Crisis en creativiteit

Er zijn jaren waar met meer vreugde naar is uitgekeken dan 2012. Het jaar dat nu voor ons ligt, belooft op het eerste gezicht weinig goeds. De economie komt volgens de prognoses in een recessie. We kunnen slechts hopen dat het een milde zal zijn.

De gemeenschappelijke Europese munt, die elf jaar geleden voor het eerst uit de pinautomaten kwam, verkeert in diepe problemen. Het is nog steeds de vraag of de euro de volgende jaarwisseling ongeschonden haalt.

Dit vertrouwensverlies en de bezuinigingsrace waarin Europa zich door de staatsschulden heeft moeten storten, ondermijnen de economie en de werkgelegenheid.

Ook in Nederland zelf wordt de crisis straks nog meer voelbaar door de extra bezuinigingen die het kabinet-Rutte op stapel heeft staan. Bovendien staat de woningmarkt er onzeker voor.

Dat is niet eens alles. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat de Verenigde Staten hun eigen schuldprobleem onder ogen moeten zien, al dan niet gedwongen door de financiële markten. De aanstaande presidentsverkiezingen, die in november worden gehouden, blijven intussen zorgen voor een nog ergere politieke verlamming dan het afgelopen jaar al het geval was.

Op de nieuwe markten buiten het Westen, waarvan de wereldeconomie het zal moeten hebben, zijn de vooruitzichten op zijn minst onzeker. Er dreigt tegenvallende groei in India, het op één na volkenrijkste land ter wereld. Er groeit politieke onzekerheid in Rusland, de grootste energieleverancier. En er sluimert een vastgoedcrisis in China, intussen de tweede economische macht, die hopelijk niet doorzet. Ook dat raakt ons. Zonder impuls van de VS en deze nieuwe industrielanden kan de situatie in Europa nog verder verslechteren.

Zeker voor Nederland is de wereldhandel van belang. We zijn daar sterk afhankelijk van. Als de fricties in eigen land dan ook nog eens toenemen, kan het precair worden. Het is te hopen dat zelfbeheersing overwint.

Er is dus sprake van tegenwind en een straffe ook. Maar aan de vooravond van het nieuwe jaar zou het te gemakkelijk zijn om het bij die constatering te laten.

Zeker in Nederland. Want kijk naar ons. We leven in een land dat tot de welvarendste van Europa behoort en daarmee van de wereld. De beroepsbevolking is een van de meest productieve op aarde. Het peil van het onderwijs is, ondanks het regelmatige en begrijpelijke gelamenteer daarover, nog altijd buitengewoon hoog. En we zijn zeer gezond. Nederland steeg in 2011 niet voor niets naar de derde plaats van de Human Development Index van de Verenigde Naties. Het laat alleen Noorwegen en Australië voor zich. Dat zegt ook iets over onze concurrentiepositie, een woord dat door de globalisering het afgelopen decennium zo’n vlucht heeft genomen en dat de politiek domineert. Er zijn dus slechtere plekken om het levenslicht te zien. En er zijn slechtere uitgangsposities denkbaar om de crisis te overwinnen.

Er komt nog iets bij. Het is geen toeval dat juist in perioden van tegenslag de creativiteit vaak oplaait en de ondernemingszin een nieuwe impuls krijgt. Dat geldt voor het persoonlijke leven net zo goed als voor de samenleving en de economie als geheel.

Ook in Nederland. Juist de vrijheid en vrijgevochtenheid – die in het buitenland vaak, maar niet altijd, op prijs worden gesteld – zijn voor scheppings- en dadendrang een goede voedingsbodem. Het op zichzelf teruggeworpen individu dat zijn lot in eigen hand neemt, heeft een niet te onderschatten kracht.

Zeker, er zijn zaken die we niet in de hand hebben. Het is goed daar kennis van te nemen en er rekening mee te houden. Maar het komende jaar worden er ook kinderen geboren, worden er eindexamens gedaan, wordt er afgestudeerd of promotie gemaakt, worden er ondernemingen gestart waar we later trots op zullen zijn, komen dromen uit en klinkt ontelbare malen een lach.

Hoe de crisis komend jaar ook uitpakt, ook dat zal 2012 zijn.