Het jaar van de Arabische Lente, deel zes: Syrië

Anti-regeringsbetogers dragen een gigantische Syrische vlag met zich mee tijdens een protest eind juli in de centraal gelegen stad Hama. Foto Reuters

nrc.nl blikt in een zesluik terug op de Arabische Lente. Vandaag de zesde aflevering: Syrië.

Niemand had eind 2010 kunnen voorzien wat zich de afgelopen twaalf maanden zou voltrekken in de Arabische wereld. Leiders die al tientallen jaren aan de macht waren, zwichtten voor de macht van de massa, terwijl andere regimes alles inzetten om veranderingen tegen te houden en aan de macht te blijven. Met gewelddadige gevolgen.

De laatste dagen van 2011 besteedt nrc.nl aandacht aan zes landen waar de Arabische Lente het meest ingrijpend was: Tunesië, Egypte, Jemen, Bahrein, Libië en Syrië. Vandaag de laatste aflevering over Syrië, waar een hevige volksopstand tot op de dag van vandaag hard wordt neergeslagen.

Een volksopstand waar maar geen einde aan lijkt te komen

Op de dag dat dit artikel geschreven werd, waren honderdduizenden Syriërs op straat aan het demonstreren tegen het regime van president Bashar al-Assad. Ze riepen openlijk op tot de val van het regime en het vertrek van de president. In voorsteden van Damascus en grote steden als Hama en Homs probeerden ordetroepen, als het moest met grof en dodelijk geweld, de massa’s in bedwang te houden. Activisten zouden aan het einde van de dag rapporteren over tientallen doodgeschoten burgers.

De passage hierboven gaat niet over bijvoorbeeld donderdag 3 juni, toen meer dan zestig burgers door het Syrische leger werden gedood. Nee, de passage hierboven gaat over de dag van gisteren. De opstand van het Syrische volk tegen het bewind van president Assad gaat tot op de dag van vandaag in alle hevigheid door. Negen maanden na de eerste protesten in maart is de druk op Syrië vanuit het buitenland toegenomen en weet ook de Syrische bevolking niet van opgeven. Maar het regime van Assad blijft meedogenloos handelen.

Een Syrische jongen op een betoging ter ondersteuning van het regime van president Assad.Een Syrische jongen op een betoging ter ondersteuning van het regime van president Assad.

Demonstraties in de repressieve politiestaat Syrië waren de afgelopen jaren een zeldzaamheid. Sterker nog, ze vonden bijna nooit plaats. President Assad gold toen hij in 2000 aan de macht kwam als hervormingsgezind, maar bleef net als zijn vader Hafez op grote schaal de mensenrechten schenden en gaf zijn politieke tegenstanders geen ruimte. Hoewel religieuze minderheden als christenen het relatief goed hadden onder Assad, had de overgrote meerderheid van de sunnitische bevolking geen stem onder het bewind van Assad. De president behoort tot de alawieten (wiki), een shi’itische minderheid die in Syrië ongeveer tien procent van de bevolking beslaat, maar alle macht in handen heeft.

De Syrische opstand begon in het zuiden, in Deraa

In navolging van de protesten in landen als Egypte en Libië kwam op vrijdag 18 maart plots het bericht over onrust in de zuid-Syrische stad Deraa. Een demonstratie was daar door veiligheidstroepen direct hard neergeslagen, met een aantal doden en tientallen gewonden tot gevolg. De demonstratie in Deraa was van oorsprong gericht tegen de corruptie van plaatselijke bestuurders, maar het ongenoegen over het optreden van de troepen riep meer verzet op. In de weken die volgden bleven de inwoners van Deraa demonstreren en vielen er geregeld tientallen doden.

Deraa inspireerde de rest van Syrië. De vele sunnieten, maar ook leden van andere religieuze en etnische minderheden, zouden in de weken die volgden de kogelregens van het Syrische leger trotseren en uit wanhoop over de onderdrukking in hun land om het vertrek van het regime van Assads roepen. De protesten sloegen over naar grote centraal gelegen steden als Homs en Hama, waar het regime van Hafez al-Assad in 1982 nog op brute wijze een opstand van moslimfundamentalisten had neergeslagen. Onrustig werd het ook in de voorsteden van Damascus, hoewel het centrum van de hoofdstad, de machtsbasis van het regime, de afgelopen negen maanden zelden het toneel was van ernstige escalatie.

Hieronder een filmpje van de verwoestingen in Deraa na de belegering in maart en april:

Assad doet verwaarloosbare concessies en geeft buitenland de schuld

In de maanden die volgden bleven de berichten en beelden vanuit Syrië min of meer hetzelfde: iedere vrijdag, maar soms zelfs iedere dag, zagen we tienduizenden betogers op straat en hoorden we van tientallen of soms zelfs honderden doden. De VN schatte het totale dodental eerder deze maand op meer dan 5000. In al die maanden deed het regime van Assad vooral cosmetische concessies, zoals de formatie van een nieuwe regering, het op papier opheffen van de al 42 jaar geldende noodtoestand, het beloven van een nationale dialoog en het verlenen van amnestie aan politieke gevangenen. Maar echte verandering kwam er niet.

President Assad zocht in al die maanden maar weinig de publiciteit. Eind maart sprak hij de Syrische bevolking voor het eerst toe en zei hij dat Syrië “ten prooi valt aan een omvangrijk buitenlands complot dat het land probeert te vernietigen”. In latere toespraken en uitspraken verdedigde hij het harde optreden van zijn leger door te zeggen dat zijn regime tegen ‘bandieten’ en ‘terroristen’ vecht.

Syriërs bekijken samen een toespraak van president van Assad.Syriërs bekijken samen een toespraak van president van Assad.

De buitenwereld bleef lang stil en wil nog steeds niet ingrijpen

De internationale gemeenschap reageerde vanaf het allereerste begin heel voorzichtig op de ontwikkelingen in Syrië. Riepen westerse leiders en Arabische landen al binnen een paar weken om het aftreden van de Libische leider Gaddafi, in het geval van Assad zou dat maanden en maanden duren. Zo riep Obama pas in augustus op tot het opstappen van de Syrische president. Militair ingrijpen, zoals de NAVO deed in Libië, is tot de dag van vandaag geen seconde een serieuze optie geweest.

Vanwaar al die voorzichtigheid van zowel westerse als Arabische landen? Het draait vooral om de strategische ligging van het geopolitiek zo belangrijke Syrië. Hoewel Assad een anti-westerse buitenlandpolitiek voert en anti-Israëlische bewegingen als Hezbollah en Hamas steunt, zagen de VS, Europese landen en Israël hem desondanks als een stabiele factor in een zo instabiele regio. Veel Arabische leiders zien na succesvolle omwentelingen in Tunesië, Egypte en Libië liever niet nog een collegaregeringsleider vallen. En het regime van Assad geldt als enige Arabische bondgenoot van Iran. Een merkwaardige mix landen had of heeft dus belang bij het overleven van het Syrische regime.

Hieronder een angstaanjagend filmpje waarin agenten een huis van een Syrische familie binnenvallen:
http://www.youtube.com/watch?v=tanLPvXk-YY&feature=player_embedded

De Syrische volksopstand had veel voortrekkers, maar niet echt één duidelijk gezicht. Het zou activist Amjad Baiazy kunnen zijn, die eind mei plotseling verdween. Of de cartoonist Ali Farzat, wiens handen door de Syrische veiligheidsdiensten werden gebroken. Toch vormen al die gewone Syriërs die elke keer weer de straat op durfden te gaan het echte gezicht van de Syrische opstand. Onze buitenlandredacteur Carolien Roelants, die voor NRC Handelsblad de ontwikkelingen in Syrië volgde, is ook verbaasd over de schijnbaar grenzeloze moed van de Syriërs:

“Het is opmerkelijk dat de Syrische bevolking niet voldoende geterroriseerd wordt om ze van de straat te houden. Syrië is misschien wel het meest repressieve land van het Midden-Oosten. Na de eerste oproepen tot protest ging in Damascus bijna niemand de straat op. Het protest kwam van de grond in de meest arme steden. Net als in Tunesië begonnen de betogingen in Syrië met een brandende jongen. Toen er jongeren werden opgepakt sloeg de vlam in de pan. Het leger en de geheime politie sloegen ongekend hard toe. Maar dit was geen reden voor de mensen om naar huis te gaan. Ik vond het erg bijzonder dat mensen de straat opgingen en dat bleven doen. Want het optreden was keihard.”

Impasse in Syrië kan nog maanden voortduren

Het perspectief voor de Syrische bevolking is op korte termijn “heel somber”, zegt Roelants.

“We weten niet precies wat er aan de hand is, want de dodentallen die activisten melden zijn niet te verifiëren. Het regime heeft de naam van buitengewoon bloedig en hard optreden. Over het recent ondertekende vredesplan moeten we heel sceptisch zijn. De oppositie spreekt van een vertragingsmechanisme. Ik kan me niet voorstellen dat het leger zich daadwerkelijk terugtrekt. De oppositie wil ook niet onderhandelen met Assad.”

Dat de buitenwereld verandering kan of wil brengen in Syrië betwijfelt Roelants:

“Met economische maatregelen probeert de internationale gemeenschap ondertussen het regime af te knijpen. Het Westen wil eigenlijk geen interventie, al was het maar omdat het geen idee heeft hoe en tegen welke prijs het Assad uit de macht zou kunnen verdrijven, laat staan hoe een nieuw regime eruit zou zien. De val van Assad kan nog best lang duren. Behalve als er een machtsgreep van binnenuit komt. Er lopen nog niet voldoende militairen over naar de oppositie, zoals je dat destijds wel in Libië zag. Dat zorgt ervoor dat het leger nog sterk staat.”

Deze aflevering kwam tot stand met medewerking van internetredacteur Marije Willems. Lees ook in deze serie:


    • Pim van den Dool