Help die arme dieren en niet zo hard knal

Na zware bommen en grootse lichteffecten kiezen vogels in blinde paniek het luchtruim. Op hol geslagen reeën moeten later uit het prikkeldraad worden geplukt. Een verbod op vuurwerk stuit op te grote weerstand, maar voor de dieren kan het wel minder lang en heftig, vindt Frans van der Helm

People watch fireworks in Vilnius' Vingio Park during the 3rd international fireworks festival on September 24, 2011. Professional teams of pyrotechnicians participated in the competitive part of the festival. AFP PHOTO PETRAS MALUKAS AFP

Vuurwerkhaters hebben het over hun eigen ergernis, de angst van hun huisdieren of de luchtvervuiling, maar de echte slachtoffers zijn de wilde dieren. Hun angst blijft ongezien.

Vannacht gaat de staat van beleg weer in. Vanaf Tweede Kerstdag waren de losse vuurgevechten al hoorbaar. Vandaag zwellen ze aan tot het geluid van burgeroorlog. ’s Nachts gaan dit door. Het slagveld wordt beschenen door lichtkogels. De dappere strijders zijn jongens die de verveling verdrijven met flitsen en knallen. Vannacht volgt de apotheose. Ook huisvaders komen in actie. Nederland explodeert in licht en geluid. Verspreid geweld houdt daarna nog zo’n twee weken aan.

De echte slachtoffers zijn de wilde dieren. Zij moeten al wennen aan veel menselijke activiteit. Dit gaat hun wonderlijk goed af, maar willekeurig en onvoorspelbaar afgestoken vuurwerk is hun een stap te ver. Stijf van de stress houden ze zich schuil. Zelfs de meest laconieke gans, kauw of vos moet inleveren – aan voedselopname, en dat in deze koude en natte maanden, waarin elk grammetje vet telt.

Stadsbewoners kunnen wel hopen dat het platteland soelaas biedt aan verdreven tuinvogels, maar ook daar is de rust ver te zoeken. Elke boerderij heeft zijn eigen geschut.

Nederland, met zijn hoge bevolkingsdichtheid, heeft een uitzonderlijk vrije omgang met vuurwerk. Deze twee zaken gaan niet samen.

De meeste mensen hebben geen flauw idee hoe wilde dieren reageren. Dit is tegenwoordig te volgen op de radar. Medewerkers van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) aan de Universiteit van Amsterdam gebruikten een weerradar om de reactie van vogels in kaart te brengen, samen met partners van de Koninklijke Luchtmacht en het KNMI. Ze publiceerden erover in Behavioral Ecology (november/decembernummer, 2011).

Overdag is er op de laatste dag van het jaar bij vlagen al veel vliegactiviteit, als reactie op los vuurwerk. Overwinterende zwanen, ganzen, eenden en steltlopers vliegen in alle richtingen. Rond twaalf uur gaan de vogels, hoe slecht het weer en het zicht ook zijn, massaal de lucht in, ook boven natuurgebieden waar geen vuurwerk afgaat. Een kwartier na middernacht volgen nog méér vogels. De onderzoekers koppelen dit aan de ‘Champagnedip’ – na de eerste salvo’s is er de luwte tijdens de uitwisseling van de beste wensen. Daarna komt het geweld, hernieuwd, in volle gang. Ook de zich schuil houdende vogels wordt dit te veel.

Ze gaan niet zómaar de lucht in. Bij normale verplaatsing blijven deze vogels onder de honderd meter, maar nu gaan ze wel vijfhonderd meter hoog – of hoger. Minstens drie kwartier blijven ze kilometers doorvliegen, zonder duidelijke richting.

Uit waarnemingen van trekstations blijkt dat de noodtoestand voor oudejaarsvogels nog uren kan aanhouden. Dat ze zich overdadig ontlasten – een regen van vogelpoep, teken van aanhoudende paniek – is ook merkbaar op de grond. De radaronderzoekers gaan niet uit van directe sterfte onder de vogels, maar de belasting voor de dieren is enorm.

Ook gewoon kijken levert al wat op. Het rapport Vuurwerk & Vogels van Alterra uit 2008 vermeldt een onderzoek naar eenmalig evenementenvuurwerk in Zeeland. Meer dan drie kilometer in de omtrek gingen scholeksters en wulpen de lucht in, om te verdwijnen aan de horizon.

Deze vogels konden ergens heen. Bij de jaarwisseling zoals wij die graag zien, is dit nauwelijks mogelijk. De bedreiging komt van alle kanten. We zijn geneigd vooral aan het geluid te denken, maar behalve voor de herrie – denk aan uilen, met hun superieure gehoor – zijn dieren ook gevoelig voor lichtflitsen, lichtfonteinen en bewegende lichtkogels. Overal worden gedesoriënteerde knobbelzwanen en reigers gevonden. Reeën moeten losgeknipt worden uit prikkeldraad waar ze anders gewoon overheen springen.

Vuurwerkliefhebbers weten vaak donders goed wat ze aanrichten. YouTube loopt over van vuurwerkfilmpjes met commentaren als: „moet je letten op die vogels na die knal”... Het land dat prat gaat op stil asfalt en fluisterbootjes beleeft een jaarlijkse crisis.

De oplossing is simpel en staat al in de wet. Is burgervuurwerk een mensenrecht voor de Nederlander? Alleen met Oud & Nieuw zelf. Dit kan de politie naleven – niet alleen de onwettelijk vroege verkoop, maar ook de toepassing.

Volgens coördinator Cees Meijer van de Taskforce Opsporing Vuurwerk Bommenmaker is een vuurwerkverbod onafwendbaar. De steeds zwaardere bommen, vooral uit Oost-Europa, zouden leiden tot toenemende ellende.

Dit brengt ons bij de jaarwisseling zelf. We moeten uit fatsoen een stap terug doen. Ik wil hier niet het sterretje bepleiten, hoe onschuldig en onderhoudend ook. Van het vuurwerk komen we niet af zonder echte burgeroorlog, maar het kaliber en de heftigheid van de munitie tegen de dieren moet omlaag – de letterlijke overkill. Niet elk straatvuurwerkje hoeft mijlenver indruk te maken. De lol is er niet minder om, de doodsangst voor wilde dieren wel.

Dit is een oproep tot toezicht en controle op schuldloos vermaak en burgerlijke vrijheid. Helaas, het kan niet anders. Een landje overbevolken schept verplichtingen tegenover onze medebewoners die dit stukje land medegebruiken. Alvast een gelukkig Nieuwjaar.

Frans van der Helm is etholoog.

    • Frans van der Helm