Dan maar een dark horse? Iemand als Ron Paul misschien

Iedere kandidaat heeft moeite vrijwilligers te vinden, maar Ron Paul heeft een heel leger tot zijn beschikking. Duizenden jonge mensen, meestal niet eens Republikeinen, maken achter hun laptops het merk Paul viral. Op Twitter is hij bij elk debat de meest besproken kandidaat. Hij heeft volgens het Pew Research Center met afstand de meeste steun onder bloggers. Zijn aanhang bestaat uit websites als bluerepublican.org, jongeren die in de Republikeinse partij proberen te infiltreren om Paul te steunen. De experimentele aanpak lijkt op die van Barack Obama, die in 2008 ook geld en aanhang verwierf door revolutionair gebruik van sociale media.

Met zijn raspende stem, relatief hoge leeftijd en veel te grote pakken is Ron Paul een onverwachte favoriet onder kiezers. Naast de kanshebbers Mitt Romney en Newt Gingrich is Ron Paul de enige Republikeinse kandidaat die kan bogen op een stabiele aanhang. Dat maakt hem een onberekenbare buitenstaander, die zomaar in Iowa kan winnen.

Misschien is het rechtlijnige libertarisme de aantrekkingskracht van Paul (Pittsburgh, 1935). De voormalig gynaecoloog streeft naar absolute vrijheid van het individu, en is tegen elke vorm van staatsinmenging. Deze ‘kleineoverheidgedachte’ vormde de ideologische basis van de Tea Party, en in de beginmaanden van de beweging in 2009 werd Paul aangewezen als informele leider. Maar ze raakten elkaar kwijt, vooral omdat Paul tegen iedere bemoeienis met het buitenland is, ook met het Midden-Oosten en Afghanistan. „Paul moet minder de professor uithangen en meer de patriot”, zei een Tea Party-activist uit Georgia.

Paul werkte als arts in de luchtmacht en was lange tijd verloskundige. Zijn politieke carrière begon in 1976, in het Huis van Afgevaardigden. Met onderbrekingen is hij tot vandaag afgevaardigde gebleven. Zijn populariteit onder kiezers in zijn district in Texas verklaart hij uit zijn vak. „Ik heb de kinderen van de helft van mijn kiezers ter wereld gebracht.” Hij nam vanaf het begin standpunten in die recht tegen de Republikeinse koers ingaan. Toen Amerika onder president Reagan met machtsvertoon de Sovjet-Unie wilde verslaan, pleitte Paul al voor non-interventie in buitenlandse aangelegenheden. De oorlogen in Irak en Afghanistan heeft hij nooit gesteund, en de dreigende taal van Republikeinen aan het adres van Iran doet hij af als gevaarlijk. Militaire en financiële steun aan Israël wil hij stopzetten. Hij trotseert bij Republikeinse debatten het meeste boegeroep, omdat hij zich ver buiten de consensus beweegt.

Op een schaal van uitersten in de Republikeinse Partij vormt Paul de tegenpool van het neoconservatisme uit het Bush-tijdperk. Paul gelooft niet in een Amerikaanse rol op het wereldtoneel, en gruwt van het idee dat de wereld te kneden is naar Amerikaans model. In 1987, na steeds fellere oppositie tegen Reagan, brak hij met de partij. Hij was teleurgesteld in de geschonden belofte dat Reagan de overheidsuitgaven zou terugdringen. Als onafhankelijke, libertaire kandidaat stelde Paul zich kandidaat voor het presidentschap. Later keerde hij terug, en stelde zich als Republikein kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2008. Paul debatteerde mee, maar werd door de andere kandidaten zoveel mogelijk genegeerd.

Paul zelf vindt dat hij de enige echte Republikein in het veld is. Hij gaat het verst in zijn ideeën over een kleine overheid en maximale vrijheid voor de burger. Zo is Amerika ooit bedoeld door de Founding Fathers, zegt hij daarover. Mensen hebben volgens hem het recht wapens te dragen. De federale overheid moet de handen aftrekken van de gezondheidszorg, zodat de vrije markt voor de laagste prijzen kan zorgen. De scherpste kritiek op de eigen partij uitte Paul over de Patriot Act, die de overheid vergaande bevoegdheden geeft gegevens van burgers te verzamelen, om terrorisme te voorkomen. „Nooit wil ik mijn persoonlijke vrijheid opgeven voor meer veiligheid”, zei Paul tijdens een debat.

Deze maand publiceerde het conservatieve blad The Weekly Standard citaten met een vermeend racistische lading uit een nieuwsbrief die Paul in de jaren negentig verstuurde. De nieuwsbrief stond volgens het blad vol met complottheorieën over Afro-Amerikanen. Zwarte meisjesbendes zouden in New York blanken injecteren met het hiv-virus en hij waarschuwde voor een rassenoorlog. Pauls campagneteam zei dat de stukken onder zijn naam werden geschreven, maar dat hij niet wist van de inhoud. Ron Paul maakt kennis met een harde campagnewet: wie boven de middelmaat uitstijgt, kan verwachten dat er diep gegraven wordt in zijn verleden.

    • Guus Valk