In 2012: naar een op kwaliteitsborging transparante focus

De Opinieredactie krijgt dagelijks veel post over beleid. Uit de meest gebruikte woorden van de bestuurlijke inzenders in 2011 heeft Rob Biersma een stuk samengesteld.

Tray of printing blocks. Jupiterimages

De kranten staan bol van de strategische agenda’s om kwaliteitsborging te bewerkstelligen. Iedere instelling probeert op eigen houtje een center of excellence te worden, aansluitend bij het hoofdlijnenakkoord van de sectorplannen. Zo werkt de hele sector zich een slag in de rondte om slimme arrangementen te realiseren die de neerwaartse spiraal moeten doorbreken.

Maar bevinden de instellingen zich wel op een gelijk speelveld? Terwijl de één met gemak zijn innovaties kan valoriseren, beweegt de ander zich in een risicovolle omgeving van indicatorenranking. De focus ligt daarbij op zelfredzaamheid en toekomstbestendigheid.

Deze situatie staat haaks op het overeengekomen profieldocument, dat juist voorzag in beleidsprikkels die een win-winsituatie moesten realiseren. Had de VBNU in april niet klip en klaar aangegeven dat de instellingen zelf hun ambities moesten terugkoppelen? Iedere instelling zou haar professionals verleiden tot een eigen kwaliteitsimpuls, waarna de prestatieindicatoren gematcht zouden worden. De benchmark moest liggen op passie, transparantie en top-excellence. En heeft dit gewerkt? Ik dacht het niet. Met dit competitief beleidsplan komen wij nooit tot een uitdagende kwaliteitsfocus.

Ik pleit daarom voor minder benchmarking en voor een radicale cultuuromslag. De instellingen moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen om tot een systeemdoorbraak te komen. Wij moeten ons beseffen dat de speerpunten nooit alleen op het inkomensplaatje gericht mogen blijven.

Voor velen zal dit klinken als de zoveelste paradigmawisseling in het kwaliteitsbeleid. En maken wij daarmee niet het spook van indicatoreninflatie wakker? Maar kom op zeg! Om een transitie te maken naar een transparante prestatiebekostiging, is nu eenmaal out-of-the-boxdenken nodig. Ondanks dat iedere topinstelling gebonden is aan zijn eigen kwaliteitsambitie kunnen wij gezamenlijk een duurzaam signaal afgeven als het gaat om kwaliteitsborging. Wij moeten het lef hebben om in dit complexe dossier met een moedige visie te komen.

Eerder al gaf het VBNU aan dat de profielbekostiging weinig kwaliteitssturing genereerde. De kernopdracht is dus om anticyclisch, maar niet risicovol te durven schakelen. Alleen, komt dit de helderheid ten goede? Tegenstanders van profielbekostiging zeggen niet ten onrechte: hoezo kwaliteitssturing? En criticasters van prestatiebekostiging hebben een punt dat het bij deze aanvliegroute aan transparantie ontbeert. Wij moeten dan ook niet gaan voor simpele toekomstbestendigheid, maar voor intergenerationele kwaliteit. Alleen zo kan de kwaliteit duurzaam geborgd worden.

De urgentie van deze vernieuwingsslag vraagt natuurlijk om een integrale dialoog met het beleidsveld. Wij moeten alert blijven op kwaliteitsinflatie als de instellingen blijven acteren als de slager die zijn eigen vlees keurt. En niemand zal ontkennen dat er een groot spanningsveld ligt tussen een marktconforme profielbekostiging en deze systeeminterventie.

Maar willen wij deze vernieuwingsslag winnen, dan moeten we nadrukkelijk streven naar transparantie. We kunnen niet weer met het ministerie om de tafel gaan zitten zonder integrale focus op het veranderproces.

Laat dat absoluut helder zijn.

Rob Biersma is Opinieredacteur van NRC Handelsblad.