Hoera, we hebben al 350 adoptieouders!

Ger Lardinois is schaapherder in het zuidelijkste puntje van Nederland. Het voortbestaan van zijn kudde is onzeker geworden door de bezuinigingen. Hij begon de actie ‘adopteer een schaap’.

Netherlands, Epen, 28.12.2011 Schaapherder Ger Lardinois met een van zijn kuddes op de Loorberg tussen Slenaken en Epen. Heuvelland. foto Chris Keulen

Donderdag, 22 december

Met een branderig gevoel op de longen word ik wakker. Ik ben ziek, zeg ik tegen mijn vrouw. Ga maar mooi beginnen, zegt zij. Zo ga ik om half acht naar de stal, de lammeren voeden. Het is nat, winderig, niet het lekkerste weer om te hoeden.

Zodra het licht is, neem ik 350 ooien mee het veld in. Ze zijn drachtig. Net als de 1.600 andere schapen van de schaapskooi. Komende maand staan ze op stal, om af te lammeren. Het begint met vijf ooien op een dag, eind januari zijn ’t er wel tien, twintig per dag. Dan leef ik drie maanden op stal. Vrienden uit Spanje komen al twintig jaar twee weken helpen. Ze komen bruin, ze gaan lijkbleek, afgepeigerd van het zware werk.

We lopen van Epen via Slenaken naar Gulpen, een kilometer of zes. Lex en Bes lopen mee. Maar Lex wou niet, want die had vanochtend een teefje gedekt. De puppies worden 25 februari verwacht. Tijdens het lopen telefoontjes van mensen die een schaap adopteren. Hoera, we hebben al 350 adoptieouders! Daar kun je de kudde niet mee redden, maar het is een goed begin. En bierbrouwerij Brand doet ook mee.

Om half drie vergaderen met de stichting. Want het geld is op. Staatsbosbeheer lukt het niet langer geld opzij te leggen doordat ze gekort zijn door staatssecretaris Bleker. Die breekt in één jaar af wat in tien jaar is opgebouwd. Reken maar dat Brussel ons over vijf jaar op de vingers tikt dat het natuurbeheer verwaarloosd wordt in Nederland. Maar dat deert Bleker niet, dan zit zijn opvolger er.

Na de vergadering de boeren langs om een lekker glaasje te brengen voor de Kerstdagen. Bij hen mogen onze lammeren in de winter grazen. Daarna de stallen in, die moeten nog schoon. Alle mest is er nu nagenoeg uit, de hogedrukspuit moet erop. Op zeven en acht januari komt de kudde, worden ze geschoren en kan het lammeren beginnen. Wij doen ook de jas uit als we naar binnen gaan, toch?

Vrijdag

Er gaat een nieuwe schapenziekte rond: het Schmallenbergvirus. Veel lammeren worden geboren met afwijkingen zoals een scheve nek, een waterhoofd en stijve gewrichten. De meesten worden dood geboren. Gelukkig niet overdraagbaar op mensen. Knutten, kleine vliegjes, zouden de ziekte overbrengen.

Mijn vrouw en ik houden ons hart vast. Mag de ziekte onze stallen overslaan, geldzorgen houden ons al genoeg uit de slaap. Maar ook dan gaan we door, zeggen we tegen elkaar. Bij de Q-koorts gebeurde dat ook: zo lig je in de goot, zo ben je er weer. Dit, alleen dit, is ons leven.

Het blijft droog vandaag. Ik rijd naar mijn schapen in Slenaken, maar schapen zie ik niet. De afrastering is omver getrokken, ik volg de wolplukken aan het prikkeldraad en stop ze in mijn zak. Mijn handen haal ik open. De schapen vind ik in het bos. Samenklonterend. Net vrouwen, die klitten ook bij elkaar.

Ik zet ze weer binnen een afrastering en dan moeten de rammen er af. 80 zijn het er: ik zet die heel klein tegen elkaar, zodat ze dezelfde geur krijgen en kunnen duwen en stoten maar niet kunnen vechten of een aanloop kunnen nemen. Zo staan ze vijf uur achter elkaar en dan zijn ze moegestreden. Ze komen in de buurt van Noorbeek te staan, en hebben vrij tot half augustus. Hout zagen, anders brandt de kachel niet. En naar de mis.

Zaterdag

Telefoon. Een wandelaar. Hij heeft een schaap gevonden in het bos, ver weg van de kudde. Ze heeft zich volgegeten aan eikels, dat is hun krachtvoer. We hebben haar vergeten mee te nemen toen de kudde was uitgebroken. We gaan er met twee man heen. Eén schaap kan je niet drijven met honden. Mijn vrouw en ik moeten strategisch te werk gaan en na een uur is ze gevangen. Daarna nog met de ooien gelopen en ze op een wei gezet waar ze de Kerstdagen blijven. Daar rijd ik dan langs en we zetten er mineraalblokken bij en geven voedingssupplementen; drachtige ooien zijn nu op hun kwetsbaarst.

Na enen met een vriend het café in. Dan naar huis. Schoonmoeder zit al op met haar pruik en krulletjes.

Zondag

Om zeven uur op om de lammeren in de stal te voeren en daarna drie kudden omgezet. Een ooi heeft longontsteking, ze krijg een spuit met penicilline en gaat mee, om op stal bij te komen. Het is een gevoelige tijd, je moet drachtige schapen goed in de gaten houden. De ooien zijn zwaar, de maaginhoud wordt kleiner, de weerstand minder en de grond is nu hartstikke nat, drassig en modderig. In zo’n modderpoel lukt het de honden haast niet de schapen bij elkaar te drijven. Om half twee ben ik thuis. Buiten miezert het, binnen bakt mijn vrouw broodjes. We zetten de kachel op groot. Oogjes dicht, kaarsen branden en hopen dat er niks uitbreekt.

Maandag

Later onderweg. De band van de tractor stond plat. Vandaag zijn er twee vrijwilligers die me al sinds jaar en dag een dag per week helpen. Een vrouw van rond de vijftig die de hele week cao’s afsluit samen met haar vriend. We nemen ook een jonge bordercollie mee, die ik aan het africhten ben. Ze moet leren dat ze pas op de schapen af mag als ik fluit.

De wandelaars die we tegenkomen zijn allemaal weer blij dat Kerstmis weer bijna voorbij is. Hoe kan dat toch? Van tevoren verheugt iedereen zich erop, maar als het zover is, willen we niet meer. Gelukkig geen last van loslopende honden. In de zomer gebeurt het veelvuldig dat ze schapen opjagen en er één opentrekken. Die ooi loopt dan met de ingewanden over de grond, vreselijk. Om half twee even lunchen en daarna nog een kudde. Hoop thuis nog wat administratie af te maken en te genieten van de laatste Kerstdag.

Dinsdag

Het gaat veel te goed zeggen mijn vrouw en ik steeds tegen mekaar. Nog geen miskraam gehad bij alle zwangere ooien: dat is ons nog geen jaar gebeurd. Toch maken we ons zorgen: in Maastricht is bij een hobbyschapenhouder het Schmallenbergvirus vastgesteld. Niet bij stilstaan: er is werk aan de winkel. Op naar de vijf groepen schapen. Die moeten we omzetten naar een stukje land in de buurt. Van de vier collega’s is een aantal met vakantie. Dat lukt met mijn schoonzoon. Een van mijn broers brengt een paar grote kunststofwatertanks, de fabriek heeft ze niet meer nodig. Wij kunnen ze goed gebruiken, de schapen kunnen eruit drinken. Eén groot familiebedrijf zijn we hier!

Woensdag, 28 december

Een toeristische groep is twee uur mee geweest. Toen het begon te regenen was er vlaai en koffie thuis bij Elies. Daarna heb ik een kudde gemaakt van ooien die een tweeling krijgen. Afgelopen week hebben we dat achterhaald met een echoapparaat. We dreven de ooien in een sleuf en gingen er de ooien mee langs. Bij een groene punt is er geen zwangerschap en wordt het schaap opnieuw gedekt. Een blauwe punt is één lam. Bij een rode punt krijgt de ooi er twee: die krijgen krachtvoer. Te veel eten is niet goed; dan krijg je de lammeren er niet uit. De stallen zijn mooi klaargekomen. Morgen moeten we met een schapengroep nog een eind lopen. Vooralsnog liggen we prima op schema. Laat eind volgende week het lammeren maar beginnen.