en begint hij te ratelen. Tijdens een zeldzaam interview op Fox News, werd Romney boos. „Je hebt het mis”, bitste hij. „Dit is een ongebruikelijk interview.” In zijn campagne probeert Romney zo min mogelijk fouten te maken, zodat hij de enige geloofwaardige kandidaat is. Dat niemand echt enthousiast wordt, neemt hij voor lief.