Juni

Albertina Sisulu (1918), vrouw van Walter Sisulu, boegbeeld van de vrouwenliga van het ANC.

Willem Duys (1928), gezichtsbepalend tv-presentator met eloquente improvisaties.

Jack Kevorkian (1928), arts, bijgenaamd ‘Dr Death’, bestreed Amerikaans euthanasieverbod door 130 mensen te helpen sterven.

Andrew Gold (1951), Amerikaans zanger van zoete popklassiekers als Thank you for being a friend.

Harry Bernstein (1910), Brits schrijver, bekend door The invisible wall, op zijn 96ste gepubliceerde roman over antisemitisme.

Theo Quené (1930), oud-topambtenaar en als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en de WRR grootmeester van het compromis.

Lawrence Eagleburger (1930), markante Amerikaanse diplomaat die diverse presidenten en ministers diende met ongezouten adviezen.

Ton Hoogduin (1956), ‘Monster van het Laakkwartier’, de 2,13 meter lange lijfwacht van Hans Janmaat (Centrum Democraten) en Joop Glimmerveen (Nederlandse Volks-Unie.

Emmo Grofsmid (1951) en Karmin Kartowikromo (1948), eigenaars Rotterdamse MG Galerie.

Yehuda Aschkenasy (1924), rabbijn en Auschwitz-overlevende, wijdde leven aan begrip van christenen voor joodse achtergrond van hun eigen godsdienst.

Jorge Semprun (1923), Spaans communist, schrijver, balling en minister van Cultuur (1988-1991).

Fazul Abdullah Mohammed (1973), meest gevreesde terrorist van Oost-Afrika, schakel tussen Al-Qaeda en Al-Shabaab.

Maqbool Fidal Husain (1915), icoon van de Indiase schilderkunst, verhuisde naar Londen om Hindoe-protesten.

Joeri Boedanov (1963), Russische ex-kolonel en beul uit de Tsjetsjenië-oorlogen, in Moskou vermoord.

Sir Patrick Leigh Fermor (1915), erudiete Engels-Ierse avonturier die zijn eigen boeken leefde.

Bob Spaak (1917), pionier in de sportverslaggeving op de Nederlandse televisie.

Frederick Chiluba (1943), ex-president van Zambia, boegbeeld van nieuwe generatie Afrikaanse bestuurders, maakte verwachtingen niet waar.

Jelena Bonner (1923), activist en weduwe van Russische kerngeleerde Andrej Sacharov, moeder van de Sovjetdissidenten.

Clarence Clemons (1942), saxofonist en Bruce Springsteens ‘sideman’.

Otto Jan van der Vorm (1924), lid van de raad van commissarissen bij het familiebedrijf HAL Holding en zeezeiler.

Mary Michon (1939), cabaretière en maakster van IKON-programma’s over werkloze jeugd, migranten en Zuid-Molukkers.

Peter Falk (1927), briljant acteur met meer in zijn mars dan de rol van detective Columbo.

Jan Juffermans (1944), kunsthandelaar, kunstcriticus voor Algemeen Dagblad en De Groene Amsterdammer.

Bouwe Kalma (1924), oud-hoofdinspecteur bij de Rotterdamse politie, PSP-lid.

Jan van Beveren (1948), voetbalkeeper, beroemd om zijn zweefduik.

Heere Heeresma (1932), schrijver van Geef die mok eens door, Jet! (1968), Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972).

Jan van Oord (1922), als oprichter van baggerbedrijf Van Oord boegbeeld van de Nederlandse baggerwereld, flamboyant calvinist.

Ellen Warmond (1930), dichtte over angst en existentiële leegte.